Kruisen in het klooster; Gregor Mendel (1822-1884)

Vítezslav Orel: Gregor Mendel: The First Geneticist. Oxford University Press, 363 blz., ƒ 88,05

Op 9 februari 1865 presenteerde de Augustijner monnik Gregor Mendel tijdens een bijeenkomst van het Natuurwetenschappelijk Gezelschap in Brno - in het huidige Tsjechië - de resultaten van kruisingsexperimenten met erwtenplanten. Het zal een gedenkwaardige dag blijken te zijn, want voor het eerst is iemand erin geslaagd om de wetten te ontrafelen die ten grondslag liggen aan de overdracht van erfelijke eigenschappen. De wereld is er echter nog niet klaar voor. Want afgezien van wat lokale kranten schenkt niemand aandacht aan de lezing of aan het verslag ervan, dat een jaar later verschijnt. Het zal niet minder dan 35 jaar duren voor het belang van Mendels werk wordt ingezien.

Toch stonden al sinds het begin van de negentiende eeuw experimenten met hybrides of 'bastaarden', zowel van planten als dieren, in het middelpunt van de belangstelling. Vooral in Moravië, de streek waar Mendel woonde, was er grote interesse voor het kweken van betere fruitrassen en ook elders werden onder toezicht van speciale genootschappen wetenschappelijke methoden toegepast in bijvoorbeeld de schapenteelt. Het bleek echter moeilijk om een beter inzicht te krijgen in de algemene principes die ten grondslag liggen aan de overerving van eigenschappen. Zo bestond er een zekere oppositie tegen het idee dat er zoiets als voortplanting zou bestaan in de plantenwereld en was ook de bijna heilige 'onveranderlijkheid der soorten' een struikelblok op weg naar een beter begrip. Toch was al een aantal van Mendels voorgangers dichtbij de oplossing van het raadsel gekomen. Vooral de publicatie van Darwins Origin of Species gaf het systematische onderzoek naar de erfelijkheid een belangrijke impuls. Toen dat boek verscheen was Mendel al zo'n zes jaar bezig.

Gregor Mendel wordt op 22 juli 1822 in een dorpje in Moravië geboren als zoon van een boer. De jonge Johann - pas bij zijn intrede in het klooster zal hij de naam Gregor aannemen - blijkt al snel een getalenteerde leerling en mag lessen volgen op een veertig kilometer verder gelegen gymnasium. Dat is voor zijn ouders een moeilijke beslissing, omdat hij de boerderij niet zal overnemen. Na een ongeluk waarbij zijn vader getroffen wordt door een vallende boom, is deze 'gedeeltelijk arbeidsongeschikt'. Het betekent eens te meer dat Mendel zichzelf zal moeten onderhouden. Zijn gezondheid laat te wensen over en vaak moet hij voor langere perioden naar huis om tot rust te komen. Na een tweejarige voorbereidende studie aan het Filosofisch Instituut van Olomouc wordt hij toegelaten tot de universiteit. De voortdurende inspanningen om voldoende geld bij elkaar te krijgen worden hem echter teveel, en op één-en-twintigjarige leeftijd besluit hij in te treden in het Augustijner klooster van Sint Thomas in Brno. Daar kan hij zich volledig wijden aan de studie van de natuurwetenschappen, waarvoor hij een speciale liefde koestert. Het is zijn grote ambitie leraar te worden, maar hij zakt tot twee keer toe voor zijn leraarsexamen, hoewel het uiteindelijk oordeel is dat het hem noch aan ijver noch aan talent ontbreekt. Zijn abt besluit daarom om hem helemaal vrij te stellen voor het volgen van colleges aan de universiteit van Wenen, waar hij vlak na het roerige jaar 1848 aankomt.

Als hij vijf jaar later terugkeert, heeft hij een degelijke en vooral brede opleiding in de natuurwetenschappen achter de rug en kan hij direct als leraar aan de Realschule beginnen. Deze nieuwe vorm van onderwijs was ontstaan omdat er vanuit de industrie veel belangstelling bestond voor de mogelijkheden tot produktieverbetering die de natuurwetenschappen boden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat alle leraren naast hun lessen ruim de tijd nemen voor het uitvoeren van experimenten. Dat is een doorn in het oog van de kerkelijke autoriteiten, wier positie na de onderdrukking van de revolutie behoorlijk is verstevigd. Als de bisschop dan ook het klooster komt doorlichten is zijn oordeel negatief: in Brno is waarlijk '...de laatste spirituele lichtstraal gedoofd' en het klooster moet worden opgeheven. De monniken blijven echter als één man achter hun abt staan en eisen zelfs meer tijd om aan onderwijs en wetenschap te kunnen besteden. Voor de toch al zenuwachtige Mendel is het allemaal wat te veel, want na een heftige discussie met een van de examinatoren klapt hij volkomen dicht en zakt hij opnieuw voor zijn leraarsexamen. Het heeft gelukkig voor hem geen gevolgen voor zijn werk, dat hij gewoon mag voortzetten. Misschien om zijn teleurstelling kwijt te raken werpt hij zich volledig op zijn experimenten aan erwtenplantjes (Pisum), die al gauw de eerste successen opleveren.

Mendel kruist variëteiten met elkaar, die verschillen vertonen in eigenschappen als vorm en kleur van de zaden, grootte, kleur van de bloesem, enzovoort. Door uiterst nauwgezet grote aantallen plantjes gedurende een paar generaties te volgen, slaagt hij er in een aantal eenvoudige statistische wetten af te leiden, die inzicht bieden in de wijze waarop de eigenschappen van de planten overerven. Het is een langdurig en moeizaam proces, dat hem bezig houdt tot een keverplaag hem dwingt er een einde aan te maken. Al die tijd vormen de kas en een stukje van de tuin van het klooster zijn hele werkruimte. Veel later, in de jaren vijftig van deze eeuw, wanneer twijfel is gerezen of Mendel zijn experimenten wel eerlijk heeft uitgevoerd en geanalyseerd, zal er nog uitgebreid gediscussieerd worden of hij daar wel genoeg ruimte had om de naar eigen zeggen soms duizenden plantjes per jaar te kweken. Orel besteedt veel aandacht aan dergelijke beschuldigingen van fraude, die zich daarnaast onder andere concentreren op een blaadje uit een notitieblok, waarop Mendel overduidelijk aan het spelen is geweest met de uitkomsten van experimenten. Toch weet hij redelijk overtuigend aan te tonen dat Mendel hoogstwaarschijnlijk te goeder trouw is geweest. De aandacht die zijn werk tot op de dag van vandaag heeft gekregen, staat echter in schril contrast tot de volledige stilte die volgt op de officiële publicatie ervan. Omdat ook verdere experimenten met andere plantensoorten geen eenduidige resultaten opleveren, zijn de 'wetten van Mendel' daarom gedoemd om te sluimeren in vergetelheid.

Mendel zal zich later nog wijden aan de bijenteelt en de meteorologie. Zo publiceert hij onder andere nog een briljant artikel over tornados en houdt hij een pleidooi voor het verbeteren van weersvoorspellingen door gebruik te maken van de telegraaf. Het zijn echter niet meer dan incidenten in de loopbaan van de onderzoeker Gregor Mendel. Zijn wetenschappelijk werk is in feite in 1868 tot stilstand gekomen, wanneer hij tot abt verkozen wordt. Vanaf dat moment wordt zijn tijd grotendeels ingenomen door bestuurlijke kwesties. Mendel sterft op 6 januari 1884 aan een chronische nierontsteking. Pas zestien jaar later zullen drie biologen, onder wie de Nederlander Hugo de Vries, zijn werk ontdekken.

Orel besteedt veel ruimte aan het Nachleben van dat werk. Niet voor niets was hij jarenlang directeur van het Mendelianum, het museum dat sinds 1965 gevestigd is in het klooster waar Mendel leefde en werkte. Op minitieuze wijze heeft hij alle verwijzingen naar Mendels werk opgespoord, net zoals hij het lot van de verschillende in omloop zijnde overdrukjes van Mendels artikelen heeft weten te reconstrueren. Elk potloodlijntje, elke aantekening, op elke bladzijde die Mendel in handen moet hebben gehad heeft hij weten te vinden, en aan een nauwgezet onderzoek onderworpen. Zo kan hij niet alleen uitsluitsel geven over diens zieleroerselen maar, ook over zijn opvattingen ten aanzien van bijvoorbeeld de evolutietheorie. Toch schiet hij wat te kort in de precieze interpretatie van Mendels werk. Hij blijkt bijvoorbeeld niet goed in staat om dat werk te bezien vanuit de historische context en het zo los te maken van de betekenis die latere genetici er aan hebben gegeven. Desondanks is Gregor Mendel. The First Geneticist niet alleen een monument voor een geniaal wetenschapper, maar ook voor Orel, die zijn monnikenwerk beloond ziet met een schitterende biografie.