In naam van alle autisten

Birger Sellin: Ik deserteur van een braaf autistenras - nieuwe berichten aan het volk van de bovenwereld. Uit het Duits vertaald door Wim Platvoet. Thoth, 207 blz., ƒ 32,50.

De drieëntwintigjarige Birger Sellin kan niet praten en daarom dacht men lange tijd dat hij zwakzinnig was. Totdat in 1993 zijn boek ich will kein immich mehr sein verscheen. Opeens bleek dat achter de zwaargestoorde autist een intelligente jongen schuilging, een jongen met gevoel voor humor en een uitgesproken dichterlijke aanleg. Niet iedereen geloofde dat Birger Sellin zijn teksten zelf had geschreven: Der Spiegel kwam met een boosaardig artikel waarin gesuggereerd werd dat de ware auteur van ich will kein immich mehr sein Birgers moeder was.

In zijn nieuwe boek Ik deserteur van een braaf autistenras brengt Sellin onder meer verslag uit over deze onverkwikkelijke affaire. Ofschoon hij bijna knapt van spanning nodigt de autist de Spiegel-redacteur bij hem thuis uit waar hij de man laat zien hoe hij schrijft: met behulp van anderen weliswaar maar lang niet altijd met behulp van zijn moeder. Omdat hij zelf nauwelijks kan typen wijst hij steeds met een vinger aan welke toets zijn assistent moet indrukken.

En op het beeldscherm verschijnen berichten geschreven in een onmiskenbare stijl. Soms getuigen die berichten van vertwijfeling: 'Ik schreeuw/ waarom wordt zekerheid aan allen geschonken/ één echter moet het op het grondeloze volhouden/ waarom ziet wederom iedereen een eenvoudig licht/ en één moet in de nacht van de angst blijven'. Dan weer meldt zich een strijdbare Birger Sellin, een actievoerder in naam van alle autisten: 'Een uitverkoren belangrijke mensengroep kunnen we zijn [...]/ laat ons met elkaar als trouwe vrienden ervoor opkomen dat ons/ leven een waanzinszin heeft'.

Aan geleerden die beweren dat autisten geen gevoelens hebben stuurt hij verontwaardigd-gekwetste brieven en hij moedigt lotgenoten aan eveneens hun gedachten op papier te zetten: 'Een belangrijke bijdrage is ons schrijven/ een buitengewone uitdrukkingsmogelijkheid doodgewaande/ personen zoals wij het waren'.

Het proza van de Berlijnse Birger Sellin herinnert aan dat van de Oostenrijkse toneelschrijver Werner Schwab. Beiden zijn meesters in het componeren van neologismen. Over de zondermijwereld schrijft Sellin, over nietniemandsland, chaosminuten, probleemgedrochten en veiligheidsstommen. En toch is zijn kleurrijke taal heel beperkt. Woordjes als knoertgaaf en buitengewoon gebruikt hij te pas en te onpas en dat geeft zijn boodschappen een ontroerende charme. 'Een voortreffelijke buitengewone woelbirger hebben jullie waarom/ ontaardt een persoon', noteert hij op 21 maart 1993.

Deze jongen, die zichzelf leerde lezen en die reeds als puber vakliteratuur over autisme verslond, weet precies wat er met hem aan de hand is. En daarin schuilt juist zijn tragiek. Met intelligentie alleen kan hij zijn autisme niet overwinnen, dat registreert hij feilloos. Hij wil zo graag bij de normale mensen horen en schooldiploma's halen en zelfstandig leven en niemand meer tot last zijn. Maar alleen al het typen van één regel kost de motorisch gestoorde schrijver onmenselijk veel moeite en als lezer vraag je je af hoe lang hij de ongelijke strijd tegen zijn ziekte zal volhouden.