Onbekend orgelwerk misschien van jonge Johann Sebastian

UTRECHT, 13 SEPT. “Nee!” “Misschien...”, “misschien.” In het panel van deskundigen overheerst de twijfel of zij zojuist een onbekend orgelwerk van de jonge Bach gehoord hebben, zoals de Utrechtse organist en muziekjournalist Rob van der Hilst stellig vermoedt.

Eerder deze week belegde de redactie van het tv-programma MiddagEditie een korte sessie in de Utrechtse Leeuwenberghkerk waarbij Van der Hilst ten overstaan van Jos van Veldhoven, dirigent van de Nederlandse Bach Vereniging, en de musicologen/organisten Pieter Dirksen en Hans van Nieuwkoop een muziekstuk speelde dat hij tien jaar geleden aantrof in een particuliere muziekverzameling in Dresden.

Ten huize van Liesl von Schuch, dochter van de eertijds fameuze dirigent Ernst von Schuch, trof Van der Hilst een naar zijn zeggen achttiende-eeuws handschrift aan met daarop de titel Fantasia en de vermelding 'di Seb. Bach'. Hij schreef het stuk over en maakte hiervan een speelpartituur voor eigen gebruik.

Na een eerste beluistering meent Van Nieuwkoop dat het een boeiende compositie is “met een uitgewogen vorm en verschillende affecten.” Van Veldhoven hoort “plekken die je als typisch Bach waarneemt” en ook Dirksen hoort Bachiaanse componenten, maar vindt de tweespalt in de compositie merkwaardig. Er is een stijlbreuk tussen de rapsodische inleiding en de fuga, waarvan elementen bekend zijn uit Bachs Fantasia in duebus subjectis BWV 917 voor klavecimbel. Bij nadere beschouwing wordt echter steeds duidelijker dat passages ronduit incompetent zijn geschreven.

Dirksen benadrukt dat in dit stadium hooguit over de stijlkenmerken kan worden gepraat. Zo lang geen grondige studie is gemaakt van het bronnenmateriaal zal geen musicoloog het in zijn hoofd halen deze Fantasia serieus toe te schrijven aan Johann Sebastian Bach. De muziekwetenschap heeft de blamage met de vervalste Haydn-sonates nog in het geheugen en ook over de koraalvoorspelen die ruim tien jaar geleden werden herontdekt door de Westduitse organist Wilhelm Krumbach is het laatste woord nog niet gesproken.

De compositie die Van der Hilst heeft gevonden betreft een stukje achttiende-eeuwse Bach-cultuur - zo ver willen de deskundigen wel gaan. Dirksen, degene van het panel die het verst gaat in zijn afwijzing, suggereert dat de compositie, als het geen vervalsing betreft, wellicht in het midden van achttiende eeuw is gemaakt door een Bach-leerling van tweede garnituur.

Blijft de vraag waarom Van der Hilst nu pas na jaren met zijn bevindingen in de openbaarheid treedt. Volgens hem wilde de eigenaresse indertijd geen ruchtbaarheid aan de ontdekking geven, omdat zij bang was dat het stuk vanwege de kunsthistorische waarde door de toenmalige DDR-leiding zou worden geconfisceerd. Het afschrift belandde vervolgens bij Van der Hilst op een stapel met muzikale curiosa en werd vergeten tot hij in april dit jaar op zoek ging naar een bijzonder stuk voor zijn recitals. Ongeveer tegelijkertijd bleek dat het werk niet in deze vorm in enige andere Bach-bron voorkwam, en de 'ontdekking' van een onbekend Bachwerk was een feit. De verklaring klinkt vrij apocrief. Gevreesd mag worden dat mevrouw Von Schuch - indertijd al ver in de negentig - intussen op het kerkhof ligt en haar paperassen op de vuilstort zijn beland. Het onontbeerlijke bronnenonderzoek zou daarmee zo goed als onmogelijk worden, een gefundeerde identificatie uitgesloten. Een nog gruwelijker scenario zou het zijn als vast komt te staan dat het stuk wèl van Bach is. Dan zou er door indolentie wellicht opnieuw een bron van onschatbare muziekhistorische waarde verloren zijn gegaan.

Zaterdag speelt Rob van der Hilst de Fantasia om 10.30, 12.30 en 14.30 uur in de Utrechtse Leeuwenberghkerk op de Open Monumentendag.