Met een ketting aan een paaltje

Michelle Chalfoun: Circusknecht. Uit het Engels vertaald door Marion Op den Camp, Nijgh & Van Ditmar, 220 blz., ƒ 36,90.

Als er een bond van circuswerkers bestaat, die al jaren timmert aan het imago van het circus als één gezellige familie, dan zal die niet blij zijn met Circusknecht, het debuut van Michelle Chalfoun. Wie dat heeft gelezen kijkt nooit meer onbevangen naar een circus. Chalfouns circus is achterbaks, pervers en beestachtig smerig.

De cicusknecht uit de titel is Mat, een jonge vrouw, in de steek gelaten door haar moeder, verkracht door haar stiefvader en misbruikt door de twintig jaar oudere piste-opzichter. Chalfoun beschrijft acht episodes uit Mats circusbestaan, die samen een 'bildungsroman' vormen. Het circus is een onherbergzame, onvoorstelbaar gore bende. Dagenlange ritten met de materiaal-trucks zonder liggen, slapen of wassen, overlopende latrines, smerige, gedeelde, slaapwagens, verlopen artiesten in stinkende caravans met heroïnenaalden in hun getatoeëerde vlees. Chalfoun toont de Amerikaanse white trash , de blanke onderklasse, in zijn volle ellende. Mat voelt zich zelfs geïntimideerd door caissières van truckersrestaurants: haar grote droom is serveerster te worden in zo'n tent, om met haar vent in een sta-caravan op één plek te kunnen blijven. Als ze het circus ooit zou kunnen verlaten.

Mat, die als tentopbouwer de hele dag met een moker van tien kilo palen de grond in ramt, maar zich door haar circusfamilie voortdurend laat gebruiken, doet denken aan de circusolifanten, die complete vrachtwagens uit de modder kunnen slepen, maar op het terrein met een ketting aan een paaltje zitten. Ze zouden het als een cocktailprikkertje uit de grond kunnen trekken, maar zijn aan de paal gelegd toen ze daarvoor nog te klein en te zwak waren. 'Zo gaat training in z'n werk. Je moet ze temmen als ze nog jong zijn.'

De schrijfster reisde zelf drie jaar met een circus 'om aan een huwelijk te ontsnappen', volgens de achterflap. Chalfoun, een recovering alcoholic in het met therapeuten-speak doordrenkte jargon van de Amerikaanse media, schreef het boek op aanraden van haar psychiater, nadat ze een creative writing-cursus volgde. In Amerika is het een groot succes, de auteur doet een talkshow-toer en filmster Winona Ryder heeft de filmrechten al gekocht.

Het Amerikaanse publiek smult waarschijnlijk van het autobiografische element, en vooral van het kijkje in de vieze white trash-keuken. Chalfoun roept een indringend beeld op van een nomadisch bestaan zonder enige solidariteit, en maakt de paniek van een jonge vrouw die nergens geborgen is goed voelbaar. Haar werk is realistisch, maar meer documentair dan literair. De stijl voldoet net, maar nergens ontstijgt het verhaal de vertelling en zelden blijft een zin hangen als een klank of een beeld.

Michelle Chalfoun is vanavond te zien op het Crossing Border festival in Den Haag.