Israel geschokt door 'beloften' Rabin aan Syrië

JERUZALEM, 13 SEPT. Buiten medeweten van zijn naaste vertrouwelingen en zijn minister van buitenlandse zaken beloofde Israels later vermoorde premier Yitzhak Rabin twee jaar geleden via president Clinton aan de Syrische president Hafez al-Assad dat Israel zich - in het kader van een vredesverdrag - zou terugtrekken naar de bestandslijnen van 4 juni 1967.

Zulks op voorwaarde dat de betrekkingen tussen beide landen “genormaliseerd” zouden worden en er voor Israels veiligheid “bevredigende” voorzieningen zouden worden getroffen. Dat schrijft de Israelische journaliste Orly Azulai-Katz in een boek over Rabins opvolger, Shimon Peres, dat binnenkort verschijnt.

Aangezien Azulai-Katz bekend staat als een betrouwbare journaliste, heeft deze onthulling grote opschudding veroorzaakt in Rabins eigen Arbeidspartij. Zijn mondelinge en zeer voorwaardelijke toezegging, die hij - hoewel Clinton het hem vroeg - niet op papier wilde zetten, zou aan Syrië zowel de strategisch zo belangrijke Hoogvlakte van Golan teruggeven, als gebied ten oosten van het Meer van Tiberias, dat nooit Syrisch was, doch tijdens de Britse mandaatperiode deel uitmaakte van Palestina.

Het gaat om een strook van een paar kilometer langs het Meer van Tiberias, dat volgens het delingsplan van de Verenigde Naties aan de joodse staat werd toegewezen, maar in Israels onafhankelijkheidsoorlog door Syrië werd veroverd. In de juni-oorlog van 1967 heroverde Israel dit gebied. Daarnaast veroverde Israel toen ook de Golan.

Als Israel dit gebied bij een vredesregeling zou ontruimen, zou Syrië opschuiven tot aan de rand van het Meer van Tiberias, en daardoor (water)rechten kunnen laten gelden op het meer zelf. De krant Yediot Ahronot kopte dan ook, lichtelijk overdreven, de onthulling met de woorden: 'Het verschil is de helft van het Meer van Tiberias'.

Dat is moeilijk of niet te verkopen aan de Israelische publieke opinie, waar men zich maar al te goed herinnert in welke precaire situatie de hier gelegen kibbutziem zich voor de juni-oorlog van 1967 bevonden. Een ouder lid van de kibbutz Ein Gev: “De Syrische scherpschutters waren zó dichtbij, dat zij, als wij soep aten, konden kiezen of zij op de matzeballen schoten of op ons.” Een vurige Rabin-aanhanger reageerde met verbijstering op het nieuws: “Hij moet gek zijn geworden om zoveel risico's te nemen voor een vrede met Syrië, waarvan de duur en de afloop allerminst vaststaan.”

Tot dusverre was alleen bekend dat Rabin de Syriërs mondeling had toegezegd de gehele Golan te zullen ontruimen in ruil voor veiligheidsgaranties en 'èchte' vrede. Daarvoor pleitte ook zijn toenmalige minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres. Hij vond dat Israel zich uiteindelijk zou moeten terugtrekken naar de internationaal erkende grens tussen Syrië en het voormalige mandaatgebied Palestina. Maar hij was tegen terugtrekking naar de bestandslijn van 1949. Volgens het boek van Azulai-Katz, getiteld 'De Man Die Niet Wist Hoe Hij Moest Winnen', was Peres woedend toen hij na de moord op Rabin op de hoogte werd gesteld van diens geheime toezegging. Maar op Clintons aandringen herhaalde hij, eveneens mondeling, de voorwaardelijke belofte van zijn voorganger.

Desgevraagd weigerde Peres voor de Israelische televisie het verhaal te bevestigen of te ontkennen. Hij zei alleen het volledig eens te zijn met Rabins “duidelijke en moedige standpunt” dat Israel zich “even ver” uit de Golan zou terugtrekken als Syrië vrede met Israel zou sluiten. Hij voegde eraan toe dat naar zijn mening president Assad tot volledige vrede bereid is, in ruil voor volledige terugtrekking.

Voor de Arbeidspartij is de onthulling buitengewoon pijnlijk. Eén van Rabins vrienden zei gisteren: “Ze hebben Yitzhak nu voor de tweede maal vermoord.” Zijn naaste adviseurs en ministers ontkennen dat hij ooit zo'n mondelinge toezegging zou hebben gedaan. Volgens Eitan Haber, één van de zeer weinigen die door Rabin in vertrouwen werd genomen, “is er naar mijn beste weten nooit zoiets geweest”.

Ook Uri Sagi, onder Rabin hoofd van de militaire veiligheidsdienst, zei nooit een document van de hand van Rabin te hebben gezien, waarin zo'n toezegging was gedaan. Hij dacht wel dat de Syriërs ervan overtuigd waren dat zij àl het door Israel in 1967 veroverde gebied terug konden krijgen, in ruil voor bevredigende veiligheidsgaranties. De zo juist afgetreden Israelische ambassadeur in Washington, Itamar Rabinovits, die de geheime onderhandelingen met Syrië leidde, ontkende ten stelligste dat Rabin ooit zich verplicht of beloofd had de hele Golan te ontruimen.

De onthulling komt premier Netanyahu uitstekend van pas. Als leider van de Likud-oppositie hamerde hij de afgelopen jaren erop dat Rabin en Peres goedgelovige naïevelingen waren, die met hun veel te grote concessies aan Syrië en aan de Palestijnen de veiligheid, ja zelfs het voortbestaan van Israel in gevaar brachten.

Gisteren maakte Netanyahu na afloop van de wekelijkse kabinetszitting in een regeringscommuniqué bekend: “De krantenberichten zijn juist dat wijlen premier Yitzhak Rabin indirect ermee akkoord ging om van de Golan terug te trekken naar de bestandslijnen van 4 juni 1967, op voorwaarde dat Syrië een aantal condities vervulde, en ook dat dit akkoord aan de VS werd meegedeeld.” De mededeling vervolgde: “Het huidige, door de VS aanvaarde standpunt is dat hypothetische verklaringen van de vorige regering tijdens de onderhandelingen niet bindend zijn voor de huidige Israelische regering.”

Tijdens Netanyahu's bezoek van een paar dagen geleden aan New York, waar hij Clinton ontmoette, zijn de twee het volgens mensen uit de omgeving van Netanyahu eens geworden hoe de onderhandelingen met Syrië kunnen worden hervat. Maar dat idee is nu al door Damascus van de hand gewezen.

De felheid waarmee de Syrische regering elke suggestie verwerpt van Israelische of Amerikaanse zijde om de vredesonderhandelingen te heropenen, maar dan niet op basis van alle reeds gedane suggesties of toezeggingen van Israelische zijde, wijst erop dat de onthulling van Azulai-Katz waarschijnlijk op waarheid berust. Maar alleen Clinton kan dat bevestigen.

De Syrische minister van buitenlandse zaken, Farouk al-Shara, zei gisteren dat Syrië niet tot nieuwe onderhandelingen bereid is, tenzij de regering-Netanyahu akkoord gaat met àlle punten, waarover de partijen het in de onderhandelingen met de regering-Rabin eens waren geworden. “Er zijn verplichtingen aangegaan en beloften gegeven, die gehonoreerd moeten worden. Elke andere formule is een terugkeer naar nul, en voor ons in Syrië onaanvaardbaar.”

Netanyahu probeert volgens Al-Shara de wereld te misleiden, door het voor te stellen alsof Syrië alle oproepen tot vrede verwerpt. “Syrië heeft daarentegen diverse malen laten weten dat het bereid is de onderhandelingen te hervatten op het punt waar ze werden afgebroken, en op basis van het principe Land-voor-Vrede. Elke andere formule toont aan dat Israel geen vrede wil.”

Gisteren werd hier bekend dat het Syrische leger in Libanon niet alleen met grote troepenverplaatsingen bezig is, maar ook koortsachtig gevechtsposities opricht in de gedemilitariseerde zone op de Golan. Dat zou de eerste maal zijn dat Syrië het (op schrift gestelde) troepenscheidingsakkoord van 1974 tussen beide landen nadrukkelijk schendt. De VN-waarnemers die in de Golan opereren (UNDOF), stellen nu een rapport op voor de secretaris-generaal van de VN.

De militaire deskundigen hier omschrijven de Syrische troepenverplaatsingen als tot dusverre niet-bedreigend. Maar velen herinnneren zich hoe de Israelische inlichtingendiensten 23 jaar geleden de Egyptische en Syrische troepenverplaatsingen aan de bestandslijnen verkeerd inschatten, waardoor het land tijdens de Grote Verzoendag militair totaal werd verrast.