VERKIEZINGEN IN BOSNIË

Bij de verkiezingen van vandaag in Bosnië zijn door de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE 29 partijen toegelaten. De belangrijkste zijn de volgende.

Gezamenlijke Lijst van Bosnië-Herzegovina (ZLBIH); een in juni gevormde coalitie van vijf oppositiepartijen die ijveren voor een multi-etnisch, pluriform en verenigd Bosnië; bestaat uit de Kroatische Boerenpartij (HSS) van Ivo Komsic, de Sociaal-Democratische Unie (USDB) van Selim Beslagic, de burgemeester van Tuzla, de (ex-communistische) Sociaal-Democratische Partij (SDP) van Nijaz Durakovic, de Republikeinse Partij van (de Bosnische Kroaat) Stjepan Kljuic en de Bosnische Moslim-Organisatie (MBO); is vooral sterk in de regio Tuzla, waar het vreedzaam samenleven van de etnische gemeenschappen nog werkelijk functioneert. Slogan: 'De tijd is gekomen'.

Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ), het Bosnische filiaal van de partij van de Kroatische president Franjo Tudjman; opgericht in 1990. Leider: Bozo Rajic. Voorstander -zij het niet langer openlijk- van aansluiting van het gebied van de Bosnische Kroaten bij Kroatië; heeft verhinderd dat in het gebied van de Bosnische Kroaten andere partijen campagne hebben gevoerd. Slogan: 'De vrede is onze keus'.

Partij voor Bosnië-Herzegovina (SBiH); in april gesticht door ex-premier Haris Silajdzic, die in januari wegens aanzienlijke meningsverschillen over het nationalistische karakter van de regeringspartij uit de SDA werd gezet. Silajdzic is een krachtig en welbespraakt voorstander van een multi-etnische Bosnische eenheidsstaat en de meest serieuze rivaal van Izetbegovic.

Het Democratisch-Patriottische Blok (DPB), waarvan de Volkspartij Nikola Pasic, de Partij van het Vaderland (OS), de Boeren-Arbeiderspartij (SRS), de Democratische Partij (DS) en de Centrum-Democratische partij (SDC) deel uitmaken. Voorzitter is Predrag Radic, burgemeester van Banja Luka, een criticus van Karadzic (die hij het isolement van de Bosnische Serviërs, zelfverheerlijking en corruptie verwijt), maar ook een van de architecten van de 'etnische zuiveringen' in Banja Luka en omstreken.

Partij van Democratische Actie (SDA), de belangrijkste partij van de moslims; in 1990 opgericht door Alija Izetbegoviç, president van Bosnië, die haar nog steeds leidt; vergaarde bij de verkiezingen van 1990 de meeste moslim-stemmen op zich; nationalistische partij, vooral populair onder moslims buiten de grote steden. Slogan: 'SDA voor een verenigd Bosnië'.

Servische Democratische Partij (SDS), ultra-nationalistische partij, in 1990 gesticht door de nu van oorlogsmisdaden beschuldigde Radovan Karadzic. Sinds zijn aftreden wordt de partij geleid door Aleksa Buha, minister van Buitenlandse zaken van de Servische Republiek, een man die, net als de andere kopstukken van de SDS, president Biljana Plavsic van de Servische Republiek en parlementsvoorzitter Momcilo Krajisnik, het gedachtengoed van Karadzic blijft uitdragen. De SDS pleit voor etnische segregatie en afscheiding van de Servische Republiek, die bij Joegoslavië zou moeten worden gevoegd. Slogan: 'We hebben gewonnen, we gaan door'.

Alliantie voor Vrede en Vooruitgang (SMP), waarvan de Socialistische Partij van de Servische Republiek (SPRS) van Zivko Radisic (de belangrijkste oppositiepartij in de Servische Republiek), de Partij van Onafhankelijke Sociaal-Democraten (SNSD), de communistische partij Joegoslavisch Links (JUL), de Sociaal-Liberale Partij (SLS) en de Nieuwe Arbeiderspartij (NRP) deel uitmaken. De JUL is de Bosnische tak van de gelijknamige Joegoslavische partij, die wordt geleid door de invloedrijke echtgenote van de Servische president Milosevic. De SMP is de 'stem' van Slobodan Milosevic in de Servische Republiek.

Partij van Servische Eenheid (SSJ), geleid door de Serviër Zeljko Raznjatovic, alias Arkan, een van de meest beruchte para-militaire leiders in zowel de Kroatische als de Bosnische oorlog. De Tijger-militie heeft zich in beide oorlogen aan 'etnische zuivering' op grote schaal schuldig gemaakt. Arkan is niet door het Haagse VN-tribunaal maar wel door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken als oorlogsmisdadiger aangemerkt.