Een broodje op woensdag

Het was een voor Binnenhofse mores ongebruikelijke mededeling. In een debat, dit voorjaar met staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting) over diens optreden in het debâcle rondom de Limburgse woningbouwcorporatie WBL, vertelde SP-fractievoorzitter Marijnissen dat hij tijdens een schorsing was gebeld door zijn GroenLinks-collega Rosenmöller.

Marijnissen zou een motie tegen de staatssecretaris niet mede mogen ondertekenen. Omdat de SP-leider eerder in het debat het vertrouwen in Tommel had opgezegd, zou een motie met zijn handtekening eronder ten onrechte kunnen worden uitgelegd als een motie van wantrouwen. Dat ging de tactische Rosenmöller veel te ver.

De fronswekkende openhartigheid van Marijnissen paste binnen de quasi anti-parlementaire attitude van de Socialistische Partij en had als effect dat Rosenmöller te kijk stond als konkelfoezende ritselaar.

Evenwel: dat Kamerleden van verschillende fracties in beslotenheid onderling 'zaken afstemmen' ofwel afspraken maken, is niet ongebruikelijk. Die praktijk is in de landspolitiek aan de orde van de dag en valt onder het 'handwerk'. Het is wel ongebruikelijk in het openbaar hiervan gewag te maken, op het spreekgestoelte in de Tweede Kamer nog wel.

Openbaarheid is een wezenskenmerk van een goed ontwikkelde democratie. Immers, als zaken niet in achterkamertjes, maar onder het oog van de kiezer worden geregeld, kan het handelen van de volksvertegenwoordigers worden gecontroleerd en kan de kiezer later zijn keuze beter bepalen. Vandaar de kritiek tijdens de vorige kabinetsperiode op het zogeheten Torentjesoverleg, waarbij toenmalig premier Lubbers relevante leden van de regeringspartijen uit Kamer en kabinet in zijn werkvertrek noodde om zaken tevoren in beslotenheid te regelen.

Dat was een van de misstanden waaraan het huidige 'paarse' kabinet bij zijn aantreden een eind aan beloofde te maken. Dualisme, waarbij de regering regeert en de Kamer controleert, zou voortaan meer accent krijgen. Al snel bleek dat de diep ingesleten gewoonte de dingen 'af te stemmen' niet slechts was voorbehouden aan Lubbers of zijn CDA. Iedere woensdagmiddag vergaderen minister-president Kok (PvdA), de vice-premiers Dijkstal (VVD) en Van Mierlo (D66), maar ook de fractievoorzitters Wallage (PvdA), Bolkestein (VVD) en Wolffensperger (D66) samen in het Torentje aan de Hofvijver. Om het samenzijn een informele klank te geven, heet dit instituut onschuldig 'het woensdagmiddagbroodje'.

Bij vele gelegenheden hebben leden van de paarse coalitie bezworen dat daarbij geen zaken worden 'voorgekookt' of 'afgekaart'. Die bijeenkomsten zijn slechts bedoeld om elkaar 'op de hoogte te houden en ongelukken te voorkomen'. Maar even zo vaak kan daaraan getwijfeld worden. De opmerkelijkste twijfelaar was in januari dit jaar Kamervoorzitter Deetman (CDA) die tijdens zijn nieuwjaarsrede zei: “Kennelijk zijn de politieke vragen in de loop van de tijd zo ingewikkeld geworden en zijn de politieke opvattingen daarover zo verscheiden dat, wil het land bestuurbaar blijven (-), informeel overleg en aansturing van de regeringsfracties in Tweede en Eerste Kamer door het kabinet onvermijdelijk zijn.”

Deetman kon toen niet voorzien dat hij zelf enige maanden later voorwerp zou zijn van dergelijk informeel overleg. In juni sprak CDA-fractievoorzitter Heerma met Kok af dat het kabinet akkoord zou gaan met Deetmans eventuele kandidatuur voor het burgemeesterschap van Den Haag. Dit lekte echter uit, de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad voelde zich gepasseerd, en sindsdien verkeert deze benoeming in een impasse.

De neiging buiten de openbaarheid kwesties voor te koken, is een vast bestandeel van de Nederlandse politieke cultuur. Openbare vergaderingen vormen maar een betrekkelijk klein onderdeel van de activiteiten in de Tweede Kamer. De belangrijkste beslissingen vallen in bijeenkomsten waar het publiek geen weet van heeft, of er in elk geval geen zicht op heeft. In fractievergaderingen bijvoorbeeld of in vergaderingen van fractiecommissies.

Van belang zijn ook de vergaderingen van het 'Kamerpresidium', de regelkamer van het parlement waarin de Kamervoorzitter met fractiesecretarissen niet te onderschatten besluiten neemt. Dat geldt ook voor de vele eveneens besloten procedure-vergaderingen. Wie denkt dat het 'slechts' om procedures gaat, vergist zich: voor de uitkomst van debatten is het vaak doorslaggevend wanneer, door wie, in welke volgorde, waarover het woord wordt gevoerd. Hoe die afwegingen gemaakt worden, onttrekt zich aan het oog van de openbaarheid.

De allerbelangrijkste regelgesprekken worden zelfs niet geregistreerd. Het gaat hierbij om het mistige maar uitgestrekte domein van het 'informeel beraad'. Dat is bijvoorbeeld het 'schorsingsberaad' tijdens debatten, waarbij de diverse partijen tijd nodig hebben onderling of met een lid van het kabinet te overleggen over de volgende stap.

Soms klappen deelnemers aan dergelijke besprekingen uit de school. Onlangs meldde de vroegere VVD-staatssecretaris Linschoten dat Wallage hem vóór zijn aftreden onder vier ogen een mogelijkheid had geboden het debat te overleven. Linschoten moest slechts “diep door het stof”. De eerder vermelde 'kringen' rondom Wallage lieten vervolgens weten dat deze weergave van het onderhoud tussen de PvdA-fractieleider en de staatssecretaris onjuist was. Dat is de makke van geheim overleg: alle deelnemers behouden na afloop het copyright op hun eigen waarheid. Feit is dat tot Linschotens vertrek in een veel eerder stadium was besloten dan tijdens het debat waarin hij zijn aftreden bekendmaakte. Dat gebeurde, inderdaad, onder meer tijdens informeel beraad tussen coalitiepartners in het Torentje van Kok.

Veel vaker overigens worden juist afspraken gemaakt over de wijze waarop een bewindspersoon zijn nek kan redden. Daarvoor is het geval-Tommel illustratief. De D66-bewindsman werd kort voor het zomerreces, nog steeds over de WBL-affaire, op de hielen gezeten door de bloeddorstige PvdA'er Duivesteijn. Tussen de fractievoorzitters van de regeringspartijen was echter al de afspraak gemaakt dat Tommel misschien wel beschadigd, maar niet tot aftreden gedwongen mocht worden. Dit type debatten ontleent zijn spanning aan de relatieve onvoorspelbaarheid in het optreden van Kamerleden als Duivesteijn.

'Spannende' Kamerdebatten worden soms rechtstreeks op televisie uitgezonden. Zo keken tienduizenden tot diep in de nacht naar het spektakel rondom het aftreden van Linschoten. Maar het was een spektakel dat keurig was voorbereid. De afloop stond voor de hoofdrolspelers tevoren vast. Het moest alleen nog even in het openbaar gebeuren.