Stationsbuurt loopt te hoop tegen gemeente

De Haagse Stationsbuurt wordt voor bijna zestig miljoen gulden opgeknapt. De bewoners zien weinig in de plannen.

DEN HAAG, 11 SEPT. “Dit komt nooit meer goed”, verzucht Paul Lamers, staande op een vluchtheuvel op het onoverzichtelijke Rijswijkseplein in Den Haag. Om hem heen razen auto's, trams schieten rakelings voorbij. Lamers is woordvoerder van de buurtorganisatie Stationsbuurt, die deze week in een nota kritiek uitoefent op de herinrichting van het Rijswijkseplein, het Stationsplein (voor station Hollands Spoor) en de route naar het oude centrum op de Stationsweg.

“Uitermate teleurstellend”, vinden de bewoners van de Haagse Stationsbuurt het voorstel dat het Haagse college van B en W gisteren aan de gemeenteraad heeft gedaan. Het plan voorziet in een herinrichting à 59 miljoen gulden van het Stationsplein en het aangrenzende Rijswijkseplein. De gemeente betaalt elf miljoen gulden, de rest wordt opgebracht door Rijkswaterstaat en het stadsgewest Haaglanden.

De plannen behelzen een herinrichting van het drukke Rijswijkseplein, volgens de buurtorganisatie “weggegooid geld”. De routes voor auto en trams worden uit elkaar getrokken om de 'doorstroming' van autoverkeer en openbaar vervoer tot ten minste 2005 te kunnen garanderen, en er komen voorzieningen voor fietsers en voetgangers. De route voor auto's uit het centrum wordt verlegd van het Zieken naar de Pletterijkade, langs de bekende haringkar. Aanvankelijk zou de 'haringkoning' moeten verdwijnen maar dat wist eigenaar Bert Buys te voorkomen. “Ik heb me met hand en tand verdedigd tegen het plan dat ik na zeventig jaar haringkoningschap in Den Haag het veld zou moeten ruimen”, aldus Buys. Er ligt nu een ontwerp voor een gloednieuw onderkomen dat gedeeltelijk boven het water langs de Pletterijkade komt te staan.

Even verderop wordt het plein voor station Hollands Spoor opnieuw ingericht. Ter verhoging van de veiligheid en het comfort van de reizigers worden de tramsporen tegen het station aan gelegd. Op de route naar de binnenstad wordt een ventweg opgeofferd voor een breed en sierlijk bestraat trottoir. Een aantal bushaltes wordt verplaatst naar de achterzijde van het station, waar sinds de opening van de Hoge Hogeschool in de Laakhaven meer leven in de brouwerij is gekomen.

“De aanleiding voor de herinrichting van het Stationsplein was het opheffen van de aanwezige verkeersknooppunten en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit”, zo heet het in het gemeentelijke voorstel. Lang niet genoeg, vinden de bewoners in hun eigen, alternatieve nota. Het liefst hebben de bewoners dat de intocht van auto's in hun wijk via het Rijswijkseplein wordt verplaatst naar achter het station. Automobilisten, vinden ze, moeten hun voertuig in een onlangs gebouwde parkeergarage aldaar parkeren. En de buurt zou alleen nog maar bereikbaar mogen zijn voor bestemmingsverkeer. Andere wensen van de bewoners zijn een tunnel voor de trams op het Stationsplein, desnoods het doortrekken van tramlijn 11 en als het echt niet anders kan hooguit één tramspoor op een nieuw aan te leggen “groene oase” van gras en bomen op het brede deel van de Stationsweg grenzend aan het Stationsplein. Het plein zelf, zo willen de bewoners, moet vrijgemaakt worden van auto's en één groot voetgangersdomein worden, verfraaid met bloembakken, een waterpartij en bomen.

Paul Lamers, die als bewoner van de Stationsweg regelmatig uitkijkt op een zee van stilstaande trams en bussen, beseft terdege dat Den Haag voor meer ambitieuze plannen wellicht het geld niet heeft. “Maar dat is nog geen reden om het op deze manier aan te pakken”, zegt Lamers. “In dit plan zit geen visie.” In plaats van slechts het verkeer goed af te wikkelen op weg naar het centrum en terug, had de gemeente volgens de buurtbewoners het geld moeten besteden aan een “totaalvisie” op de gehele buurt.

Een reconstructie van de gehele Stationsbuurt is dringend gewenst, menen de bewoners. “Nog steeds en op terechte gronden ervaren de bewoners, andere Hagenaars en bezoekers de wijk als naargeestig en onveilig”, aldus de bewonersnota. “De aanwezigheid van onder meer relatief grote probleemgroepen, drugsverkoop en -gebruik, prostitutie en naargeestige inrichting van pleinen, straten en wegen maken dat men liever met een boog om de wijk heen gaat. (-) De wijk is tevens verblijfsgebied van druggebruikers, dealers, alcoholisten en daklozen.”

De bewoners willen dat hun Stationsbuurt net als vroeger gaat fungeren als een royale entree voor bezoekers van Den Haag, een wijk met allure. “Een groene en economisch welvarende wijk, waar het prettig is om aan te komen, te winkelen, door te komen op weg naar het oude centrum en waar het aangenaam en veilig om om te verblijven.” Ze hopen de gemeenteraad de komende weken nog op andere gedachten te kunnen brengen.