Beatrix

Een wellicht aardig precedent van een mogelijke koninklijke bezorgdheid over de handel en wandel van een dienaar van de Kroon (het terugroepen van jhr. E. Röell uit Zuid-Afrika) is het ontslag van mr. M.W.F. Treub als minister van financiën in het kabinet-Cort van der Linden op 8 februari 1916, na aanvaarding in de Tweede Kamer van een motie-Schaper op die datum.

Volgens de kenner bij uitstek van Nederland in deze tijd, C. Smit, was die motie niet de eigenlijke grond van het ontslag van Treub, maar de verontwaardiging van koningin Wilhelmina over het voornemen van Treub, zich met zijn maîtresse in een bekend Amsterdams hotel te vestigen.

Die verontwaardiging van Wilhelmina over het voornemen van Treub, de sterke man uit het kabinet-Cort en uitgesproken Ententegezind, zou, aldus Smit, nog extra aangewakkerd zijn door boze influisteringen van de Duitse gezant in Nederland, R. von Kühlmann (C. Smit, Nederland in de Eerste Wereldoorlog. 3 dln. Groningen 1971-1973. Deel 2, pp. 135,136).

Overigens keerde Treub al na ongeveer een jaar terug op financiën, men had hem hard nodig in het kabinet. Of de reden tot verontwaardiging van Wilhelmina inmiddels was komen te vervallen, is mij echter niet bekend.