Den Haag kan niet zonder lobbyisten

Lobbyisten proberen wetten en regels te beïnvloeden, buiten het zicht van de publiciteit. Onontbeerlijk voor de democratie, vinden politici. De duistere achterkamertjes voorbij.

Betuweroute, winkelsluitingswet, accijnsverhoging, herziening van de gezondheidszorg. Ieder onderwerp dat in het parlement wordt behandeld, krijgt te maken met lobby's. Het begrip verspreidt een geur van steekpenningen, heren in maatkostuums, borrelcircuits en vriendjespolitiek. Een achterhaald beeld, vinden politici en ambtenaren, want de lobby is niet meer weg te denken uit Den Haag. “De lobby is nodig voor het goed functioneren van politiek en bedrijfsleven”, zei Annemarie Jorritsma direct nadat ze minister van Verkeer en Waterstaat was geworden.

De oorsprong van het woord geeft goed aan waarover het gaat bij lobbyen. De corridors in het Britse Lagerhuis heten lobbies. Mensen die afgevaardigden aanschieten om iets gedaan te krijgen, zijn aan het lobbyen.

De lobbyist probeert, via informele kanalen, het beleid van de overheid te beïnvloeden. De lobbyist kiest niet voor een petitie, verzoek-, beroeps- of bezwaarschrift. Dergelijke formele methodes richten zich niet op personen, maar op bestuurlijke organen en functies. De lobbyist benadert rechtstreeks ambtenaren en politici om zijn belangen bij overheid en politiek te behartigen. Achter de schermen, buiten de publiciteit en parlementaire procedures om, wil hij de wet- en regelgeving beïnvloeden.

De lobby speelt zich niet alleen af rond het Binnenhof, maar ook op gemeentelijk en provinciaal niveau. De lagere overheden op hun beurt hebben aparte Haagse lobbyclubs in het leven geroepen om hun belangen bij de rijksoverheid te behartigen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt als één van de meest invloedrijke lobbyclubs beschouwd.

Lobby-wensen vanuit het grote bedrijfsleven worden het meest gehonoreerd, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Den Haag kent bijvoorbeeld het ABUP-overleg, waarbij topmensen van Akzo, de Bataafsche Petroleum Maatschappij (lees: Shell), Unilever en Philips met de top van het ministerie van Financiën spreken over het financieel-economische en politieke beleid. Een paar jaar geleden werden ambtenaren van Financiën bij de onderhandelingen over een nieuw belastingverdrag met de Verenigde Staten gesouffleerd door belastingdeskundigen van Shell. De ambtenaren maakten dankbaar gebruik van de expertise van de olie-fiscalisten.

De lobby is in Nederland later op gang gekomen en ook minder ver doorgeschoten dan in andere Europese landen en de Verenigde Staten. Dat komt door de overlegeconomie, waarbij werkgevers, werknemers en andere belangengroepen direct worden betrokken bij de voorbereiding van het beleid. Begin jaren tachtig kwam de overlegeconomie onder vuur te liggen als zijnde te stroperig. In 1990 kondigde toenmalig PvdA-fractievoorzitter Wöltgens officeel 'het primaat van de politiek' af. Het huidige kabinet streeft naar een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden. De invloed van organisaties als de werkgeversvereniging VNO-NCW en de vakcentrale FNV op het beleid is minder vanzelfsprekend geworden. Dit betekent brood op de plank voor de particuliere lobby-bureaus. Hun omzet is sterk gestegen sinds in 1994 het kabinet-Kok aantrad.

Hoe werkt een lobby? Een voorbeeld. De verpakkingsindustrie krijgt te maken met scherpere wetgeving om de hoeveelheid wegwerpverpakking te verminderen. Via een intensief contact met ambtenaren probeert de branche op de hoogte te blijven van de ideeën die op een departement circuleren. De lobbyist is altijd op zoek naar de ambtenaar die als eerste achter een pc gaat zitten om een nota te tikken. Deze ambtenaar is maximaal geïnteresseerd in informatie. De lobby speelt zich niet alleen af in de wandelgangen van het parlement, maar richt zich aanvankelijk vooral op de vierde macht.

Parallel aan de opmars van een beleidsnota binnen een departement verschuift het lobby-contact van beleidsambtenaar richting ambtelijke top. Een minister wordt in Nederland zelden rechtstreeks benaderd door een lobbyist. Dat hoeft ook niet want in vergelijking met het buitenland zijn de Nederlandse departementen open. Via de telefoniste van een ministerie kan de lobbyist, maar ook de burger, direct contact leggen met een ambtenaar.

Wanneer een wetsontwerp gereed is, kan een organisatie proberen via lobbyen de wetgeving af te zwakken of in elk geval proberen tijd te winnen en de wetgeving in fases te laten ingaan. De medewerkers van Kamerleden worden voorzien van informatie en soms wordt met een Tweede-Kamerlid gesproken. Het meeste effectief is een persoonlijk gesprek en het minst valt te verwachten van een demonstratie, vinden lobbyisten.

Kamerleden hebben behoefte aan gerichte, overzichtelijke informatie in een stadium dat hun (fractie)standpunten nog niet vastliggen. Ze willen overtuigende argumenten horen en wie die kan bieden op een weinig tijdrovende maar indringende wijze heeft grote kans op beïnvloeding.

Behalve op het tegenhouden of bijstellen van wetten kan een lobby gericht zijn op het totstandbrengen van een wet. Een voorbeeld van een geslaagde lobby is die van de autobranche in de jaren tachtig om een jaarlijkse autokeuring verplicht te stellen. Voor de belangenorganisaties van garagehouders is de Algemene Periodieke Keuring (APK) een gewonnen slag in de strijd tegen de zwartwerkers en malafide garagebedrijven van 'Beun de Haas'.

Daarnaast richt veel lobbywerk zich op het krijgen of behouden van overheidssubsidies. Shaking the money tree, wordt deze vorm van lobbyen in de Verenigde Staten genoemd. Ook overheidsopdrachten zijn vaak de inzet van een lobbycampagne. Helikopters, computers, een snelweg, de verkoop van de aandelen KPN - het betekent allemaal werk aan de winkel voor de lobbyist.

De lobbyist moet de ambtenaar of de politicus overtuigen van zijn belang. Zijn ruilmiddelen zijn informatie en argumenten. Een derde vorm - omkoping - komt in Nederland waarschijnlijk weinig voor. De lobbyist verschaft onderzoekgegevens, alternatieven en juridische vondsten. Sommige lobbyisten helpen Kamerleden bij het opstellen van de wijzigingsvoorstellen en moties.

De lobby hoort bij de volwassen democratie. De argumenten van lobbyisten kunnen van praktisch belang zijn en tot betere regelgeving leiden. De lobby van de ene groep lokt lobby-activiteiten van andere groepen met andere of tegengestelde belangen uit. Zo is tegenover de traditioneel sterke boerenlobby een professionele milieulobby komen te staan. En lobby's kunnen invloedrijk zijn. Zo heeft de Haagse lobbyist Theo Monkhorst zijn naam op een menukaart weten te krijgen. In bodega De Posthoorn bestelt men voor elf gulden een 'Salade Monkhorst (fris)'.