In Bosnië wordt zaterdag weer slag geleverd

Zaterdag krijgt Bosnië de attributen van de nieuwe democratie: een staatspresidium van drie man (een moslim, een Kroaat en een Serviër, die in de toekomst rouleren voor het voorzitterschap, en dus de functie van nominaal staatshoofd) en een Bosnisch parlement met 42 leden (28 moslims en Kroaten en veertien Serviërs).

Zaterdag krijgen de twee territoriale entiteiten waaruit Bosnië bestaat, de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek, elk ook hun eigen parlement met elk 140 leden. Zaterdag worden verder kantonale raden gekozen. En ten slotte krijgt de Servische Republiek ook nog eens een president en een vice-president.

Aldus brengen 2,9 miljoen Bosnische kiezers elk vier stemmen uit, de Serviërs onder hen zelfs vijf. Honderdduizenden hebben dat al gedaan: de vluchtelingen buiten Bosnië hebben al gekozen, 74 procent van de 641.010 in 55 landen geregistreerde kiesgerechtigden is daarbij opgekomen. Tot in Nieuw Caledonië toe zijn Bosnische stemmen uitgebracht. Iedereen die zaterdag wordt gekozen heeft een ambtstermijn van twee jaar.

De verkiezingen moeten resulteren in de invulling van een kader dat van Bosnië - aldus vredescoördinator Carl Bildt - “de meest gedecentraliseerde staat ter wereld” maakt: een overkoepelend gezag met slechts weinig bevoegdheden, en twee territoriale entiteiten, een van de moslims en Kroaten en een van de Serviërs, met een maximum aan autonomie.

Het is de invulling van nog een stukje 'Dayton', want daar is eind vorig jaar die nieuwe staatsstructuur uitgestippeld. Daar is bepaald dat de verkiezingen enerzijds een nieuw begin vormen - het begin van de Democratie - en anderzijds een sluitstuk: het sluitstuk van een jaar van vredestichten dat is, of moest worden voorafgegaan door troepenscheidingen en mijnopruiming, demobilisatie en vrijlating van krijgsgevangenen, terugkeer van vluchtelingen en een begin van verzoening, dit alles geschraagd door vrije media, een gul voor de wederopbouw betalende internationale gemeenschap, een NAVO-vredesmacht om de orde te handhaven en vooral de wil na de verwoestende oorlog aan de vrede te gaan werken.

Maar die laatste veronderstelling, die goede wil, werd een misrekening. Het is de achilleshiel van Dayton: die wil tot samenwerking en herintegratie bestaat niet, en daarom krijgt Bosnië straks wel democratische structuren, een kader, een buitenkant, maar wordt het zaterdag géén democratie. De meeste partijen (en de meeste kiezers) zien de verkiezingen voor alles als een bestendiging van de etnische verdeling die in de oorlog is bevochten. Ze zien in politiek - en verkiezingen - de voortzetting van de oorlog met andere middelen, en die oorlog wòrdt voortgezet: zaterdag wordt niet zomaar gekozen, zaterdag wordt weer slag geleverd, worden weer steden veroverd.

'Dayton' bedoelde de democratie te introduceren, naar vorm èn naar inhoud. Maar de partijen zijn geen democratische partijen en worden niet geleid door democraten, maar door de mensen die de oorlog hebben gevoerd en ten dele hebben ontketend. En omdat de verkiezingen toch moesten doorgaan is uiteindelijk gekozen voor de vorm, en is de inhoud de inhoud gelaten.

Een weeffout in het vredesakkoord van Dayton heeft de poort geopend tot manipulatie en fraude op grote schaal. Theoretisch hadden zaterdag de meeste vluchtelingen weer naar hun oorspronkelijke woonplaatsen moeten zijn teruggekeerd. Wie dat niet zou hebben gekund, zo werd in Dayton afgesproken, zou zijn stem mogen uitbrengen in de stad waar hij zich op 14 september bevindt of in de stad waar hij zich zouden willen vestigen. Daartoe zou hij van het zogenoemde formulier P-2 gebruik kunnen maken. Maar, zo dacht men in Dayton, dat zouden maar uitzonderingen worden.

Maar tien maanden na Dayton zijn maar 70.000 vluchtelingen (van de 2,4 miljoen) naar huis teruggekeerd. De rest kan niet, durft niet, of is tegengehouden aan de grens van de 'andere' etnische partij: gevluchte moslims konden en kunnen niet naar hun woonplaatsen in Servisch of Kroatisch gebied terug, Serviërs niet naar Kroatisch- of moslim-gebied en Kroaten niet naar moslim- of Servisch gebied. Het is een van de misrekeningen van Dayton. Het gevolg: niet enkelingen maar honderdduizenden vluchtelingen maken zaterdag gebruik van formulier P-2: 397.228 om precies te zijn.

P-2, de mogelijkheid om 'elders' te kiezen, geeft de partijen van de etnische zuiverheid de kans op plaatsen waar ze dat nodig vinden een 'etnisch evenwicht' te scheppen dat hun uitkomt. Uit de Servische Republiek zijn honderdduizenden moslims verdreven. Die vluchtelingen kunnen hun stem in absentia uitbrengen in de plaats waaruit ze zijn verdreven. Om in die plaatsen toch aan een ruime Servische meerderheid te komen misbruiken de Serviërs P-2: ze laten daar zoveel Serviërs kiezen dat ze het verdreven aantal moslims ruim overtreffen. In Brcko zijn 42.000 Serviërs als kiezer geregistreerd. Ze hebben er nooit gewoond, ze wonen er nu niet en ze zullen er nooit wonen: ze stemmen er alleen om van Brcko een Servische stad te maken en de verovering te legitimeren. In Srebrenica brengen negenduizend verdreven moslims in absentia hun stem uit. Maar 30.000 Serviërs hebben zich er laten registreren, hoewel er vroeger nooit meer dan 9.300 hebben gewoond. In Banja Luka zijn 29.000 Servische vluchtelingen geregistreerd, in Doboj 23.000, in Zvornik 23.000, in Prijedor 20.000: al die steden worden aldus Servische steden.

Die manipulatie, die vaak met dwang gepaard ging en die inmiddels heeft geleid tot uitstel van de gemeenteraadsverkiezingen die zaterdag ook hadden moeten worden gehouden, is geen Servisch monopolie: de moslims en Kroaten doen hetzelfde. In Stolac zijn 7.715 'nieuwe' kiezers geregistreerd, in Jajce 6.725, in Capljina 4.420 - Kroaten die ervoor moeten zorgen dat die steden voor altijd Kroatisch zijn. De belangrijkste moslim-partij, de SDA, heeft duizenden moslim-vluchtelingen uit de verloren steden Srebrenica en Zepa die nu in Tuzla wonen (waar de SDA niet kan winnen) gedwongen zich als kiezer in Sarajevo te laten registreren: Sarajevo moet het hartland van moslim-gebied en hartland van de SDA worden.

Het kan nog erger: ook doden stemmen zaterdag. 263.000 mensen zijn (volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken) in de oorlog omgekomen; verder zijn de afgelopen vijf jaar nog vele tienduizenden een natuurlijke dood gestorven. Toch zijn slechts 85.000 namen wegens overlijden geschrapt uit het kiesregister van 1991. De rest van de doden stemt: van de Kroatische en Servische doden worden de papieren en de naam even - voor een dag - gebruikt door Kroaten uit Kroatië en Serviërs uit Servië die in het Kroatische of Servische deel van Bosnië de door de oorlog ontstane etnische meerderheid moeten opkrikken: de doden van de oorlog legitimeren postuum de etnische zuivering.

Ook anderszins is de uitslag op weinig democratische wijze beïnvloed. Vrije media bestaan niet of nauwelijks en oppositiepartijen hebben geen toegang gekregen tot de drie televisiezenders die worden beheerst door de partijen van de etnische verdeling, de SDA bij de moslims, de SDS bij de Serviërs en de HDZ bij de Kroaten. De Europese Veiligheidsorganisatie OVSE, namens de internationle gemeenschap toezichthoudster op de vekriezingen, had een keurig bandje gemaakt om de deelnemende partijen bij de kijkers te introduceren; geen enkel televisiestation heeft het uitgezonden. De HDZ heeft oppositiepartijen in 'haar' gebied zelfs niet toegestaan campagne te voeren, want “eensgezindheid is cruciaal voor het overleven van de Kroaten”. De HDZ, de SDA en de SDS hebben in 'hun' stuk Bosnië kiezers en kandidaten geïntimideerd. Oppositiekandidaten zijn fysiek aangevallen, uit hun werk ontslagen, gearresteerd op basis van vage beschuldigingen, het slachtoffer geworden van brandstichting en bomaanslagen en verdacht gemaakt als verrader van de eigen etnische zaak. Hun affiches zijn van de muren gescheurd en hun bijeenkomsten verboden of verstoord. Daarvan zijn voor alles de oppositiepartijen die ijveren voor voor een multi-etnisch Bosnië het slachtoffer geworden: noch de SDA, noch de HDZ, noch de SDS wil iets weten van dat multi-etnische Bosnië. Hoe tolerant Izetbegovic' SDA inmiddels is onderstreept een uitlating van zijn rechterhand Ejup Ganic, vice-president van Bosnië, deze week: “Wie met ons is, is welkom. Wie dat niet is, kan Bosnië beter verlaten.”

Wil tot samenwerking? “We willen een verdeling, zó strikt, dat we de lucht die we inademen zouden willen splijten om te voorkomen dat we die met de moslims delen”, zei deze week een SDS-kandidaat in Prijedor. De Serviërs kiezen zaterdag Momcilo Krajisnik tot 'hun' man in het Bosnische staatspresidium, waarin hij met de Kroaat Kresimir Zubak en de moslim Alija Izetbegovic moet samenwerken. Maar dit zei diezelfde Momcilo Krajisnik op 6 augustus (en op zoveel andere dagen) in zijn verkiezingstoespraak: “Er is geen Serviër die niet wil dat we ons verenigen met Servië”. En: “We weten wat we willen, en we willen niet met de moslims samenwonen.” Straks mag Momcilo Krajisnik zich staatshoofd van Bosnië noemen - een eenheidsstaat waarin hij niet gelooft en waarvan hij niets moet hebben.

De verkiezingen worden gewonnen door de oorlogspartijen. In sommige gevallen zelfs door oorlogsmisdadigers. Wat te denken bijvoorbeeld van Ljubisa Savic, alias Majoor Mauser, leider van de Panter-militie die een grondige etnische zuivering heeft voltrokken in Bijeljina en Zvornik en die tienduizenden moslims heeft beroofd en verdreven (en een onbekend aantal vermoord). Nu is Ljubisa Savic, wiens nom de guerre rillingen over de rug jaagt van zijn verdreven slachtoffers, kandidaat - een sociaal werker die kan zeggen dat hij “het beste voor heeft” met de moslims, omdat hij er eerst voor heeft gezorgd dat ze er niet meer zijn.

En wat te denken van generaal Mehmed Alagic van het Bosnische regeringsleger, die inmiddels burgemeester is van Sanski Most, en die die stad regeert vanuit een bunker, omdat hij zich door zijn brute optreden, zijn chantage, zijn intimidatie niet meer bovengronds kan laten zien. Kandidaat voor de SDA.

En wat te denken van de Partij van Servische Eenheid (SSJ), geleid door Zeljko Raznjatovic, alias Arkan, ook hij leider van een beruchte paramilitaire organisatie, de Tijger-militie, die in de oorlogen in Kroatië en Bosnië op grote schaal heeft geplunderd, verdreven en gemoord. Ook de SSJ doet zaterdag mee. Sterker: de partij van een van ex-Joegoslavië's beruchtste oorlogsmisdadigers kreeg 300.000 mark subsidie van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE, die 7,5 miljoen mark te vergeven had om alle deelnemende partijen aan een kantoor en campagnemateriaal te helpen. De OVSE verdedigt de gift met het argument dat Arkan niet formeel door het Haagse VN-tribunaal als oorlogsmisdadiger is aangemerkt en dat ze hem die subsidie niet kon weigeren.

De oorlog in Bosnië gaat door, met andere middelen. Er vallen alleen geen doden.