Étude over vrouwelijk verraad

Alfred Birney, Sonatine voor zes vrouwen. Contact, 126 blz., ƒ 29,90

In alle literatuur is muziek hoorbaar, in het ritme en in de klank van de taal, maar afgezien daarvan is de muziek zelf een overvloedig gebruikt literair thema. Muziek kan in een roman dienen als metafoor voor het leven als een (samen)spel, als pleidooi voor concentratie, als uitdrukking van een verlangen naar virtuositeit.

Alfred Birney (1951) heeft zijn nieuwe roman Sonatine voor zes vrouwen conform de titel opgezet als een klein muziekstuk voor een of meer instrumenten waarvan de verschillende delen een centrale gedachte uitwerken. Arno de hoofdpersoon is een geïsoleerd levende klassieke gitarist-componist. Hij zoekt de ideale vrouw die moet beantwoorden aan zijn beeld van complete onschuld: een blond meisje in een witte zomerjurk. Misschien is zij het (tweeling)zusje dat hij vermoedelijk ooit heeft gehad, of het lagere-schoolvriendinnetje dat ineens ging emigreren. Op zijn achttiende ontmoet hij een feeëriek meisje dat eveneens naar een buitenland verdwijnt; jaren later komt hij dankzij zijn muziek in aanraking met een jonge vrouw met wie hij een kortstondige liefdesavontuur beleeft. Mogelijk kent hij haar al, is zij identiek aan zijn eerste fee, maar belangrijker is dat ook zij vrijwel onmiddellijk na hun kennismaking naar het buitenland vertrekt. Dat buitenland is een inhalig monster dat ook zijn ouders heeft opgeslokt, zodathij al jong aan zijn lot werd overgelaten.

Sonatine voor zes vrouwen, Alfred Birneys vijfde boek, heeft drie delen, waarvan het eerste zich afspeelt in de lente van 1989. Arno is dan 36. Hij heeft een onbevredigende verhouding met een oudere, getrouwde violiste met wie hij regelmatig optreedt op literaire avonden. Het stoort hem dat op dit soort bijeenkomsten de muziek ondergeschikt gemaakt wordt aan de literatuur, zoals het hem evenzeer ergert dat de muziek slechts het voorspel is tot zijn vrijages met de violiste. Deel twee gaat achttien jaar terug in de tijd en beschrijft de zomer en herfst van 1971, toen hij als adolescent voor het eerst verliefd was. In deel drie is het 1962, en is Arno negen jaar. Of deze mathematische reeks (36-18-9 jaar oud) een bedoeling heeft, blijft onduidelijk, zoals er ook geen dwingende reden lijkt te zijn om het verhaal achterstevoren te vertellen.

Verhaal is trouwens niet het juiste woord voor de verzameling associatieve gedachten en beelden in dit gebeurtenissen- en ideeënarme boek, dat impliciet draait om het thema verraad. Volwassen vrouwen zijn verraderlijk wegens hun liefdeloze, verdorven seksualiteit. Onschuldige vrouwen plegen verraad door zomaar te verdwijnen. Het gebrek aan narratieve kwaliteiten wordt niet gecompenseerd door verrassend taalgebruik of - wat de titel belooft - muzikaliteit. 'De laatste keer dat hij zijn ouders heeft gezien, is een paar jaar eerder (...)', is een zin die niet uitmunt door helderheid. 'De avond was al oud, de nacht ging vallen', klinkt wat al te plastisch om poëtisch te zijn.

Veel meer dan een aantal moeizaam gespeelde études heeft Birneys sonatine niet om het lijf.