Een toekomst als een donker gat

SULAYMANYA, 12 SEPT. De Riaja-wijk in Sulaymanya werd voor de Koerdische opstand in 1991 tegen het bewind in Bagdad bewoond door de hogere middenklasse. De twee verdiepingen tellende flats zijn ruim en hebben een tuin. Maar door het internationale handelsembargo tegen Irak en de eigen blokkade van Bagdad tegen de Koerden in het de facto onafhankelijke Noord-Irak, zijn de meeste bewoners verarmd.

“We verdienen genoeg geld om eten te kopen”, zegt een onderwijzeres (29). “Maar daar houdt het ook mee op. Van sparen komt niets meer. Mochten we ooit worden gedwongen om het land te ontvluchten, dan hebben we alleen geld om de grens te bereiken.”

Haar echtgenoot (34) is in dienst van een Westerse hulporganisatie in Sulaymanya. Hij staat aan het hoofd van de groep Peshmerga's, Koerdische strijders, die verantwoordelijk is voor de veiligheid van de Westerse hulpverleners. “Daarom wil ik mijn naam ook niet in de krant”, zegt hij. “Want als Saddam het voor het zeggen krijgt in Iraaks Koerdistan dan zijn wij de eersten die worden geëxecuteerd.”

Ze hebben twee zonen, van één en vijf jaar oud, en delen hun huis verder met de vader van de man, zijn broer en diens vrouw en hun baby. De grote angst is dat hun kinderen een zelfde leven krijgen als zij: vol angst en strijd en met een onzekere toekomst. “Als ik geen kinderen had”, zegt de man, “dan was ik Irak al lang ontvlucht, maar het is zo goed als onmogelijk om met een gezin illegaal de grens over te steken en asiel te krijgen in een Westers land.”

Sulaymanya is meer dan Arbil, de administratieve hoofdstad van Noord-Irak, het intellectuele centrum van de Iraakse Koerden. Voor 1991 bloeide hier de kunst en was het de zetel van de betere onderwijsinstellingen. Ondanks de embargo's was het de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani gelukt om dat op bescheiden schaal weer op te bouwen. De bevolking ontgaat de overname van de stad deze week door de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Masoud Barzani lijdzaam. “We hadden geen keus”, meent de man. “Iedereen is ervan overtuigd dat Barzani een verbond heeft gesloten met Saddam Hussein. Er zou op grote schaal bloed zijn vergoten als de PUK, die het zuidelijke deel van Iraks Koerdistan controleerde, de stad had verdedigd.”

“Als ik in de straat nu een KDP-Peshmerga tegenkom groet ik hem en glimlach ik, maar ondertussen ben ik bang. Barzani heeft de deur van Noord-Irak geopend voor Saddam Hussein”, zegt hij bitter. Voor het gezin is het verbijsterend om te moeten concluderen dat voor de KDP de PUK een grotere vijand is dan het bewind in Bagdad. “En dat na alles wat de Koerden in de afgelopen decennia van Saddam Hussein te verduren hebben gehad”, zegt de vrouw. “Barzani is slechts uit op een alleenheerschappij van de KDP in Iraaks Koerdistan.”

De man studeerde aan de technische hogeschool in Kirkuk. In de jaren tachtig, gedurende zijn dienstplicht, was Irak in oorlog met het buurland Iran. “Evenmin als de meeste andere Koerden was ik bereid mijn leven voor Saddam Hussein te geven.”

Tot twee keer toe deserteerde hij. “We weken uit naar de bergen, die werden gecontroleerd door de Koerdische Peshmerga's.” Maar het bewind in Bagdad had alle soldaten hard nodig, zodat Saddam Hussein op gezette tijden een amnestie afkondigde. Zodoende bevond hij zich gedurende de inval van Irak in Koeweit, in juli 1990, in een militair trainingskamp in Bagdad. “Ik had al maanden niets meer van hem gehoord”, zegt zijn vrouw, “Ik was doodsbang dat ze hem naar het front hadden gestuurd.”

Toen de Iraakse troepen door de Amerikanen werden verslagen, deserteerde hij opnieuw. In maart 1991 nam hij vanuit Kirkuk deel aan de mislukte Koerdische opstand tegen het bewind in Bagdad. Het gezin vluchtte, net als de meeste Iraakse Koerden, uit angst voor de chemische wapens van Saddam Hussein, de bergen in, waar ze ruim anderhalve maand bleven. “We hoorden dat het onderwijzend personeel, op straffe van ontslag, was gedwongen om naar de scholen terug te keren”, vertelt de vrouw. Tot hun grote vreugde was hun huis, in tegenstelling tot de scholen, niet leeggeplunderd. “In de klassen ontbraken zelfs de schoolbanken, waardoor de leerlingen de eerste tijd op de grond moesten zitten tijdens de lessen.”

Na de instelling van Provide Comfort, de geallieerde operatie die de Koerden in Noord-Irak vanuit Turkije beschermt tegen eventuele nieuwe aanvallen van Saddam Hussein in hun regio, en het vertrek in oktober 1991 van het Iraakse bewind uit Sulaymanya, kreeg de familie weer hoop.

“Eindelijk waren de Koerden in staat hun lot in eigen hand te nemen”, zegt hij. Er was een gevoel dat zich na de regionale parlementsverkiezingen in 1992 verder versterkte. “We waren op onze manier bezig om ons te ontwikkelen tot een democratische enclave binnen Irak.”

Maar de vreugde was van korte duur. Toen de rivaliserende KDP en PUK in 1994 de wapens weer tegen elkaar opnamen, raakte het land verscheurd. “Ik heb nooit iets begrepen van die ongebreidelde zucht naar macht van onze Koerdische leiders”, verklaart hij. Maar waarom heeft het Koerdische volk Barzani en Talabani dan niet tot de orde geroepen? “Als we tegen hen in opstand waren gekomen, was Saddam de lachende derde geweest”, zegt hij ernstig. “Hij zou van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om ons weer in zijn macht te krijgen.”

De stemming in het huis is bedrukt. “Met de komst van de KDP in Sulaymanya”, zegt zij, “is de sfeer in de stad veranderd. Niemand vertrouwt elkaar meer. We weten dat in het kielzog van de KDP Iraakse agenten Sulaymanya zijn binnengetrokken. Dat is makkelijk waar te nemen omdat er een uiterlijk verschil bestaat tussen Koerdische en Arabische Irakezen. Bovendien slaat de criminaliteit toe. Gisteren zijn gewapende mannen het huis van onze buren binnengedrongen en die hebben al hun spaargeld meegenomen. De mannen zeiden van de KDP te zijn en de stad te doorzoeken op wapens.”

De vrouw spreekt over de toekomst als een donker gat. “Het is slechts een kwestie van tijd”, vult de man aan, “Saddam Hussein komt weer terug in Iraaks Koerdistan. Zijn afkondiging van een algemene amnestie voor de Koerden en de opheffing van het interne embargo tegen ons, zijn daar de tekens van.”

Anderzijds vrezen ze dat de interne Koerdische strijd weer zal oplaaien. “De PUK mag dan wel verslagen zijn door de KDP”, voorspelt de man. “Maar Talabani komt ongetwijfeld terug. Je kunt het vergelijken met de ontwikkelingen in Tsjetsjenië. De opstandelingen daar zijn steeds weer in staat wapens tegen Moskou op te pakken. Ook de PKK zal niet toestaan dat de KDP, naar verwachting in samenwerking met het bewind in Bagdad, alleen de dienst gaat uitmaken in Iraaks Koerdistan.”