Oude gebouwen, nieuwe gebruikers

Steeds meer oude fabrieken, gemalen, watertorens en andere plaatsen van bedrijvigheid worden voor sloop behoed. Ze krijgen een nieuwe bestemming als museum, restaurant of theater en zijn daardoor altijd, ook buiten de Open Monumentendag, toegankelijk.

Een restaurant beginnen in een in het oog springend monument heeft een belangrijk voordeel ten opzichte van de concurrentie: het publiek weet het direct te vinden. “Normaal heeft een bedrijf vijf jaar nodig om naamsbekendheid op te bouwen”, zegt L. Erberveld, eigenaar van restaurant De Drie Kalkovens in Meppel. “Maar als je je vestigt in een bekend monument, dan gaat het veel sneller. Wij zijn hier twee jaar geleden open gegaan en we hebben nu een bezettingsgraad van negentig procent. In de weekends zitten we altijd vol.”

De kalkovens waarin het familierestaurant van Erberveld is gevestigd, werden vroeger gebruikt om schelpkalk te maken. Schelpen, gewonnen uit de Waddenzee, werden daarin verhit om er uiteindelijk als metselkalk uit te komen. De zestien meter hoge ovens - schoorstenen in een flesvorm eigenlijk - werden gevuld met om en om lagen schelpen en turf. Geen geringe klus overigens. “Met het vullen van de ovens waren twee man twee weken bezig”, vertelt Erberveld, die als het moet uren kan praten over zijn kalkovens. Eenmaal aangestoken brandden de ovens elf dagen, waarna de schelpen er nog in hun oorspronkelijke vorm uitkwamen. Pas als ze met water werden geblust, vielen ze uiteen in gebluste kalk. Erberveld: “De metselkalk die zo verkregen werd was veel zachter en taaier dan de mortel van nu. Kijk maar eens naar oude boerderijen met een scheefgezakte deur. In de muur zie je nooit een scheur zitten, omdat ze met metselkalk zijn gebouwd.”

Erberveld had eerder een restaurant in Beilen, maar toen hij in 1989 werd geattendeerd op de kalkovens zag hij er direct iets in. De ovens waren vijfentwintig jaar nadat ze uit gebruik waren genomen danig vervallen. De langdurige restauratie bekostigde Erberveld zelf, er kwam geen subsidie aan te pas. Maar de zaken maken de investering goed en Erberveld heeft er bovendien een hobby bij: hij weet nu alles van kalkovens.

Restaurants blijken vaker een geschikte nieuwe bestemming te vormen voor industrieel erfgoed in ons land. De bijzondere monumenten bieden een extra aantrekkingskracht, wat de nering ten goede komt. Tegelijkertijd heeft het publiek de kans deze monumenten niet alleen op de Open Monumentendag, maar het hele jaar door te bezoeken. Het mes snijdt aan twee kanten; monumentenbeschermers kunnen tevreden toezien hoe er weer een monument van de sloop is gered.

Zo heeft Baarn sinds een aantal jaren een restaurant - De generaal - in het voormalige station voor paleis Soestdijk. Twee jaar geleden volgde restaurant De Verloren Koffer in Lisse, even buiten het dorp in een lommerrijke omgeving, dat voorbeeld. De eigenaar pacht het station van de NS, die het al ruim veertig jaar niet meer gebruiken. Veel achterstallig onderhoud dus, en veel noodzakelijke aanpassingen. Het perron doet nu dienst als terras van het buffetrestaurant, maar daarvoor moest het wel met een doorzichtige wand worden afgeschermd van het naastliggende spoor. Daarover denderen namelijk twintig treinen per uur voorbij.

Eetgelegenheden zijn er ook in het rijstpakhuis Batavia in Wormer, een fraai pand uit 1894 aan de Zaan, en in een watermolen in Borculo. Het exclusieve restaurant in die molen heet De Stenen Tafel en is aangesloten bij de Jeunes Restaurateurs d'Europe. Maar het zijn niet alleen restaurants die industriële monumenten een nieuwe bestemming geven. Zo werd een watertoren in Schoonhoven omgebouwd tot expositieruimte voor het werk van zilversmeden. De toren bestaat uit een stenen basis met een houten opbouw in Oostenrijkse chalet-stijl, in 1901 ontworpen door architect F.A. de Jongh. Ook hier was het weer particulier initiatief, dat de aanzet tot de restauratie gaf. Een Stichting Behoud Watertoren kocht de toren in 1990 voor 1 gulden, waarna de restauratie deels werd gefinancierd door rijk en EU, deels door sponsoring. De Nederlandse Watertoren Stichting bekroonde de restauratie dit jaar met een prijs voor de mooiste herbestemming van een watertoren.

De overheid, met name de gemeentelijke, is tot nog toe nogal achteloos met het industrieel erfgoed omgesprongen. Een van de doelstellingen van het Jaar van het Industrieel Erfgoed is dan ook om juist lokale overheden te doordringen van het belang van de jongere industriële monumenten. Soms gaat het goed. In Leeuwarden werd de Korenbeurs die in 1880 was gebouwd door de architect Thomas Romein precies honderd jaar later betrokken door de openbare bibliotheek. De gemeente loste zo twee problemen op: het ruimtegebrek van de bibliotheek en de leegstand van de monumentale beurs.

De gemeente Den Bosch deed iets dergelijks met de oude sigarenfabriek Willem II, een kasteelachtig gebouw dat al sinds 1948 niet meer als fabriek werd gebruikt. Verschillende culturele instellingen, waaronder het Bossche Popcollectief en de Koninklijke Harmonie, zijn er nu gehuisvest. Er is een concertzaal en in de ruimte waar ooit 500 sigarenmakers in rijen achter elkaar werkten, is nu de expositieruimte Artis te vinden.

Ook de gemeente Enschede vond een culturele bestemming voor het voormalige katholieke vakbondsgebouw Concordia, ooit opgericht door textielbaronnen als tegenwicht tegen de socialistische gemeenschapshuizen. Na de oorlog kwam het in bezit van de gemeente, die het sinds 1975 exploiteert als theater. Dezelfde gemeente stond open voor het plan om de textielfabriek Jannink te behouden en er woningen en een textielmuseum in te bouwen. Oude textielfabrieken lenen zich kennelijk goed voor een herbestemming als museum. Ook in de Mommers-fabriek in Tilburg is een textielmuseum ondergebracht. Dat museum heeft als extra attractie dat niet alleen het gebouw wordt hergebruikt, maar ook tientallen brei- en weefmachines uit de fabriek. Ratelend geven ze een indruk van het vroegere fabrieksleven, ondertussen stoffen producerend die in de museumwinkel worden verkocht. Een derde textielfabriek, de voormalige wolspinnerij Thomas de Beer, eveneens in Tilburg, is sinds 1992 een museum voor moderne kunst, opgericht met de nalatenschap van advocaat en Mercedes-Benz-importeur Jan H. de Pont.

Openbare Bibliotheek Leeuwarden (De Korenbeurs), Wirdumerdijk 34, Leeuwarden, inl 058-2347777

Restaurant De Drie Kalkovens, Steenwijkerstraatweg 98 (N371 Meppel-Havelte), Meppel, inl 0522-240200

Hotel New York (directiegebouw Holland Amerika Lijn), Koninginnehoofd 1, Rotterdam, Inl 010-4390500

De Stenen Tafel (watermolen), Het Eiland 1, Borculo, inl 0545-272030

De verloren koffer (station), Stationsweg 59, Lisse, inl 0252-420700

Restaurant De Generaal (station), Lt-generaal Van Heutszlaan 5, Baarn, inl 035-5421784

Zilver in Beweging (watertoren), Bij de watertoren 25, Schoonhoven, inl 0182-381060; open: do-zo 13-17u. (jan. en febr. gesloten)

Nederlands Textielmuseum (textielfabriek Mommers), Goirkestraat 96, Tilburg, inl 013-5367475; open: di-vr 10-17u, za, zo 12-17u.

Museum De Pont (wolspinnerij Thomas de Beer), Wilhelminapark 1, Tilburg, inl 013-438300; open: di-zo 11-17u.

Museum Jannink (textielfabriek Jannink), Haaksbergerstraat 147, Enschede, inl 053-4319093; open di-vr 10-17u, za, zo 13-17u.

Concordia Kunst & Cultuur, Oude Markt 15, Enschede, inl 053-4300999

Café Batavia (rijstpakhuis), Veerdijk 39, Wormer, inl 075-6284913. Open di-vr vanaf 12u, za, zo vanaf 13u.

Stadslogement Harlingen (pakhuis), Inl. Kultuer en Toerisme, Leeuwarden Guide: , inl 058-2122451

Concertzaal Willem II, expositieruimte Artis, (Sigarenfabriek Willem II), Boschveldweg, Den Bosch, inl 073-6123422