Zalm ziet Nusse-zaak als test STE; Door onze financiële redactie

DEN HAAG, 12 SEPT. De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) moet haar geloofwaardigheid als toezichthouder op de beurs bewijzen in het nieuwe onderzoek dat zij doet naar de controle op de failliete effectenmakelaars Nusse Brink en Regio Effekt.

Dat heeft minister Zalm (Financiën) gisteren duidelijk gemaakt in een overleg met de fractiespecialisten voor Financiën in de Tweede Kamer. “De STE begrijpt dat dit diep en grondig moet worden uitgezocht”, aldus Zalm. “Als er sprake zou zijn van een cover up dan gaat het toezicht terug naar Financiën.”

Zalm heeft drie weken geleden een nieuw onderzoek gelast naar de rol van het beurstoezicht bij de ondergang van Nusse Brink en Regio Effekt. De minister nam dit besluit nadat raadsman J. Hoff van een gedupeerde zakenrelatie van Nusse Brink in een brief nieuwe feiten had gepresenteerd over de rol van het controlebureau van de beurs in de affaire Nusse Brink.

Nusse Brink en Regio Effekt zijn in 1993 failliet gegaan na financieel wanbeheer en overtreding van de beursregels. Tegen twee voormalig directeuren van Nusse Brink loopt een strafzaak. Hoff heeft namens zijn cliënt - F. van den Broek, ouddirecteur van het gelijknamige effectenkantoor - wegens falend toezicht een schadeclaim ingediend bij de beurs. De STE, die namens het ministerie toezicht houdt op de financiële markten, maakte gisteren bekend dat zij het onderzoek naar de ondergang van beide effectenmakelaars zal uitvoeren in samenwerking met het accountantskantoor Coopers & Lybrand. Met het onderzoek moet worden vastgesteld “op welke wijze de beurzen Nusse Brink en Regio Effekt hebben gecontroleerd”. Daarnaast komen de maatregelen en werkwijze van de beurzen naar aanleiding van deze controles aan de orde.

Voor Coopers zal onder meer prof. drs. J.A. van Manen RA, hoogleraar accountancy in Groningen, deelnemen aan het onderzoek van de STE. Bij de STE zijn de medewerkers drs K.J. Vogel RA en drs J.L.J. van Nijnatten RA daarvoor aangewezen.

De STE verwacht het onderzoek nog dit jaar af te ronden en rapporteert daarna aan de minister. De Kamer wil dat Zalm nog vóór het kerstreces rapporteert over het STE-onderzoek. De minister “zal proberen daaraan te voldoen”. Hij zegde de Kamer toe haar “binnen de grenzen van wat mogelijk is” over de resultaten te informeren, desnoods vertrouwelijk.

Kamerlid Smits (CDA) had liever gezien dat Zalm het onderzoek had opgedragen aan de Algememe Rekenkamer: “Waarom houdt u de STE niet uit de wind”, aldus Smits. “Die is nog onvoldoende op stoom om dit onderzoek te doen.”

Volgens de minister zou daarmee echter de positie van de STE worden ondergraven. “Het zou kunnen dat ze zich er de eerste keer onvoldoende van vergewist hebben wat er is gebeurd”, aldus Zalm. “De STE moet zich kunnen revancheren.”

De Tweede Kamer stemde gisteren in met het beleid van de minister meer menskracht en financiële middelen vrij te maken voor het beurstoezicht en de bevoegdheden van de STE verder uit te breiden ten koste van de taken van het controlebureau van de beurs.

De minister zegde toe er bij de minister van justitie op aan te dringen dat de twee officieren van justitie in Amsterdam die zijn belast met strafzaken op financieel gebied minimaal drie jaar in functie blijven. Op die manier wil de Kamer deze officieren de tijd gunnen voldoende deskundigheid op te bouwen.