De dingen zien zoals ze zijn; Roman van Martin Hartkamp

Martin Hartkamp: Iris. Bert Bakker, 330 blz., ƒ 39,90.

Het is een duizelingwekkend volle wereld die Martin Hartkamp oproept in zijn romans. Vol in, zoals dat dan - helaas - heet, 'intertekstuele' zin. Geen personage in zijn romans dat geen voorganger in de Europese literatuur heeft. Geen naam die niet een betekenisvolle verwijzing is naar andere, legendarische namen in en buiten de literatuur. En er ontwikkelt zich geen drama in Hartkamps boeken dat niet al eens eerder zo is vastgelegd. Bij voorkeur eeuwen geleden, door een verteller wiens naam meestal vervlogen is, maar wiens verhalen ergens in ons collectieve geheugen zijn verborgen.

De romans van Hartkamp verhouden zich, met andere woorden, tot de literatuur- en kunstgeschiedenis als de prins tot Doornroosje. Om de zoveel bladzijden wordt er een oud 'verhaal' wakker gekust.

Dat was al zo in het onderschatte Flitslicht, dat drie jaar geleden verscheen. En ook in zijn nieuwe roman Iris zijn heden en verleden weer onlosmakelijk met elkaar verbonden. Iris doet er bovendien een schepje bovenop. De roman kust ook Flitslicht wakker: de personages zijn voor een belangrijk deel dezelfde en de vorm van vertellen en de thematiek zijn verwant. Alsof Hartkamp zeggen wil - en voor een schrijver lijkt me dat een gezonde opvatting - dat de literatuurgeschiedenis op het moment dat hij begon te schrijven aan een nieuw boek, bestond uit alles wat er al was, plús Flitslicht.

Dat Flitslicht was een verwoestende liefdes- en vriendschapsgeschiedenis van vier personen: de schrijver Castor, de fotograaf Pelle en de twee 'fatale vrouwen': Iris, de dochter van Castor, en Nora, Pelle's grote geliefde. In Iris zijn de eerste en de laatste naar de achtergrond verdwenen. Centraal staat nu de figuur Iris, een 18-jarig meisje dat een vermoedelijk onmogelijke, tot mislukken gedoemde liefde heeft opgevat voor Pelle, een man die haar vader zou kunnen zijn.

Net als Flitslicht draait Iris dus om een heel eenvoudig gegeven, dat je tegenwoordig soap-achtig zou noemen. Krijgen Iris en Pelle elkaar of krijgen ze elkaar niet? En zo ja: loopt het goed af of rampzalig? Die vraag verweeft Hartkamp met een reeks van bestaande verhalen over onmogelijke liefdes, angst voor de liefde, verwoestende geheimen en explosieve jaloezie. Ginger Rogers en Fred Astaire, Casanova, Othello en Desdemona, Oedipus, Mary Poppins - elk betekenisvol personage en bijbehorend verhaal uit het verleden dat de revue kàn passeren, passeert de revue. En onthult iets van het antwoord op de vraag of er op Iris' liefde voor Pelle zegen rust of niet.

De 'soap-achtige' vraag wordt - door al die verwijzingen - langzaam maar zeker een kwestie van levensbelang, want een kwestie die mensen al eeuwen bezig houdt. 'De dingen zien zoals ze zijn', is Iris' missie. En de liefde groeit uit tot haar belangrijkste onderzoeksterrein: wat is de aard van de menselijke natuurwetten, de 'dingen' die op die liefde inwerken? De zoektocht naar het antwoord op die vraag werpt niet alleen een ander, verrassend licht op de gebeurtenissen in Flitslicht; hij maakt die eeuwige vraag zelf ook weer even belangrijk.

Dat effect maakt van Hartkamp een belangrijk auteur. Zijn verwijzingsdrift is geen imponeerschrijverij of een flauw, schematisch postmodernistisch spelletje. Er zijn in Nederland schrijvers die Shakespeares Othello verplaatsen naar een hedendaagse pizzeria en dat geweldig 'cool' vinden. Zo'n auteur is Hartkamp gelukkig niet.

In de eerste plaats is Hartkamps stortvloed van verwijzingen een mooie manier om uit te drukken, dat de Europese literatuur- en kunstgeschiedenis een onontkoombare bron van wijsheid is over de menselijke soort. Ook de auteur van nu, die schrijft over contemporaine mensen, kan er niet om heen. De wetten die Oedipus, Othello en verwante ongelukkige zielen de vernieling inhielpen, zijn bij Hartkamp nog steeds van kracht. Net iets anders, maar niet wezenlijk.

In de tweede plaats is de dynamiek van oud en nieuw in zijn romans een effectieve vorm van vertellen om de lezer nauw bij de personages te betrekken. De personages mogen dan doorgaans half in het duister vertoeven, voor de lezer scheppen alle verwijzingen een meeslepend soort helderheid: 'die kant zal het wel opgaan'. Meeslepend, omdat Hartkamp nooit tè helder wordt; daarvoor reikt hij weer tevéél verhalen aan, maakt hij tevéél uitstapjes naar mogelijke ontknopingen. De lezer is in zijn vermoedens de personages één stap voor, maar ook niet meer dan dat.

Dat het uiteindelijk allemaal rampzalig afloopt, is geen verrassing. Maar de manier waarop het noodlot Iris en Pelle in hun liefde treft, overvalt je als lezer toch, tegen je verwachtingen in. Iris - door en door hedendaags - heeft aan het slot meer 'dingen' gezien dan haar lief is. Oude dingen, die haar onvrij in de liefde maken. 'Ze liep heel langzaam alsof ze geen hand voor ogen kon zien. Ze zag alles. Daarom moest ze ook zo huilen, omdat zij nog alles zag.' Iris is een gloednieuwe marionet aan heel oude touwtjes. Mooi dat dat toch weer, voor de zoveelste keer, ontroert.