Parijs overweegt 'halve' amnestie bedrijfscorruptie

PARIJS, 12 SEPT. In Frankrijk is met enig ongeloof gereageerd op een plannen van de regering om verdachten van vormen van corruptie in het bedrijfsleven minder zwaar te gaan aanpakken. Critici spreken van 'semi-amnestie' voor verdachten van grote corruptie.

De ideeën, waar de regering snel wettelijk vorm aan wil geven, zijn afkomstig van de senator Philippe Marini, een partijgenoot en naaste medewerker van premier Juppé. Hij pleit over het algemeen voor een meer open en marktgerichte benadering voor de Franse economie. Zo ijvert hij al jaren voor het opheffen van allerlei concurrentie-vervalsende vormen van staatsinmenging in het Franse bankleven.

Deze week trok hij een ander soort aandacht met zijn als Angelsaksisch aangeduide voortvarendheid. In een rapport op verzoek van de regering pleitte hij ervoor het Franse delict van 'abus des biens sociaux' (misbruik van bedrijfsmiddelen) te stroomlijnen. In de praktijk komt dat neer op: beperking van de strafbaarheid tot directe persoonlijke verrijking.

In het recente verleden zijn tientallen grote en minder grote namen uit het Franse bedrijfsleven in aanraking met de justitie gekomen wegens ongeoorloofd gebruik van geld waar de aandeelhouders en de wet een logischer gebruik van verwachtten. Op verdenking van dit soort 'abus' is bijvoorbeeld de grote baas van Alcatel Alsthom, Pierre Suard, gestruikeld. Eerst ging hem om dure verbouwingen van zijn privé villa, op kosten van het bedrijf. Later kwamen er allerlei ongeoorloofde transacties aan het licht, dubieuze betalingen om markten af te schermen, en aanzienlijke prijsmanipulaties ten koste van de abonnees van France Télécom.

Als senator Marini's voorstellen wet worden, dan blijft het eerste soort misbruik onveranderd strafbaar. Maar de meer ingewikkelde constructies waarmee Franse bedrijven in de jaren tachtig politieke partijen zijn gaan financieren of opdrachten van lokale overheden trachtten te veroveren zouden van de schouders van de verantwoordelijke directeuren worden afgenomen.

De hele analyse, neerkomend op een erkenning dat de wereld hard is en de concurrentie wel eens een slagvaardigheid eist die op gespannen voet met de moraal staat, is sterk ingegeven door de verlangens van de Franse werkgevers. Maar ook parlementariërs van de centrum-rechtse regeringscoalitie erkennen dat er een merkwaardig signaal mee wordt gegeven. Terwijl de werkloosheid toeneemt en de regering in de opiniepeilingen kan lezen dat het vertrouwen in de leiding van het land en het bedrijfsleven zeer zwak is, geeft de regering de managers een vrije hand wat door te rommelen.

Van de Socialistische Partij komt relatief zwakke kritiek. Toen die partij onder president Mitterrand aan de macht was, heeft zij met een amnestie-wet haareigen partij-financieringsschandalen in de doofpot gestopt. Officieel gaat het nu niet eens om amnestie, maar om het aan de praktijkeisen aanpassen van een relatief nieuw stukje commercieel strafrecht. Gezien de dagelijkse stroom berichten over weer nieuwe justitiële ontdekkingen inzake de oud-president-directeur van de oliegigant Elf Aquitaine, Loïk Le Floch-Prigent (laatstelijk directeur van de Franse Spoorwegen), en andere zakenmannen en partijsubsidiënten, lijkt het klimaat nauwelijks geknipt voor een versoepeling van de strafregels. Een soepele toepassing ligt voorlopig meer voor de hand.