Het wiel

HET BROEIKASEFFECT is een probleem. Het is bovendien een dermate groot probleem dat het aangepakt dient te worden. Aldus de speciale parlementaire onderzoekscommissie klimaatverandering in haar gisteren verschenen eindrapport. Dat Tweede-Kamerleden het wiel opnieuw uitvinden is geen onbekend verschijnsel. Maar dat Kamerbreed samengestelde commissies dit overkomt is toch uniek en tegelijkertijd verontrustend.

Het is op zichzelf terecht dat de Tweede Kamer in haar rol als controleur niet zonder meer genoegen neemt met het door de regering aangedragen feitenmateriaal. Een parlement moet in staat worden gesteld niet alleen regeringsvoorstellen te beoordelen, maar ook de analyse waarop deze zijn gebaseerd.

Vanuit deze optiek zouden de werkzaamheden van de tijdelijke commissie klimaatverandering van de Tweede Kamer dan ook beoordeeld kunnen worden. Maar dat er als gevolg van menselijk handelen een broeikaseffect bestaat, is geen punt van discussie. Niet voor niets zijn er in VN-verband al de nodige beraadslagingen over geweest. In Rio de Janeiro zijn indertijd afspraken gemaakt om het broeikaseffect tegen te gaan. Het beleid van de Nederlandse regering dat er op is gericht de uitstoot van onder andere kooldioxide te verminderen is voor een belangrijk deel terug te voeren op de VN-conferentie van toen. De Tweede Kamer heeft zich ook al lang geleden achter dit beleid geschaard.

NU SPREEKT DE speciale onderzoekscommissie van de Tweede Kamer uit dat Nederland in internationale onderhandelingen moet inzetten “op een mondiale lange termijndoelstelling die de ernst van de klimaatproblematiek weerspiegelt”. Het hoeft niet te verbazen dat minister De Boer van Milieu gisteren het rapport betitelde als een ondersteuning van haar beleid. De commissie heeft niet meer gedaan dan het met terugwerkende kracht bevestigen van wat eerder al door velen, inclusief de Tweede Kamer, is vastgesteld.

Waar het werkelijk om gaat is de vraag op welke wijze het broeikaseffect moet worden aangepakt. Hierover laat de commissie zich niet uit. Dit was te voorzien, want het gaat hier om puur politieke keuzes. En inderdaad, er wordt over de aanpak binnen de commissie verschillend gedacht.

De werkzaamheden van de klimaatcommissie hebben ontegenzeggelijk een handzaam boekje opgeleverd waarin diverse facetten van klimaatverandering en de mogelijkheden hier wat aan te doen nog eens uit de doeken worden gedaan. Maar van parlementaire onderzoekscommissies mag iets anders worden verwacht.