Typisch Hollands

De mens heeft het altijd het liefste over zichzelf. De kunst is alleen om het onderwerp zo in te kleden dat je ermee voor de dag kunt komen. Discussiëren over wat 'typisch Nederlands' is, is eigenlijk een gelegitimeerde manier om het over jezelf te hebben.

Het onderwerp is de laatste jaren zeer in trek geraakt. Boekjes over wat een rare lieden wij toch zijn met onze geveltuintjes, onze nuchterheid en onze verjaarsvisites vliegen de winkels uit. Die boekjes zijn weliswaar geschreven door buitenlanders, maar natuurlijk grotendeels aan ze gedicteerd door Nederlanders. Dat zijn ook de lezers. (Wat die buitenlanders zelf over Nederland denken is verder van weinig belang. Het gaat om de bevestiging van de vaderlandse identiteit, de lezers controleren hoeveel de auteur ervan 'begrepen' heeft.)

Op allerlei terreinen viert de nationale zelfvertedering hoogtij: in de popmuziek, de reclame, de horeca. Wie de kranten leest kan vaststellen dat de meest onverwachte zaken de laatste tijd worden herkend als nationale eigenschappen. Wie had gedacht dat onze benadering van het fileprobleem karakteristiek is, omdat wij nog geloven in de oplosbaarheid ervan? Of dat wij, ondanks de enorme groei van het aantal advocaten, nog steeds aanmerkelijk minder procederen, en het vaker in der minne eens worden, dan bijvoorbeeld de Duitsers?

Dat zijn dingen die als het ware vanzelf gebeuren. Anders is het met de massale feestelijkheden, waarover de historicus Frijhoff het onlangs in een interview had. De Ajaxgekte, maar ook de opbloei van Koninginnedag annex vrijmarkt bijvoorbeeld zijn op zijn minst half bewuste vieringen van wat wel het 'wij-gevoel' heet. Of de Uitmarkt, als de hele Amsterdamse binnenstad verstopt zit van de cultureel geïnteresseerde burgers. De opening van de Erasmusbrug. Het is allemaal nationale zelfvertedering. Kijk, dat zijn wij nou, gezellig hè? zegt de menigte. Wie het waagt het niet leuk te vinden, is een spelbreker.

Interessant is de kwestie van het nationale zelfbeeld als beeld. De vraag of de Nederlandse schilderkunst, althans de oude, als zodanig is te herkennen kwam in het vorige Cultureel Supplement ter sprake. Gary Schwartz berichtte dat datgene waarvoor Nederland in de Gouden Eeuw een reputatie had, niet de binnenhuistaferelen van De Hoogh waren die tegenwoordig zo karakteristiek worden gevonden voor onze beschaving. Wat wij exporteerden waren elegante bouw- en beeldhouwwerken in een internationale stijl. Het 'typisch Nederlandse' in allerlei schilderijen, zo had een andere Amerikaanse kunstgeleerde vastgesteld, is niet meer dan een door de kijkers zelf bedacht stereotype.

Het is waar, de verheerlijking van het intieme, het niet-deftige is van later datum. Pas sinds 1884 is Nederland 'Het land van Rembrand(t)', want toen verscheen het beroemde boek met die titel.

Aan het eind van de vorige eeuw is een hele wereld van nationale stereotypen tot stand gekomen. Alle visuele clichés over Nederland zijn toen ontstaan, met de kanten klederdrachtmuts en de klompen voorop. Frau Antje, maar ook de Hollandse meester op de beschuittrommel. Terwijl Busken Huet aan zijn boek werkte, waren Volendam en het eiland Marken net bereikbaar voor toeristen, dank zij de nieuwe stoomtram en de trambotter vanuit Amsterdam. Schilders kwamen van heinde en ver om de plaatsen rond de Zuiderzee met hun bonkige vissers en kleurrijke klederdrachten te vereeuwigen: de inboorlingen poseerden graag, tegen een kleine vergoeding.

De Volendammer vissersman werd de Hollander bij uitstek. Het Hindelooper interieur was een succès fou op de wereldtentoonstellingen, samen met de blonde Friezinnen die er Bols' jenever en Van Houten's cacao schonken.

Nu, ruim een eeuw later, lijken de klederdrachtkapjes en de klompen als nationale symbolen op hun retour te zijn. Tegelijk is in kunsthistorische kringen het besef doorgedrongen dat wat honderd jaar lang als dé Hollandse schilderkunst is beschouwd, maar een deel daarvan was.

Zo wordt aan het eind van deze eeuw nog gauw even afgerekend met de erfenis van de vorige. Oude stereotypen moeten de deur uit, want er is een ruime aanvoer van nieuwe.