Offshore-leveranciers komen in de knel

Als de overheid niet binnen drie jaar met een industriebeleid voor de on- en offshore industrie (opsporing en winning van olie en gas) komt, gaat een groot deel van 300 toeleveranciers in het internationale geweld ten onder.

Bij die bedrijven werken 22.000 mensen. De werkgelegenheid is er al vijf procent teruggelopen. Dit stelt directeur E. Lastdrager van de IRO, de branchevereniging voor toeleveranciers in de gas- en olie-industrie. “De Nederlandse concessies zijn te vrijblijvend. Het is een gemiste kans van de overheid om industriebeleid te voeren.” De overheid moet volgens Lastdrager meer eisen stellen als zij een concessie verleent voor oliewinning in de Noordzee. Daarmee kan ze afdwingen dat oliemaatschappijen, toeleveranciers en kennisinstituten nauw gaan samenwerken. Alleen door zo'n bundeling kunnen kosten bespaard worden en krijgt de sector de kracht en omvang om op de wereldmarkt staande te blijven. Ook levert het een technologie- en kennisimpuls op die weer zijn uitstraling naar de industrie kan hebben.

“De situatie is bedreigend. Als er niets gebeurd houdt Nederland een laagwaardige assemblage-industrie over. De kennis lekt dan weg. De basis is nu goed, 70 procent van wat de toeleveranciers voor de offshore maken, gaat naar het buitenland. ”

De IRO-directeur wijst erop dat in Noorwegen en Groot-Brittanië de overheid wel zo'n beleid voert. De concessieverlening heeft daar een nauwe link met het nationale industriebeleid. Het levert besparingen op tussen de 30 en 50 procent. “Er zijn daar mega-bedrijven in de toelevering. In Nederland is het eigenlijk nog voornamelijk midden- en kleinbedrijf”, aldus Lastdrager

Een actieve rol van de overheid is volgens de IRO noodzakelijk. Het wordt steeds duurder om op de Noordzee olie te winnen. De druk op toeleveranciers om goedkoop werk te leveren is groot. De oliemaatschappijen spelen op een wereldmarkt. Die gaan daar oliewinnen waar de grootste marges te halen zijn. Zij zullen het initiatief niet nemen om in Nederland de bundeling op gang te brengen. Volgens Lastdrager kent het ministerie van Economische Zaken de werkwijze in Noorwegen. “Ze kunnen het zo overnemen. Waar wachten ze op?”