Jalalabad komt in handen Afghaanse fundamentalisten

NEW DELHI, 12 SEPT. De strategisch belangrijke stad Jalalabad in het oosten van Afghanistan is gisteren zonder veel tegenstand in handen gevallen van de Talibaan, de uiterst conservatieve islamitische strijdmacht die al ruim de helft van het land onder haar controle heeft.

De inname van Jalalabad, dat halverwege de route van Pakistan via de Khyberpas naar de Afghaanse hoofdstad Kabul ligt, verliep naar verluidt zonder veel bloedvergieten. Er zouden in totaal zeventig doden zijn gevallen bij de vijandelijkheden van gisteren tussen de Talibaan en de troepen van president Burhanuddin Rabbani. Volgens Westerse hulpverleners in de stad was de toestand vanmorgen rustig. Wel werd er ten westen van de stad nog gevochten.

Na hun verovering vorig jaar van de westelijke stad Herat, dichtbij de Iraanse grens, is de inname van Jalalabad een nieuwe parel in de kroon van de Talibaan, die bijna twee jaar geleden uit het niets opdoken en in minder dan geen tijd de helft van Afghanistan onder de voet liepen. Waarschijnlijk zullen de Talibaan, die een zeer fundamentalistische variant van de islam voorstaan, hieruit moed putten voor een hernieuwde aanval op Kabul.

De afgelopen weken hadden de Talibaan via kleinere militaire acties al duidelijk gemaakt dat ze in de relatief welvarende oostelijke provincie Nangahar, waarvan Jalalabad de hoofdstad is, waren geïnteresseerd. De laatste paar dagen volgden de gebeurtenissen elkaar plotseling in hoog tempo op. Dinsdagavond vluchtte Haji Qadeer, de gouverneur van Nangahar, over de grens naar Pakistan. Deze had tot dan een neutrale koers gevaren tussen de Afghaanse regering van president Rabbani in Kabul en de Talibaan.

Aanvankelijk leek het vacuüm te worden opgevuld door troepen van Rabbani, die gisteren posities betrokken in Jalalabad en omgeving. Reeds enkele uren later echter werden ze verdreven door de Talibaan. Die verspilden geen tijd en stuurden onmiddellijk manschappen naar de grens met Pakistan om ook dit territorium voor de islamitische strijders af te bakenen.

Intussen was de kersvers benoemde opvolger van Haji Qadeer, een man die bekend stond als Ingenieur Mahmoud, buiten Jalalabad in een hinderlaag gevallen en gedood. Wie Mahmoud precies uit de weg ruimde, is niet geheel duidelijk. Volgens sommige verhalen zou het om een rekening gaan die een lokale krijgsheer nog met hem had te vereffenen omdat Ingenieur Mahmoud zijn broer had gedood.

Voor president Rabbani en zijn bondgenoten is de val van Jalalabad een zware klap. De hoofdstad Kabul dreigt er verder door geïsoleerd te raken. Alleen de noordelijke route is nu nog open richting Oezbekisten en Tadzjkistan, maar die gaat door het gebied van een andere rivaal van Rabbani, generaal Rasheed Dostam. Op het ogenblik is de relatie met de wispelturige Dostam goed maar er is geen garantie dat dit zo blijft.

Zegslieden voor Rabbani wezen na de val van Jalalabad onmiddellijk met de beschuldigende vinger richting Pakistan, dat volgens Kabul de Talibaan actief zou hebben gesteund bij de voorbereiding van deze operatie. Pakistan wees zulke beschuldigingen echter van de hand. Niettemin blijft ook twee jaar na hun ontstaan nog onduidelijk waar de Talibaan hun goede wapenuitrusting en geld vandaan krijgen. Ook bij veel neutrale waarnemers leeft de verdenking dat Pakistan de Talibaan wel degelijk ondersteunt.