Slim spel autobond in VS na ontnuchterende staking

NEW YORK, 11 SEPT. Zaterdagnacht verstrijkt de CAO van de Amerikaanse autowerknemers. De vakbond United Auto Workers (UAW) en de 'Grote Drie', General Motors, Ford en Chrysler, werken koortsachtig aan een nieuw akkoord.

De UAW heeft autoproducent Ford geselecteerd als onderhandelingspartner voor een nieuwe CAO. De UAW hoopt op basis hiervan een meerjarig contract met de gehele sector te sluiten. De arbeidscontracten voor werknemers in de Amerikaanse auto-industrie worden gesloten volgens zogeheten pattern bargaining. In de praktijk betekent het dat de UAW een van de grote drie automakers als onderhandelingspartner kiest in de verwachting dat de CAO die daarbij uit de bus komt door de anderen zonder meer wordt geaccepteerd. Meestal gebeurt dat ook. Degene die de toon zet is in het voordeel, omdat voorwaarden op het eigen bedrijf kunnen worden toegesneden.

De keuze voor Ford is verrassend. Ten eerste was Ford drie jaar geleden, bij de vorige besprekingen, ook al eerste keus en in de regel probeert de UAW steeds een ander te kiezen. Ten tweede is in het algemeen de verwachting dat de UAW de meest winstgevende automaker kiest en dat is op dit moment Chrysler. De gedachte daarachter is dat de 'rijkste' het meest geneigd is tot concessies. De andere spelers hebben de CAO dan maar te slikken.

De Amerikaanse auto-industrie staat er goed voor. De huidige periode van economische groei duurt al vijf jaar en na uitgebreide reorganisaties is de sector inmiddels bekomen van de slagen die vooral Japanse autoproducenten de 'Grote Drie' toebrachten. Chrysler behaalt recordwinsten en General Motors is met zijn Noordamerikaanse divisie ook grotendeels uit het dal. De winstgevendheid van de sector staat als een paal boven water en daar willen uiteraard ook de vakbondsleden van meeprofiteren.

De UAW lijkt daarom dit jaar een andere tactiek te volgen dan bij andere gespreksrondes. De bond verklaarde op 22 augustus dat hij nog steeds met alle drie de automakers in gesprek was en dat de gesprekken vruchtbaar waren. Waarnemers zagen dit als een manier van de UAW om zoveel mogelijk druk op de producenten te kunnen uitoefenen. Immers, elk van de 'Grote Drie' maakt de UAW het hof in de hoop te worden uitverkoren om als basis voor de CAO van de industriesector te dienen. Het onderhandelingsproces moet voor de 14de van deze maand tot een goed einde zijn gebracht, omdat dan de huidige CAO afloopt. De UAW heeft Ford echter niet genoemd als het bedrijf dat zal worden platgelegd als er geen CAO is op die datum.

“De bond treft dit jaar geheel verschillende omstandigheden aan bij de Grote Drie”, zegt Thomas Kochan, hoogleraar industriële verhoudingen aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). “Ze betreden nieuw terrein in een poging om regels te stellen voor het uitbesteden die kunnen gelden in de gehele sector.” Volgens Kochan blijft de UAW daarom ook zo lang mogelijk met de drie afzonderlijke partners praten om zoveel mogelijk informatie te krijgen.

“Meer informatie? Waarom”, vraagt Dale Brickner van de Michigan State University in Lansing. “De informatie ligt op straat en iedereen weet hoe de Grote Drie ervoor staan. GM heeft nog overcapaciteit, Ford draait redelijk goed, maar Chrysler is absolute klasse. Ze kunnen daar de vraag nauwelijks aan.” Volgens Brickner speelt UAW-topman Stephen Yokich een slim spelletje. Hij onderhandelt met Ford, maar als een van de andere twee zoveel concessies doet dat er een beter akkoord uit kan komen zal de bond dat met beide handen aanpakken.

De nadruk ligt dit jaar op werkgelegenheidsbehoud. In toenemende mate proberen de autoproducenten de produktie van onderdelen uit te besteden, onderdelenleveranciers te verzelfstandigen en concurrentie tussen leveranciers te bevorderen. Omdat in de onderdelensector een veel lagere vakbondsorganisatiegraad is, vreest de UAW dat zijn invloed en achterban langzaam vermindert.

GM maakt ongeveer 70 procent van zijn onderdelen in eigen huis. Bij de concurrenten Ford en Chrysler ligt dat percentage lager, op respectievelijk 50 en 30 procent. Onderdelen uit eigen huis hoeven niet duurder te zijn, maar in het geval van GM zijn ze dat kennelijk wel. Na een staking in februari 1994 zegde de bond toe dat de produktiviteit zou stijgen maar dat is volgens de top van GM niet gebeurd. Zo ziet het bedrijf met lede ogen dat het 45 dollar per werknemer per uur kwijt is terwijl de concurrent het in sommige gevallen met slechts 15 af kan.

In februari van dit jaar werden door een staking vrijwel alle Amerikaanse activiteiten van General Motors stilgelegd. Het ging daarbij om een poging van het bedrijf onderdelen te betrekken van het Duitse bedrijf Robert Bosch, dat in zijn Amerikaanse vestiging geen bij de UAW aangesloten werknemers heeft. De UAW maakte er een principezaak van en de staking, die in Ohio begon, duurde achttien dagen. Doordat de onderdelen elders in het bedrijf nodig waren lag na twee weken vrijwel geheel de Noordamerikaanse afdeling van GM plat. Het kostte het bedrijf 900 miljoen tot 1 miljard dollar.

“De staking is in zoverre belangrijk dat het een ontnuchterende ervaring was voor beide partijen”, aldus Kochan. “Niemand heeft zin om het over te doen.” Volgens Kochan wordt er in de huidige onderhandelingen niet hard tegen hard gespeeld. Hij hecht echter weinig waarde aan het feit dat er geen stakingsdreigement is geuit. Volgens Kochan is er altijd enige variatie in hoe de onderhandelingen verlopen.

Grote vraag bij de onderhandelingen is of de UAW zal streven naar een contract dat meer dan drie jaar loopt. Sinds de jaren vijftig is het niet voorgekomen dat de bond en de autosector daarvan afweken. Destijds was er een vijfjarige CAO, die echter weer werd opengebroken toen de economische situatie zich wijzigde door de Koreaanse oorlog. Kochan: “Alle bedrijven streven naar voorspelbaarheid en stabiliteit. Misschien is Ford het meest bereid tot een contract van langere duur en is dat de bond ook veel waard.” Brickner daarentegen denkt dat de bond heel tevreden zal zijn met een driejarig contract. “Er zijn te veel factoren die een rol spelen”, zegt hij. “Waarom nu afwijken? Alleen als de concessies uitermate royaal zijn verwacht ik een vier- of vijfjarige CAO maar dat is niet waarschijnlijk.”

    • Lucas Ligtenberg