Hij weet zich van geluk geen raad; Gesprek met choreoraaf Itzik Galili

“Ik prop mezelf vol met indrukken. Vervolgens kots ik die over mijn toeschouwers heen”, zegt de Israelische choregraaf Itzik Galili. In zeven jaar maakte hij maar liefst 36 stukken. Deze week gaat 'Chronocratie', zijn eerste avondvullende dansvoorstelling, in première. “Ik zou veel extremer willen zijn, maar het gaat niet. Ik ben nog te behaagziek.”

Met het wereldnieuws aan zijn voeten en zijn mond vol snoep, begon Itzik Galili om zich heen te kijken. Dankzij Nana, krantenverkoopster te Tel Aviv. In de ogen van een vijfjarige was ze oud. Iedere dag zat zij op dezelfde hoek van dezelfde straat achter haar stapel kranten. Hij zocht haar vaak op. Want ze had zuurtjes, chocolade en toffees.

Nana was stram in de benen, maar haar ogen keken alle kanten uit. Naar een manke hond. Naar een meisje. Naar om het even wat. 'Kijk Itzik! Kíjk dan!' Hij keek. Riep steevast 'o!' om wat hij zag - gretig, wetend dat Nana zijn mond niet open kon zien zonder er gauw weer een reep in te stoppen.

Zoals hij zich liet volproppen met beelden en lekkers, ongeveer zo is hij later gaan choreograferen, beaamt Galili nu. Bijna doorschijnend van vermoeidheid komt hij een week voor de première uit de Amsterdamse Stadsschouwburg na de muziekrepetitie van Chronocratie, zijn eerste avondvullende dansvoorstelling. “Wat ik eigenlijk doe is eten. Ik prop mezelf vol met indrukken. Vervolgens kots ik die over mijn toeschouwers heen. En dat is dan mijn werkelijkheid.” Hij probeert er vervaarlijk bij te kijken, wat niet lukt. Te opgewekt over een voor zijn doen gewaagde opmerking. “Kots! Sorry.”

Itzik Galili (Tel Aviv, 1961) wist in zeven jaar liefst 36 choreografieën te maken, onder meer voor de Israelische Batsheva Dance Company, Het Nationale Ballet, het Nederlands Dans Theater, Reflex en Scapino. Hij ontving in 1992 de publieksprijs op het Internationale Choreografenconcours Eigentijdse Dans in Groningen en won in 1994 de Philip Morris Finest Selections. Merendeels korte produkties maakte hij tot nu toe.

Ze vielen niet zozeer op door vernieuwende bewegingen. Galili is vertrouwd met de 'gecontroleerde ontspanning' die op het moment populair is in moderne dansvoorstellingen: met losse, terloopse armen en benen zoals in werk van de choreografen Ohad Naharin en Paul Selwyn Norton. Met de 'dode handjes' die bungelend een arm volgen. “Spannende handen, daar moet Galili niks van hebben”, zegt een van zijn dansers. Tel daarbij het type horizontale kamikazesprongen op waarmee Edouard Locks Canadese dansgezelschap La La La Human Steps faam verwierf, en Galili's stijl is ruw omschreven.

Het zijn ogenblikken. Momenten die in zijn voorstellingen soms maar een paar seconden duren en je verbaasd achterlaten. Dan toont Galili hoe hij met bijna niets de meester is van de beknopte samenvatting. Bijvoorbeeld in Trekidos (1992), over een driehoeksverhouding. Een danser zit op de grond. Hij geeft alleen even een rukje aan het been van een andere danser. Maar wel een bitter rukje. Alsof er een stempel snel en diep een afdruk in je herinnering plant. Om dezelfde reden is het fragmentarische Preliminary Sketch/ Silent Song (1994) één van zijn mooiste solo's geworden. Op het donkere toneel flitst steeds luttele seconden een klein lampje aan. De danseres kijkt dan alleen even omhoog. Of ze strekt een arm. Of ze wiebelt in kleermakerszit wat heen en weer. En peilloos eenzaam is ze.

Toch, mompelt Galili, is hij wel eens wakker geschoten met de gedachte: iedereen trapt er weer in. “Ik zou veel extremer willen zijn, maar het gaat niet. Ik ben nog te behaagziek.”

Na zijn diensttijd in Israel zou Galili gaan studeren. Hij wilde psycholoog worden. Maar eerst zou hij, zoals zoveel Israëlische jongens en meisjes na hun dienstplicht, op reis gaan. Om daarvoor te sparen werkte, hij tijdelijk in een hondentrimsalon, waar hij een getalenteerd kapper van poedels bleek. Galili werd bevorderd tot wedstrijdpoedelknipper. Moest naar hondenshows, verveelde zich een ongeluk en begon volksdansfeesten te bezoeken om zich af te reageren. Werd daar op zijn 22-ste door een danseres op het idee gebracht van dansen zijn beroep te maken. Met nauwelijks meer dan een paar weken volksdanservaring nam hij lessen in de juniorengroep van de Batsheva Dance Company.

Sigaretten

Tien maanden later kon hij als danser beginnen bij het gezelschap Bat Dor. Weer drie maanden later vond ook Batsheva Dance hem rijp genoeg, en keerde hij er terug om te werken met onder meer Ohad Narin en Daniël Ezralow, de choreografen die hem het sterkst beïnvloedden. “Naharin heb ik in mijn laatste half jaar bij Batsheva nog meegemaakt. Ik begon toen net zelf te choreograferen, dus zijn stijl heeft me zeker gegrepen. Ezralow kon je alleen een pakje sigaretten geven en dan maakte hij daar in twee dagen een prachtig ballet omheen. Hij leerde me ook dat je vooral door moet blijven werken als je vastloopt. Gewoon alvast beginnen met de volgende sectie. Daardoor kan ik nu zo snel choreograferen. Er zijn mensen die vinden dat ik teveel maak in te weinig tijd, maar ik zie niet in waarom. Een snel geschreven boek is ook niet per definitie slecht. Zolang je de verbeelding maar tart.”

Toch schroomt Galili niet zijn publiek expliciet op de zorgen van de wereld in het algemeen en die van de worstelende eenling in het bijzonder te wijzen. Daarbij gebruikt hij vaak woorden of andere middelen. Galili's voorstellingen zijn een wonderlijk mengsel van ongegeneerd engagement en grote gevoelens. Hij maakt verklarende filmbeelden, legt de dansers speurende teksten in de mond. Laat ze ook acteren. Dat kan soms de indruk wekken dat de ogen van de choreograaf wat groter waren dan zijn maag.

Zoals in Between L... (1995), waar hij een danser tussen twee grappen door laat zeggen: 'The Hutu's are killing the Tutsi's for an abstract idea.' Of in het kakafonische Ma's Bandage (1994), dat hij maakte wegens het 'groeiend maatschappelijk bewustzijn over het onrustbarend aantal gevallen van mishandeling'. Galili laat een danseres langdurig praten en krijsen in grote delen van die voorstelling, en projecteert op de naakte ruggen van andere dansers een filmpje van een babytje.

Uitroeptekens bij een uitroepteken zijn het, want Ma's Bandage is al huiveringwekkend genoeg tijdens een estafette-duet, waarbij alleen een trommel is te horen. Een danseres laat zich door wisselende mannen belagen. Als zij uitgeput naast zo'n man op de grond ploft, en zijn arm om haar schouder met een dof klapje weet af te weren maar ook terug te leggen, oogt ze getergder en verknipter dan de ijselijkste gil kan uitdrukken.

Itzik Galili wil geen koele choreograaf zijn in de stijl van bijvoorbeeld Hans van Manen, die vindt dat dans alleen dans behoort uit te drukken. Al bewondert hij Van Manen hevig, “omdat hij het lef heeft niet mee te doen aan de heersende mode van vrolijk-heftige whoe-haa-balletten”. Galili zegt juist doodernstig: “Ik choreografeer omdat ik wil weten wie ik zelf ben. Zodra ik begrijp waar het om gaat bij dans, kan ik ermee ophouden.”

Is hij verliefd, dan zullen we dat ook weten. Dan maakt hij een voorstelling als Uhlai, gedanst door hem en zijn vrouw, de danseres Jennifer Hanna. In Uhlai heeft Galili opnieuw dialogen verwerkt, nu onder het motto 'There are so many things that need to be said'. En een intevreden filmpje waarin Galili opgewekt tongzoent met zijn vrouw. Zelfs het formaat van het programmaboek werd ingezet om zijn geluk uit te dragen: het was onbetamelijk groot, met foto's van het paar op A-3 formaat. Maar ook in Uhlai werd hetzelfde geluk met verbluffend kleine middelen al vastgesteld. Galili hoeft slechts met gespreide armen zijn rug wat nors te krommen, en geschrokken staar je naar een man die zich van geluk opeens geen raad weet.

Zelfvertrouwen

Heeft zijn dans die extra woorden nodig? Galili: “Heeft dans een podium nodig? Nee dus. Maar het helpt wel. De tekst in Uhlai was niet bedoeld om iets toe te voegen. Ik gebruik tekst ter ondersteuning, het geeft me zelfvertrouwen. De structuren van de gesproken taal lijken erg op de taal van de dans. Ik bedenk vaak bewegingen bij woorden. Tekst daagt me uit dans te maken, en tegelijkertijd legt het me beperkingen op. Want in woorden kan iets heel sophisticated klinken. Maar het wordt pas helder met de juiste dans erbij.”

Hij kwam in 1991 naar Amsterdam om een meisje. “En niet, zoals nogal wat mensen denken, als een soort heroïsche vluchteling.” Twee weken nadat hij hier was gearriveerd, brak de Golfoorlog uit en sloten de theaters in Israel hun deuren. Een aantal van Galili's oude collega's uit de Batsheva Dance Company week uit naar Nederland om werk te vinden. Galili sloot zich bij hen aan en met steun van wat sponsors, het ministerie van buitenlandse zaken en het Amsterdamse theater Felix Meritis kon hun ad-hoc gezelschap Order 8 gaan optreden. In vier weken tijd studeerde de groep vier balletten in, waaronder Galili's Double Time en Kloovf. Toen de andere dansers van Order 8 weer terug gingen naar Israel, besloot Galili te blijven.

Krap een jaar later werd hij op het choreografenconcours in Groningen beschuldigd van plagiaat. De Finse, Franse en Nederlandse juryleden wezen zijn werk The butterfly effect tijdens de voorronde af omdat het teveel zou lijken op de voorstelling What the body does not remember van de Belgische choreograaf Wim Vandekeybus. Galili had zijn dansers net als Vandekeybus witte stenen laten gebruiken, maar daarmee hield de overeenkomst wel ongeveer op. De aanwezige danscritici namen het dan ook voor Galili op en vertrokken uit protest nog voor de finale begon. En de toeschouwers gaven The butterfly effect de publieksprijs.

Galili: “Ook al was de beschuldiging onterecht: de vernedering was zo totaal dat die prijs van het publiek me verbaasde. Sindsdien vraag ik me af wat mensen eigenlijk willen zien. Wat ook weer niet betekent dat ik de Olympus af wil om te entertainen.”

Hij wilde zelf de smaak van zijn publiek peilen. Chronocratie, een voorstelling in tien delen met veertien dansers, zeven piano's, een countertenor en een dansvloer die bedekt is met een dik matras, moest een graadmeter worden. Galili vroeg de van oorsprong Amerikaanse, in Nederland werkzame componist Gene Carl om muziek in losse segmenten te schrijven. Galili zou daarbij fragmentarische dans maken, en de toeschouwers zouden elektronische kastjes krijgen om de voorstelling naar believen te onderbreken en voor een ander deel te kiezen. Dat plan bleek onuitvoerbaar. “Minder tijd, minder geld om research te doen, ik werd gek van het compromissen sluiten en heb alles toen maar omgegooid.”

Chronocratie zou over tijd en macht gaan, en dus besloot Galili dat als de dansers dan niet door het publiek gemanipuleerd konden worden, ze dat zelf maar moesten doen. Nu voeren ze tijdens het dansen ook de muziek uit, geïnspireerd door de choreografie New Demons van Edouard Lock waarin de versterkte hartslag van iemand uit het publiek het ritme van de dansers bepaalt. Gene Carl componeerde mee met Galili's choreograferen. Het musiceren van de dansers bepaalt nu wat nog mogelijk is in hun bewegingen, wat weer de compositie beïnvloed. En die is op zijn beurt bepalend voor de choreografie. “Ik moest Gene Carl ervan overtuigen dat hij zijn compositie eenvoudig moest houden, zodat ik ook wat dansers overhield om te laten dansen”, zegt Galili. “De choreografie en de muziek zaten elkaar steeds in de weg, terwijl ze elkaar de hand moesten schudden.” “Ik moest Itzik zover krijgen dat hij me de dansers gunde om de muziek uit te voeren”, zegt Gene Carl. “Hij vroeg steeds of hij ze nou niet even achter de piano mocht weghalen. We liepen er voortdurend over te bekvechten: nou mag ík die danser even! Nee, ík!”

Uitputtend

Vier speelden er al goed piano, de anderen moesten alles leren. Zij die geen noten kunnen lezen, telden de toetsen tot ze de zeventig minuten muziek uit hun hoofd kenden. Voor twee delen waarin de choreografie al te uitputtend is, componeerde Carl op één kleur toetsen, zodat de klank niet vals wordt als de dansers van vermoeidheid de verkeerde toon aanslaan.

Bij de laatste muziekrepetitie in de Amsterdamse Stadsschouwburg, klinkt de muziek als een aanzwellend klokkenspel. Na om de beurt op dezelfde piano te zijn begonnen, schuiven de dansers door tot alle piano's, soms met groepjes van drie, bezet zijn. De een zit nog ingespannen met de neus op de toetsen, andere dansers krijgen de slappe lach of doen al spelend wat rekoefeningen. Terwijl de muziek steeds ingewikkelder en gelaagder wordt, blijft iedereen foutloos doorspelen en begint Gene Carl hardop te denken over een cd-opname.

Galili kijkt bezorgd: de film waarop de bewegingen van de dansers tijdens de voorstelling achterstevoren worden afgedraaid, is nog niet goed. En Jennifer Hanna is vooralsnog uitgeschakeld door een nekblessure, wat betekent dat er nu al zowel een musicus als een danseres ontbreekt. Bovendien moet zij aan het slot van de voorstelling een tekst uitspreken.

Het matras waarop tussen het carré van piano's wordt gedanst, heeft tijdens de eerste repetities de ene na de andere danser geveld. Galili gebruikt het om vertraging te suggereren - en inderdaad vervormt de vering dansers die lopen tot zwevende figuurtjes in slow motion.

De matten waarvan het gevaarte is gemaakt, lagen aanvankelijk zo los van elkaar dat er nogal eens een voet tussen bleef haken. En iedereen moest wennen aan de (on)mogelijkheden die zo'n verende grond een danser biedt. “Gewoon blijven staan en je evenwicht bewaren is het moeilijkst”, zegt danseres Sara Wiktorowicz. “Het duurde de helft van de repetitietijd voordat dat lukte. Maar bij een achterwaartse salto is het voordeel bijvoorbeeld weer dat je op je buik kunt landen, en daardoor kun je langer in de lucht blijven.” Galili: “Zo'n enorme sprong is voor dansers geweldig, het voelt alsof je speed hebt gebruikt. Maar je moet wel oppassen er niet overmoedig van te worden.”

Een dag later, tijdens het Amersfoortse Uitfestijn, is voor het eerst een deel van Chronocratie te zien, al is de voorstelling door omstandigheden niet erg representatief. Verderop rumoert de jaarlijkse braderie, een triatlon en een motorenshow; op het kerkplein staat voor Galili een krap bemeten podiumpje opgesteld. Als ook het kerkcarillon tijdens de voorstelling over het plein blijft klateren, slaat Galili zich op de knieën van het lachen. De piano's zijn voor de dansers nauwelijks nog te horen, iemand verliest een manchet van zijn kostuum en de timing voor de dans is zoek omdat de toetsen van de spiksplinternieuwe piano's veel stroever zijn, dus langzamer blijken dan verwacht. De dansers improviseren de ene spektakelsprong na de ander en als de uitgelaten toeschouwers o! beginnen te roepen komt Galili niet meer bij.

Volgend jaar, zegt hij, hoopt hij op het Holland Dance Festival een choreografie uit te laten voeren die hij al eerder maakte, maar die in Nederland nog niet is uitgevoerd. Een zestigjarige krijgt de hoofdrol. Het stuk heet Trough Nana's Eyes.

Chronocratie van Itzik Galili. Stadsschouwburg Amsterdam, 15 en 16 sept. (voorpremières); Stadsschouwburg Heerlen, 18 sept. (première); Cultureel Centrum De Vest Alkmaar, 19 sept.; Theater aan het Spui Den Haag, 21 sept.; Leidse Schouwburg Leiden, 24 sept.; Theater De Flint Amersfoort, 28 sept. Tournee t/m 9 nov. Inl. 020-6894991