Stakingsgeest is in de fles gebleven

ROTTERDAM, 11 SEPT. Het CAO-seizoen 1996 is net zo tam afgelopen als het is begonnen. Geen harde acties, geen smeuïge ruzies, geen spectaculaire akkoorden. Zelfs in de grootmetaal is dankzij de gisteravond gesloten CAO de stakingsgeest in de fles gebleven. Werknemers die dit jaar een nieuwe CAO krijgen, zien hun lonen een beetje stijgen, mogen een ietsje korter werken en moeten iets meer geld opzij leggen om straks eerder met werken te kunnen ophouden.

De vakcentrale FNV had vorig jaar nog zulke mooie voornemens. Zo zou de tot nu toe enthousiast verdedigde loonmatiging in 1996 definitief opzij worden gezet: werknemers die jarenlang op hun salarisstrook hetzelfde bedrag zagen binnenkomen, zouden dit jaar gaan profiteren van de economische opleving in Nederland. Ook bij de christelijke zusterorganisatie CNV vond men dat de lonen wel wat hoger mochten uitvallen, terwijl vakbonden voor middelbaar en hoger personeel zoals de VHP en de Unie allang van mening waren dat de werknemer meer geld in het laatje moest krijgen. Vakbondsonderhandelaars gingen op pad met de opdracht ten minste drie procent extra per jaar eruit te slepen.

Maar loon mocht niet het belangrijkste speerpunt zijn. Dit moest het jaar worden waarin de 36-urige werkweek voor alle werknemers binnen handbereik kwam. In 1995 waren de banken, de overheid en Akzo Nobel al gezwicht voor de druk van de vakbonden om - in ruil voor loonmatiging - met behulp van een kortere werkweek arbeidsplaatsen te redden, in 1996 zouden bedrijven als Philips en de werkgevers in de grootmetaal dit voorbeeld onherroepelijk volgen.

Het werd een fiasco. Zowel voormalig Philips-topman Jan Timmer als voorzitter Hans van den Akker van de metaalwerkgeversclub FME-CWM zetten zich vanaf het begin schrap tegen iedere poging om de 36-urige werkweek zelfs maar op de agenda te krijgen. De in het vooruitzicht gestelde loonmatiging maakte geen indruk: dankzij de economische opleving konden deze werkgevers zich wel een loonsverhoging van een paar procent permitteren. De Industriebonden FNV en CNV die zich publiekelijk gecommitteerd hadden aan de arbeidsduurverkorting, dreigden in beide gevallen met acties om hun gelijk te halen.

Bij Philips leidde dit tot een lastige situatie toen bleek dat het overgrote deel van de werknemers liever geld wilde dan een kortere werkweek. Philips loste het probleem op door met de vakbonden VHP en de Unie een CAO af te sluiten, zonder arbeidsverkorting maar met een jaarlijkse loonsverhoging van drie procent. In de grootmetaal, waar gisteren na maandenlang moeizaam onderhandelen een CAO is afgesloten, hebben de bonden gezamenlijk eieren voor hun geld gekozen: werkgevers hoeven geen 36-urige werkweek in te voeren, maar ze moeten wel jaarlijks geld in een pot stoppen om werkgelegenheidsprojecten uit te betalen.

Werkgevers hebben dit jaar vrijwel overal aan het langste eind getrokken. Ook waar geen arbeidstijdverkorting is afgesproken (zoals bij KBB en Heineken) bleven de looneisen keurig binnen de van te voren vastgestelde budgetten. Bedrijven als Unilever en Heineken slaagden er bovendien in om zonder enige arbeidsonrust dure VUT-systemen in te ruilen voor een beheersbaarder pré-pensioen. In de grootmetaal is de heikele VUT-discussie echter voor de zoveelste keer een jaar opgeschoven.

Heeft het CAO-seizoen 1996 al een matte indruk achtergelaten. De grootste vakcentrale wil volgend jaar vooral inzetten op scholing, zo liet FNV-bestuurder De Waal voor de zomer weten. Arbeidsduurverkorting zal minder prominent op de agenda komen, ook al omdat de arbeidsmarkt naar verwachting verder zal aantrekken. Loonmatiging blijft zowel voor FNV als voor CNV ook in 1997 het parool, al beseffen de vakbondsbestuurders dat de opofferingsgezindheid van de leden de kritische grens steeds dichter nadert.