Corruptievirus besmet ook kabinet-Aznar

José María Aznar, de man die sinds mei leiding geeft aan het centrum-rechtse kabinet in Spanje herhaalde het de afgelopen week nog maar eens een keer: de tijden van schandalen in de politiek zijn met de nieuwe regering definitief voorbij.

De bezweringsformule van de regeringsleider maakte echter weinig indruk, want het nieuwe politieke seizoen is koud begonnen of Spanje pakt moeiteloos de draad op van de voortrommelende kwesties die eerder leiden tot het aftreden van het kabinet van ex-premier González. De socialistische oppositie is nog steeds verlamd door de mogelijkheid dat González in de komende maanden voor de rechter te moeten verschijnen. Maar ook het nieuwe kabinet is inmiddels besmet met het corruptie-virus.

“U moet kalm zijn”, maande premier Aznar deze week zijn landgenoten. “Er is geen reden tot paniek, want ik ben ook kalm.” Aanleiding waren de beschuldigingen van corruptie aan het adres van de nieuwe minister van defensie, Eduardo Serra. “Serra heeft me alles uitgebreid uitgelegd. Als hij gerust is, ben ik het ook”, aldus Aznar.

Alles wijst op een gevoelig gezichtsverlies van de regering. De kwestie-Serra dreigt het kabinet mee te sleuren in een van de meest spraakmakende corruptie-schandalen die Spanje rijk is. Het dagblad El Mundo vuurde deze week dagelijks nieuwe beschuldigingen af op de minister. Serra zou hebben afgeweten hebben van steekpenningen die zijn betaald door twee bouwbedrijven waar hij in het bestuur zat. Ontvanger was de ex-directeur van de Guardia Civil en boegbeeld van de corruptie onder de vorige regering Luis Roldán. Serra zou een zwager hebben laten voorgetrekken bij bouwopdrachten van de Guardia Civil. De minister van defensie zou ook nog eens een bestuurspost hebben aanvaard bij een bouwbedrijf dat eerder goed verdiende aan opdrachten die hij eerder als bewindsman had goedgekeurd.

Voor El Mundo was de zaak duidelijk: het is nodig om de “rotte schakels” tussen de nieuwe regering en het oude regiem te verwijderen. Aznar toonde zich te midden van de commotie een goed leerling van voorganger González, die het trucje op zijn beurt heeft afgekeken van Spanjes voormalige Caudillo, Francisco Franco. Terwijl de aangeslagen minister van defensie heen en weer rende om zich in de media te verdedigen - met uitzondering van El Mundo - liet de premier dagen niets van zich horen. Om uiteindelijk met een tamelijk nietszeggende verklaring het vertrouwen in de minister uit te spreken.

Aznars oproep tot kalmte mocht niet verhinderen dat binnen zijn eigen partij publiekelijk stemmen opklonken dat minister Serra - die als onafhankelijk bewindsman eerder posities bekleedde in kabinetten van González - maar beter kon aftreden. Het vuurtje op de brandstapel onder Serra werd bovendien nog eens warm gehouden door vice-premier Francisco Alvarez Cascos. Alavarez Cascos, die zich in de afgelopen maanden de reputatie verwierf van botte koppensneller die het vuile werk in het kabinet opknapt, beoordeelde de aanvallen van zijn partijgenoten op Serra uiterst mild. Dat de vice-premier juist vorige week ruzie had gemaakt met zijn ambtgenoot op defensie kan daarbij nauwelijks toeval worden genoemd.

Die ruzie ging uitgerekend over het eveneens weinig imponerende optreden dat de regering de afgelopen weken ten beste gaf naar aanleiding van de Spaanse inlichtingendienst Cesid. De vice-premier en minister-president betwisten de zeggenschap over de eveneens door schandalen geplaagde spionagedienst. Serra wordt door zijn politieke tegenstanders - die zich ook op ruime schaal binnen de regeringspartij bevinden - verweten verantwoordelijk te zijn voor de weigering van het kabinet om dossiers van de Cesid over te dragen aan de rechtelijke macht. Dit in verband met het lopende onderzoek naar de doodseskaders die in de jaren tachtig werden ingezet tegen de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Daarmee onderscheidt de nieuwe regering zich in niets met de vorige regering, met dat verschil dat Aznar nog zijn geloofwaardigheid te verliezen heeft. Twee onderzoeksrechters hebben inmiddels de regering op de vingers getikt met de beschuldiging dat ze het gerechtelijk onderzoek blokkeert.

Het optreden van het kabinet werd er niet sierlijker op met een wetsvoorstel om het staatsgeheim aanmerkelijk aan te scherpen. Een stortvloed van kritiek was het gevolg, waarbij de wetten werden veroordeeld als een draconische maatregel om van lastige pottenkijkers af te komen. Het meest pijnlijke was wellicht nog het oordeel van de juist door Aznar benoemde algemene staatsaanklager Juan Ortiz Urculo. De politiek benoemde Ortiz Urcullo uitte in een interview met El Mundo - scherpe kritiek op zowel de weigering van de regering om de Cesid-papieren over te dragen als het nieuwe wetsontwerp van de staatsgeheimen. Inmiddels heeft de regering onder druk van alle kritiek bakzeil gehaald en officieel aangekondigd het wetsontwerp nog eens nader te bezien.

Het optreden van de regering nam de socialistische oppositie veel werk uit handen. Dat komt González goed uit want nog hangt hem als een zwaard van Damocles de zaak van de doodseskaders boven het hoofd. Vorige week besloot het Hooggerechtshof dat een verzoek om González te horen in behandeling dient te worden genomen.