Halve waarheid dupeert Sandfort

De heer Heineman uit Maastricht heeft op 3 september in deze krant zijn opinie gegeven ('Pedofilie is helemaal niet onschuldig') over het onderzoek van dr. Theo Sandfort (Universiteit Utrecht) naar seksuele ervaringen in de jeugdjaren.

Sandfort probeert in het huidige debat over seks tussen volwassenen en jeugdigen een nuancering aan te brengen, in die zin dat zijn onderzoek aan het licht bracht dat sommige jongens hun seksuele ervaring met een volwassen man niet als beschadigend hebben ervaren, misschien zelfs als positief. Dat deze feiten in wetenschappelijk onderzoek naar voren komen, betekent in de visie van Sandfort nog niet dat pedofilie dan ook maar 'moet kunnen'. Een wetenschappelijke waarneming van deze aard kan, na de afschuwelijke berichten uit België en de alleszins begrijpelijke emoties daarover, niet zonder meer op een neutrale ontvangst rekenen.

Het lijkt een redelijke eis dat degene die een uitspraak doet over andermans wetenschappelijke bevindingen, kennis neemt van al hetgeen iemand hierover heeft geschreven. Dat doet Heineman niet. In zijn beschrijving van Sandforts werk verwijst hij naar een voorstudie die ook door Sandfort zelf als niet-representatief is aangemerkt. Deze voorstudie was in feite aanleiding voor Sandfort om deze materie aan een nadere kritische toetsing te onderwerpen, hetgeen gebeurd is in zijn proefschrift van 1988. Wat daar uit naar voren kwam was dat in de herinnering van jongemannen met een verleden van seksuele contacten met volwassen mannen, de mate van vrijwilligheid c.q. machtsmisbruik richtinggevend was in de latere al of niet traumatische beleving hiervan.

Het lijkt erop dat Heineman denkt dat zo'n wetenschappelijke bevinding kwaad kan. Maar ook in de visie van Sandfort hoeft een wetenschappelijke uitkomst niet noodzakelijkerwijs richtsnoer te zijn voor maatschappelijke, ethische, pedagogische en juridische stellingnames inzake pedofilie. Ouders laten zich in hun opvoeding van kinderen niet steeds leiden door uitkomsten van de wetenschap en gezien de beperkingen die iedere menselijke activiteit, ook de wetenschapsbeoefening, aankleven, is dat wellicht maar goed ook.

Het lijkt erop dat Heineman zich richt op het beschadigen van de wetenschappelijke reputatie van Sandfort, en dat hij er niet op uit is een bijdrage te leveren aan een beter wetenschappelijk inzicht in de gevolgen van seksuele contacten in de jeugdjaren. In zijn poging om via op zich redelijke methodologische argumenten van wetenschapsbeoefening zijn gelijk te halen 'vergeet' Heineman het omvangrijke promotieonderzoek van Sandfort. Wij vinden dat onderzoek zó moet zijn ingericht, dat de hypothese van de onderzoeker wel of niet wordt gesteund. Aan die voorwaarde is in het promotieonderzoek van Sandfort zeker voldaan.

Heineman heeft het recht met Sandfort wetenschappelijk en anderszins van mening te verschillen. Sandfort verdient dan wel om compleet geciteerd te worden. Halve waarheden pakken vaak vervelend uit en stellen Sandfort in deze emotionele discussie, ten onrechte, in een verkeerd daglicht.

Wellicht heeft Heineman zijn persoonlijke visie op pedofilie willen geven, iets wat zijn goed recht is, maar in die visie is dan een oneigenlijke manier van aanhalen van de wetenschap geslopen.