In Montreal keert de gehate 'taalpolitie' terug

Reclameborden in winkels in Montreal hebben in Quebec, de overwegend Franstalige deelstaat van Canada, tot een nieuwe taalstrijd geleid. Hoe groot mogen Engelse reclameborden zijn?

Inzet van de taalstrijd is het plan van de regering van Quebec om het gebruik van Engels op reclameborden, meer dan nu al het geval is, aan banden te leggen. Met het voorstel wil de regering het Franse gezicht van de deelstaat beter beschermen tegen de overweldigende Engelstalige cultuur in de rest van Noord-Amerika. Aan dat Franse gezicht is in regeringsogen flinke schade toegebracht door een reclameman uit Montreal, die sinds een paar maanden felle acties voert voor de rechten van de Engelstalige minderheid in Quebec. Deze activist, Howard Galganov genaamd, bewoog met een boycotactie, gesteund door ongeveer vijfduizend Engelstalige inwoners van Montreal, de winkeliers in de stad ertoe Engelse reclameteksten in hun bedrijven aan te brengen.

De regering in Quebec wil die ontwikkeling wreken door een beruchte inspectiedienst die moet toezien op de naleving van beperkingen op het gebruik van Engels op reclameborden, nieuw leven in te blazen. Die dienst, de Commission de protection de la langue française, bijgenaamd 'taalpolitie', werd drie jaar geleden afgeschaft na kritiek van onder meer de Verenigde Naties. Bij wijze van tegenzet sprak Galganov tot ergernis van premier Lucien Bouchard van Quebec, dezer dagen een groep Amerikaanse zakenlieden in New York toe om buitenlandse aandacht te vestigen op wat hij noemt het 'taalracisme' in de Canadese deelstaat.

Volgens de wet van Quebec is het gebruik van Engels op commerciële aanduidingen toegestaan, mits het Franstalige opschrift ten minste tweemaal zo prominent is. Zo mag een modezaak in Montreal tijdens de najaarsuitverkoop gerust biljetten met Sale! aanplakken, als de posters met Soldes! maar tweemaal zo groot of tweemaal zo talrijk zijn. “De huidige wet komt erop neer dat er twee klassen burgers zijn in Quebec, Franstaligen en Engelstaligen”, zegt Galganov. “Ik zal niet rusten voordat de wet op reclameteksten, die bepaalt dat mijn taal maar half zo prominent mag zijn als het Frans, is afgeschaft.” Van het recht om in het Engels aan te plakken werd tot voor kort nauwelijks gebruik gemaakt door winkeliers, omdat ze de Franstalige meerderheid niet tegen zich in het harnas wilden jagen. Bovendien waren detailhandelaren gewend aan de nog strengere regels die tussen 1977 en 1993 golden. Onder het zogeheten Handvest op de Franse Taal, ingevoerd door het naar onafhankelijkheid strevende kabinet van het midden van de jaren zeventig, was Engels helemaal taboe op commerciële borden in Quebec. De versoepeling van de regels en de afschaffing van de taalpolitie was het werk van de vorige, niet-separatistische regering van de deelstaat.

“De meeste winkeliers vonden het niet nodig om Engelse teksten aan te brengen, want het werd niet beschouwd als een kwestie van klantenservice”, verklaart Franco Rocchi, vice-president van de Canadese modeketen Le Chateau, de aarzelingen van detailhandelaren om van de versoepelingen uit 1993 gebruik te maken. “Galganov heeft er voor gezorgd dat Engelstaligen het als een kwestie van klantenservice begonnen te beschouwen, en dat ze met uitsluitend Franse posters geen genoegen meer nemen.” In reactie op klachten verving Le Chateau in zijn filialen in overwegend Engelstalige delen van Montreal een derde van de Franstalige teksten door Engelse. Ongeveer een kwart van de bevolking van Montreal is Engelstalig.

De recente proliferatie, vooral dankzij de actie van Galganov, van posters met teksten als Fresh Bread, Nothing to pay until September 1997 en 20% off in Montreal is leden van de regerende Parti Quebecois (PQ) in het verkeerde keelgat geschoten. Hardliners van de partij dringen er bij het kabinet op aan niet alleen de taalpolitie, maar ook het algehele verbod op Engels terug te brengen, zoals in het partijprogramma staat.

“Montreal is niet Frans genoeg”, aldus Louise Beaudoin, minister van Cultuur van Quebec en verantwoordelijk voor het Handvest op de Franse Taal. “Ons beleid is gericht op meer Frans.” Premier Bouchard staat echter niet om een extreme taalwet te springen. Het oplaaien van de taalstrijd in Quebec komt hem ongelegen, omdat hij probeert de kloof te verkleinen tussen de Engelstalige en Franstalige gemeenschap, die is verscherpt sinds de Quebecois vorig jaar in een referendum afscheiding van Canada met een uiterst krappe meerderheid verwierpen.

In april nog verklaarde Bouchard de taalkwestie een jaar te willen laten rusten om zich te kunnen concentreren op economisch herstel en meer werkgelegenheid. Beseffend dat een extreme taalwet buitenlandse investeerders afschrikt, heeft hij gemaand tot kalmte. Het huidige kabinetsvoorstel om de taalpolitie terug te brengen wordt door Bouchard beschouwd als een compromis.

Het plan is echter niet alleen onder Engelstaligen in verkeerde aarde gevallen. Ook werkgevers- en werknemersorganisaties hebben zich fel uitgesproken tegen de herinvoering van de taalpolitie, die moet nameten of de letters van Franse advertentieteksten wel tweemaal zo groot zijn als die op Engelse borden. “Een meetlat als belangrijkste middel om de hand aan de wet te houden is belachelijk, beschamend en vernederend”, verklaarde Gerald Larose, leider van de op een na grootste werknemersbond in Quebec. Aime Gagne van de grootste werkgeversorganisatie in de deelstaat noemde de taalpolitie 'het meest gehate orgaan in Quebec'. Toch zal het voorstel zo goed als zeker worden aangenomen door de Nationale Assemblee van Quebec, waar de PQ een ruime meerderheid heeft. Voor het einde van het jaar kunnen de taalinspecteurs dan de straat op. Galganov heeft al aangekondigd vervolgens een winkel te zullen openen met reclameborden van gelijke grootte in Engels en Frans, en te zullen weigeren een boete te betalen. “Ze zullen me of moeten oppakken, of moeten toegeven dat deze wet niet te handhaven is”, zegt hij. “Je kunt niet de ene taal promoten door een andere te vernietigen.”