Gezocht: allochtone ondernemer

Partijen hebben hun eigen codes om kandidaten-lijsten voor de Tweede Kamer vast te stellen. Vingerwijzingen voor burgers met politieke ambitie.

De weg naar het Binnenhof telt legio hobbels en valkuilen. Iedere partij kent haar specifieke procedures, codes en gebruiken. Snel Kamerlid worden is er doorgaans niet bij. Partijen in Nederland zijn allergisch voor baantjesjagers en opportunisten. Maar tegelijk zijn ze ook steeds vaker op zoek naar fris bloed. “Geef af op zittende Kamerleden, dat doet het bij ons tegenwoordig goed”, adviseert een CDA-parlementariër.

Hoe kun je het beste opereren als kandidaat-Kamerlid? Dat verschilt van partij tot partij, maar er is wel een vast patroon waaraan je je moet houden.

Wees standvastig, maar niet te opdringerig. Leg veel contacten en laat anderen je kwaliteiten uitmeten. Doseer publiciteit en mijd de roddelbladen. Poch nooit over geld, wees zuinig met kapsones en kleed je niet te opvallend. Laat ringetje in het oor (mannen) of tuinbroek (vrouwen) thuis als je solliciteert. En brand het bestaande politieke systeem niet af. Op een Ross Perot zit geen enkele politieke partij in Nederland te wachten.

Over een kleine twee jaar (mei 1998) zijn de eerstvolgende Tweede-Kamerverkiezingen. Om in de Kamer te komen, kun je er echter niet vroeg genoeg bij zijn. Nu al zijn partijen bezig met de voorbereidingen. PvdA en VVD kennen al een commissie die kandidaten screent en talent zoekt. De echte keuzes worden bij alle partijen in de zomer en het najaar van '97 gemaakt. Begin '98 stellen partijen hun lijsten definitief vast.

Hoe kom je in beeld bij een partij? Bij de PvdA heb je een opstap als partijvoorzitter Felix Rottenberg je kwaliteiten kent en je in zijn adresboekje terechtkomt. Bij VVD en CDA ben je sterk afhankelijk van de regionale partijbestuurders: voorzitters van Kamercentrale (VVD) of Kamerkring (CDA). Deze partijbaronnen hebben grote invloed op de keuzes die anderen maken: zij zijn er de kingmakers.

Bij D66 is het ogenschijnlijk het makkelijkst, maar misschien toch het moeilijkst. Daar moet je bekendheid verwerven onder de leden, want die hebben het in die partij compleet voor het zeggen. De leden kiezen uit een zogenoemd smoelenboek, waarin je pasfoto en je antecedenten staan. Een kekke foto helpt, maar bekendheid in de partij stellen de leden toch ernstiger op prijs. “Het is nog maar de vraag of Hans Wijers het in 1994 met zijn geringe bekendheid in de partij had gered als hij Kamerkandidaat was geweest”, meent een partijfunctionaris.

Waar vallen partijen op? In toenemende mate op vrouwen en op allochtonen. Vrouwelijke kandidaten hebben de beste kans bij GroenLinks, D66 en in mindere mate bij het CDA; zij zijn het slechtst af bij de kleine reformatorische partijen, waarvan de SGP een passief kiesrecht voor vrouwen zelfs uitsluit. GroenLinks streefde bij de laatste verkiezingen naar een 'bonte lijst': een lijst waarop mannen en vrouwen om en om de plaatsen vullen. Bij D66 is de meerderheid van de kiezende leden van het vrouwelijk geslacht en bij het CDA is het Vrouwenberaad een geduchte en groeiende machtsfactor. Eenderde van de Kamerleden moest vrouw zijn, zo wilde het profiel waarop de huidige fractie werd samengesteld.

Allochtonen hebben een nog grotere achterstand. GroenLinks is ook hier een voortrekker. Zij wil als multiculturele partij veel ruimte bieden aan vertegenwoordigers van etnische groepen, maar ervoer de afgelopen jaren tegelijk dat cultuurverschillen onvoorziene complicaties geven. De uit Marokko afkomstige Mohammed Rabbae verslikte zich als Kamerlid in de vrijheid van meningsuiting toen hij in deze krant een verbod bepleitte van Salmon Rushdie's roman Duivelsverzen. En de Surinaamse Tara Oedayraj Singh Varma moest zich onderwerpen aan een onderzoek naar haar financieel beheer in vorige functies, dat partijgenoten kwestieus achtten, maar zijzelf niet bijzonder vond.

De cultuurschok is soms wederzijds. Bij de PvdA ontdekte de uit Griekenland afkomstige Thanasis Apostolou het afgelopen jaar dat zijn bezwaren tegen wettelijke erkenning van het homohuwelijk voor sommigen van zijn fractiegenoten aanleiding was openlijk aan zijn loyaliteit te twijfelen. Het was net alsof hij opeens geen echte Nederlander meer was.

Met welke kwaliteiten kom je het verst? Bestuurders - wethouders, raadsleden en gedeputeerden - zijn bij alle partijen gewild. Bij D66 zijn ze bovendien dol op juristen en diplomaten. De partij met misschien wel de hoogst opgeleide achterban wordt wel gezien als de politieke arm van de Coornhertliga en is daarnaast van oudsher internationaal georiënteerd.

De VVD ziet graag gewoon volk in haar midden. Doctorandussen zijn er genoeg voorhanden, maar de partij ambieert middenstanders van het type Broos van Erp (banketbakker) en Jos van Reij (verzekeringsagent) in haar midden. De VVD heeft doorgaans moeite gekwalificeerde mensen uit het bedrijfsleven te vinden. Ondernemers mijden de politiek wegens de onzekerheid en de geringe inkomsten. Als ze in de politiek gaan, is het parttime en na hun pensionering, zoals voormalig Akzo-topman Loudon, die voor de VVD in de Senaat zit. VVD-leider Frits Bolkestein - hij verruilde in de jaren zeventig Shell voor de politiek - is nog altijd een grote uitzondering.

Het CDA zoekt het vooral in de leeftijd van kandidaten. Na het echec bij de vorige Kamerverkiezingen (22 zetels verlies), waarbij de partij veel stemmen verloor aan ouderenpartijen, zijn senioren gezien als kandidaat. Mensen als Els Borst, de huidige minister van Volksgezondheid - 64 jaar èn D66 - zouden ze bij het CDA graag in hun midden zien. De christen-democraten zijn jaloers op haar deskundigheid en degelijke uitstraling.

Je moet bij het CDA op het ogenblik òf onder de 35 òf boven de 55 zijn om kansen te maken als kandidaat-Kamerlid. De groep daartussen is verdacht, zeker als het zittende Kamerleden zijn. Het CDA, partijvoorzitter H. Helgers voorop, wil vernieuwen; het zoekt nieuwe beelddragers, zoals dat onder christen-democraten heet. En het kan daarbij niet meer automatisch putten uit zijn natuurlijke achterbannen. Ooit parkeerden de christen-democraten talent bij hun verwante organisaties: boerenbonden, werkgevers- en middenstandsorganisaties. Zittend Kamerlid Yvonne van Rooij, voormalig staatssecretaris voor buitenlandse handel, dochter van een KVP-minister en oogappel van voormalig CDA-leider Ruud Lubbers was zo iemand. Zij kwam van het NCW (de christelijke werkgevers) in de politiek. Via het Europarlement kwam ze als bewindsvrouw op Economische Zaken en ze leek zelfs even voorbestemd de eerste vrouwelijke premier te worden.

Nieuw talent heeft grote kansen. De Nederlandse politiek is nog nooit zo marktgericht geweest. De partijen zetten netwerken op, ze 'spotten' kandidaten, ze leggen databestanden aan en adverteren zelfs in de media.

Maar groot talent is schaars. De politiek staat bij veel Nederlanders in een kwade reuk. Toch meldt zich af en toe iemand van formaat. Alexander Rinnooy Kan was zo iemand. De huidige ING-bankier, voormalig voorzitter van werkgeversorganisatie VNO/NCW en oud-rector magnificus van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, zocht destijds een politiek tehuis. Het werd D66. Bij de VVD, waar hij zich ook oriënteerde, hebben ze er nog altijd de pest in dat ze hem lieten lopen.