Eeuwige vrede op het eigen erf

AALTEN, 12 SEPT. Het pad van houtsnippers voert langs een gemetseld kapelletje, waarin een stenen Christus vragend zijn armen ten hemel heft, en stuit na een flauwe bocht op een grafheuvel zonder pracht of praal. Alleen de zerk van gespleten rots geeft aan dat iemand hier zijn laatste rustplaats heeft gevonden. Zevenhonderd kilo steen met een sobere inscriptie: Lang geleden/ moe gestreden/ rust in vrede.

Vrede heeft Hendrik van Ipenburg niet gekend in zijn laatste dagen. Achttien jaar geleden startte hij een boerenbedrijf bij Aalten. Zijn antroposofische wijze van cultiveren viel in slechte aarde bij de conservatieve omwonenden. Hij moest hun spot en nijd doorstaan. “Mijn man is van verdriet gestorven”, zegt zijn weduwe.

De afkeer van haar man om tussen de mensen te liggen die zijn leven zwaar hadden gemaakt en zijn liefde voor het land brachten Trudi van Ipenburg en haar zoons er toe om hun echtgenoot en vader niet op een begraafplaats, maar in zijn eigen grond te begraven. Ook toen was Hendrik van Ipenburg geen rust gegund. Een jaar na zijn overlijden werd zijn lichaam op last van burgemeester en wethouders herbegraven op de gemeentelijke begraafplaats. Door de slechte verstandhouding had de weduwe niet om toestemming durven vragen voor de particuliere begrafenis. Toen haar man werd verplaatst, deed zij dat alsnog. Na enkele maanden ging de gemeenteraad overstag. Hendrik van Ipenburg keerde terug naar zijn plaats onder de springbalsemien en zomerfijnstraal.

Vorige week verleende de gemeente Zwijndrecht toestemming aan een fruitkweker om een begraafplaats in te richten op eigen grond. De Zwijndrechter stuitte nauwelijks op weerstand. “De particuliere begraafplaatsen zullen nu niet opeens als paddestoelen uit de grond rijzen”, motiveert burgemeester D. Corporaal zijn besluit. “We praten over maximaal vier graven. Die zijn altijd wel in te passen.”

“Unieke gevallen” noemt schrijver Cees van Raak de gebeurtenissen in Aalten en Zwijndrecht. Van Raak trok voor zijn boek 'Dodenakkers' langs Neerlands laatste rustplaatsen en stelde vast dat de particuliere graven in Nederland over het algemeen dateren van eind 18e, begin 19e eeuw. Van Raak: “Exacte aantallen zijn nooit vastgesteld, maar ik schat dat we zo'n twee- tot driehonderd familiebegraafplaatsen kennen in Nederland, op een totaal van vierduizend. De meeste particuliere dodenakkers bevinden zich op landgoederen boven de Moerdijk en behoren toe aan protestantse families. Protestanten denken vrijer over de dood, geven meer ruimte aan individuele wensen. Katholieken zijn wat de dood aangaat gedweeër.”

Hoewel de particuliere begraafplaats bijna twee eeuwen niet in zwang is geweest, verbaast Van Raak zich niet over de hernieuwde aandacht voor dit soort dodenakker. “De adel wilde zich destijds net als de burgers buiten de bebouwde kom laten begraven, maar liever niet tussen hen liggen. Vandaar dat zij hun eigen graven verzorgden. Nu is er door de toenemende individualisering meer ruimte voor persoonlijke wensen. Het aantal verzoeken voor particuliere begraafplaatsen zal ongetwijfeld toenemen.”

H. Siebel, bestuurslid van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB), deelt deze mening. “De ideeën over dood en begraven veranderen, de mensen willen hun persoonlijke wensen kenbaar maken. Het taboe op de dood lijkt langzaam te verdwijnen.” Dat taboe heeft er volgens Siebel voor gezorgd dat Nederland het zolang met antieke wetgeving op het terrein van dood en begraven moest doen. De Wet op de Lijkbezorging dateert van 1869 en werd pas in 1991 geactualiseerd. Ten aanzien van particuliere begraafplaatsen regelt de nieuwe wet overigens weinig meer dan zijn voorganger, meent Siebel. Sinds '91 beslist de Gemeenteraad over een aanvraag. Belangrijkste criterium is de toekomst van de grond. Indien deze naar verwachting niet van eigenaar zal veranderen en ook geen andere bestemming zal krijgen, kan alleen de plaatselijke afweging tussen milieubelang en piëteit roet in het eten gooien.

Op piëteit van de gemeenteraad hebben de Van Ipenburgs nooit gerekend. Bij de begrafenis van vader stuitte de familie op een stenen strijdbijl. Trudi van Ipenburg kan er de symboliek van inzien.