Meisjes kiezen vaker voor slaan en schoppen

In Zutphen stonden vandaag achter gesloten deuren negen meisjes terecht wegens mishandeling van leeftijdgenoten in Apeldoorn. Een explosie van meisjesgeweld.

ROTTERDAM, 13 SEPTEMBER. De politie van Apeldoorn wist in februari niet wat ze ermee aan moest. Sinds vier maanden druppelden meldingen binnen van meisjes die op schoolpleinen en in de binnenstad van Apeldoorn werden gemolesteerd door andere meisjes. Het bleek dat bij een aantal incidenten dezelfde daders betrokken waren.

Toen de eerste daders waren aangehouden, bracht de politie een opmerkelijk persbericht naar buiten. Een “meisjesbende” van “ongeveer twintig Nederlandse meisjes van allochtone afkomst” zou in groepsverband “blonde, goedogende leeftijdgenoten” hebben afgetuigd. “Jaloezie” werd genoemd als hoofdmotief.

Binnen- en buitenlandse media stortten zich op het bericht en de zaak werd een hype. Een Turkse belangenorganisatie in Apeldoorn betichtte de politie van discriminatie. Die aantijging won aan kracht toen de politie later bekendmaakte dat behalve allochtone ook autochtone meisjes tot de daders behoorden.

“De aanvankelijke formulering was niet prettig gekozen”, zegt politiewoordvoerder A. de Ronde nu zuinigjes. “Daardoor is een stukje verwarring ontstaan.” De voorlichter die de zaak naar buiten bracht blijkt inmiddels met 'reorganisatie-ontslag' te zijn vertrokken en is niet voor commentaar bereikbaar. Zijn vertrek houdt volgens De Ronde overigens geen verband met deze zaak.

De 'Apeldoornse meisjesbende' bestaat dus niet. Maar de zaak blijft uitzonderlijk, want geweld door meisjes komt zelden op deze schaal voor. In 1992 werden voor het delict 'geweld tegen personen' per 100.000 inwoners van 12 tot 17 jaar 80 meisjes door de politie gehoord, tegen 690 jongens. Evenals bij jongens is geweld door meisjes de afgelopen tien jaar gestaag toegenomen, maar het geweld van jongens is grootschaliger en harder. In 1992 betrof het meisjesgeweld in tweederde van de gevallen mishandeling. “Dit zou erop kunnen wijzen dat geweld bij meisjes hoofdzakelijk tot uiting komt in uit de hand gelopen vechtpartijen en niet zozeer in het toepassen van instrumenteel geweld”, aldus een rapport van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie uit 1995. “Dit laatste is kennelijk steeds meer onder jongens het geval.”

De Apeldoornse politie hield uiteindelijk 23 meisjes van dertien tot achttien jaar aan op verdenking van mishandeling, openlijke geweldpleging en bedreiging. Tegen hen werden rond de dertig aangiften gedaan, waarvan er 22 in behandeling zijn genomen. Dertien meisjes hebben in juni een 'onderhoud ten parkette' gehad, waarbij de officier van justitie straffen uitdeelde die varieerden van berispingen tot taakstraffen. De acht meisjes die bij de meeste incidenten waren betrokken verschenen vandaag voor de kinderrechter in Zutphen. Een inmiddels meerderjarig meisje moet voorkomen bij de politierechter. Een zaak werd geseponeerd omdat het betreffende meisje naar het oordeel van de officier al voldoende gestraft was door het voorarrest.

Over de daders en hun motieven is weinig bekend. Een meisje zou in elkaar geslagen zijn omdat een van de daders meende door haar toedoen van school te zijn gestuurd. Een ander meisje (15) werd volgens haar verklaring aan de politie zonder aanleiding door een groepje meisjes belaagd in de Tapperij, een populair café in de Apeldoornse binnenstad. Het meisje beklaagde zich bij de portier, die tien meisjes uit het café verwijderde. Later werd hetzelfde meisje opnieuw benaderd door vier van deze meisjes. Zij verweten haar dat ze niet meer in het café mochten komen en begonnen te schoppen en te slaan.

Volgens de Zutphense persofficier A. Lunenborg werden alle mishandelingen gepleegd in groepsverband. “Ze jutten elkaar op, het was altijd meerderen tegen een. Het slachtoffer had geen schijn van kans.” De slachtoffers waren volgens hem willekeurig gekozen. Wel overheersten “blonde meisjes”. Over de etnische samenstelling van de dadergroep wil hij niets meer kwijt. “Kleur mag hier geen rol spelen.”

Maar bij ten minste een van de incidenten blijkt kleur wel een rol te hebben gespeeld, al was het maar als gezochte aanleiding. Een meisje van 17 vertelde de politie hoe ze op een middag bij een cafetaria in de Apeldoornse binnenstad werd benaderd door een Turks meisje, dat bij haar op school had gezeten. Het meisje vroeg haar mee te gaan naar de Tapperij. Daar stonden ongeveer zes andere Turkse en Antilliaanse meisjes die ze kende van school. De meisjes zeiden van iemand anders te hebben gehoord dat zij hen 'kankerturken' had genoemd. Ze scholden haar uit voor mof, zeiden dat ze joden had vergast en dat alle Duitse meisjes hoeren zijn.

Volgens het procesverbaal liep het meisje vervolgens het café uit, maar werd ze gevolgd door de groep. De meisjes werkten haar een gokhal binnen. Een meisje sloeg met haar vuist, waaraan ringen zaten, tegen haar rechterwang, een ander schopte met zwarte legerkistjes tegen haar hoofd. “Ik zag alleen maar verschillende schoenen en handen”, aldus de verklaring van het meisje. Volgens een doktersverklaring had ze bloeduitstortingen in haar gezicht, gekneusde ribben en een gekneusde bovenarm.

Naar de achtergronden van geweld door meisjes is nog vrijwel geen onderzoek gedaan. Het WODC begint dit najaar een onderzoek naar meisjescriminaliteit, juist omdat er zo weinig over bekend is. Onderzoeker P. van der Laan wil onder meer gaan praten met de Apeldoornse daders. “Uit een Gronings onderzoek blijkt wel dat 'mishandeling' door jongeren meestal betrekking heeft op vechtpartijen in het uitgaanscircuit, geconcentreerd op vrijdag- en zaterdagavond.”

A. Veldkamp, beleidsmedewerker van de Raad voor de kinderbescherming, kijkt niet meer op van geweld door meisjes. Hij spreekt van een trend. “Wat meisjes vroeger verbaal afdeden gaat nu met slaan, schoppen, bijten.” Een deel van de verklaring hiervoor ligt volgens hem in de toegenomen gelijkheid in de opvoeding van jongens en meisjes. “Vroeger waren jongens en meisjes gescheiden, nu zitten ze al vanaf de peuterspeelzaal bij elkaar. Dat betekent ook dat ze elkaar beïnvloeden. De schaduwzijde daarvan is dat meisjes het stoere gedrag gaan vertonen dat vroeger exclusief was voor jongens. En dan vooral onder elkaar, dat is het veiligst.”

Bij meisjes treden volgens hem precies dezelfde mechanismen op als bij jongens. Een ervan is groepsvorming. “Geweldpleging bij jongeren van dertien, veertien, vijftien jaar is meestal tijdelijk en zelden individueel. Het hoort bij de leeftijd. Jongeren zoeken aansluiting bij leeftijdgenoten en moeten soms zondigen tegen hun opvoeders om erbij te horen. Het is een normaal verschijnsel, maar de uitingsvormen worden extremer.” Soms speelt volgens Veldkamp een strijd tussen scholen een rol, waarbij jongeren uit het lager beroepsonderwijs zich keren tegen Havo- en VWO-leerlingen.

Veldkamp is overigens geneigd de toename van de meisjescriminaliteit eerder toe te schrijven aan autochtone dan aan allochtone meisjes, hoewel hij dat niet met onderzoeksresultaten kan staven. “Meisjes van allochtone afkomst zijn in de regel zeer gezagsgetrouw.”