Dit is een ongeluksdag

Wie het vandaag in zijn hoofd haalt om te reizen of te huwen zij gewaarschuwd. Het staat onomstotelijk vast dat het risico op rampspoed op vrijdag de dertiende verhoogd is. De ernstigste treinramp in de Nederlandse geschiedenis vond niet voor niets plaats op vrijdag 13 september 1918 te Weesp.

Statistische gegevens wijzen uit dat op vrijdag de dertiende 25 procent meer ongevallen gebeuren. Verkeersdeelnemers zijn die dag extra op hun hoede en veroorzaken daardoor meer ongelukken.

De lotgevallen van de bemanning van de Apollo 13 spreken ook boekdelen. Op het laatste moment werd de onfortuinlijke bemanning voor Apollo 14 overgeplaatst naar Apollo 13. Amper een uur voor vertrek werd de eerste astronaut geveld door de mazelen, en vervangen. Toch steeg het ruimteveer op, en wel precies om 13 uur 13 op vrijdag de dertiende april 1970. Een paar seconden na de lancering ontplofte de zuurstoftank. De bemanning ontkwam ternauwernood aan de verstikkingsdood. Getalvrezenden waren er snel bij om deze rampvlucht te verklaren. De wetenschap is tot alles in staat, maar niet tot het overwinnen van de desastreuze invloed van vrijdag de dertiende.

De fatale invloed van 13 heeft een christelijke oorsprong. In de Middeleeuwen ging men ervan uit dat getallen de sleutel waren tot het mysterie van het universum. In het Boek der Wijsheid schrijft Augustinus: “Gij hebt alles geordend naar maat, getal en gewicht.” In de Europese kloosters speurden vele generaties monniken de bijbel af op betekenisvolle getallen. Het belangrijkste getal bleek 12 te zijn. Er waren 12 stammen in Israël en twaalf patriarchen. De 12 apostelen waren uitverkorenen uit alle geslachten van Israël. Twaalf werd beschouwd als het meest volmaakte en harmonieuze getal. Wie deze harmonie wil overtreffen tart natuurlijk het noodlot. Een beetje zoals Judas dat deed toen hij als laatste aanschoof tijdens het laatste avondmaal. Maar ook heksenkringen bestaan altijd uit 13 personen. Kortom: 13 is de duivel.

Vrijdag heeft een soortgelijke betekenis. Adam werd door Eva verleid op een vrijdag. Tot overmaat van ramp werd Christus, duizenden jaren later, ook nog eens gekruisigd op een vrijdag. De heksensabbat werd vanzelfsprekend altijd vrijdags gehouden. Tot midden deze eeuw golden niet alleen vrijdag de dertiende maar alle vrijdagen als ongeluksdagen. Een in onbruik geraakt spreekwoord zegt: “Wie een luis doodt op vrijdag krijgt er negen nieuwe voor terug.”

De angst voor vrijdag de dertiende zit er nog steeds goed in. In de gemeente Urk vindt geen enkel huwelijk plaats vandaag, hoewel vrijdag normaliter de favoriete trouwdag is. Wie per se op verdieping of kamer 13 wil overnachten moet lang zoeken. In het hoogste hotel van Amsterdam, het Okura-hotel, bestaan beide niet. Dit geldt voor bijna alle internationale hotelketens. Bij een Belgische steekproef, eind jaren zeventig, bleken in 18 van de 22 nationale hotels in West-Vlaanderen de kamers 13 te ontbreken. Vliegtuigen hebben eveneens geen rij 13. Japan Airlines slaat de rijen 13 tot en met 17 over, hoewel in Japan het getal 13 juist geluk zou brengen. Om de westerse klanten niet de stuipen op het lijf te jagen zijn deze rijen toch maar verwijderd. Bij interne vluchten bestaat rij 13 wel.

In de loop der tijd zijn creatieve oplossingen gevonden om het nummer 13 te omzeilen. In vissersgemeenschappen als Katwijk of Egmond werd op het dertiende kantje haring 12 A opgetekend. Bij Parijse huisnummers vind je dezelfde elegante oplossing.

Waar gevaar is zijn lefgozers die het ongeluk recht in de ogen willen kijken. Rond de eeuwwisseling bestond in Londen al de zogenaamde Dertienclub. De ingewijde kwam de club binnen door onder een ladder door te lopen. In de zaal waren louter tafels voor 13 personen gedekt.

In het casino, de plek waar de magie van het getal hoogtij viert, loopt het storm op 13 september. In het Amsterdamse casino zijn alle arrangementen al weken uitverkocht, terwijl er op alle andere vrijdagen nog volop plaats is. Sinds ongeveer vijftien jaar wordt gokken op vrijdag de dertiende als extra spannend ervaren.

Hilton Amsterdam trekt ook een lange neus naar het ongeluksgetal. De begane grond is daar tot dertiende verdieping omgedoopt. General Manager Roberto Payer verklaart: “Toen Hilton Amsterdam ontworpen werd was de zoon van Barrell Hilton 13. Hij beschouwde 13 bovendien als zijn geluksgetal.”

De antropoloog Jojada Verrips, die vele studies verrichte naar animisme in moderne samenlevingen, wijst erop dat ook het uitdagen van het getal 13 blijk geeft van respect voor het ongeluksgetal. Het archaïsch denken is mensen eigen. Verrips: “Het tegendeel geloven is ook geloven. Zoals mijn oude leermeester professor Van Baal al zei: 'Je gelooft of je gelooft niet, maar je gelooft niet bij.' ”

Toch bestaan er wel degelijk mensen, of liever gezegd helden, voor wie een ongeluksgetal niets dan bijgeloof is. Zeno Lampe, eind jaren zestig twee keer skikampioen van Nederland, was het worst welk rugnummer hij kreeg: “Ik vond het wel lekker wanneer ik 13 kreeg. Dan dachten mijn uitdagers dat het niks werd.” De ex-voetballer Johan Neeskens was ook zo'n man. In het Nederlandse voetbal van de jaren zeventig mochten voetballers zelf hun vaste rugnummer uitzoeken. Neeskens bleef altijd in de schaduw staan van de vermaarde nummer 14, Johan Cruyff. Uitdagend nam Johan Neeskens daarom nummer 13. Eddy Poelman van Studio Sport (NOB): “Meestal kregen reservekeepers nummer 13, want die spelen bijna nooit. Maar in Oranje wilde niemand nummer 13, dus nam hij die wel.”

Tijdens de finale van de Wereldkampioenschappen 1974 zou nummer 13 een speciale rol vervullen. Neeskens scoort vlak na de aftrap. 1-0 voor Nederland. Breitner maakt in de tweede helft een goal voor Duitsland. Maar vlak voor het eindsignaal staat er weer een nummer 13 op het scorebord: Gerd Müller, 'der Bomber der Nation'. Voetbalminnend Nederland is nog steeds getraumatiseerd door dit laatste doelpunt. Nummer 13 had zijn onheilspellende werking weer eens laten gelden. Aan de andere kant van de grens werd 13 echter binnen een tiende van een seconde van ongeluks- tot geluksgetal.

    • Jan Maarten Deurvorst