Ritzen retireert, universiteitswet terug in kabinet

DEN HAAG, 11 SEPT. Minister Ritzen (Onderwijs) wil nader overleg voeren met zijn collega's in het kabinet, nu zich in de Tweede Kamer een meerderheid dreigt af te tekenen tegen het wetsvoorstel over de modernisering van de universitaire bestuursorganisatie (MUB).

De discussie met de Tweede Kamer spitste zich gisteren in het debat toe op de wens van een meerderheid van PvdA, D66, CDA, GroenLinks en SP dat studenten volwaardig lid kunnen zijn het faculteitsbestuur. Het Tweede-Kamerlid Van Gelder (PvdA) heeft hierover een amendement ingediend. De VVD ziet in dit wijzigingsvoorstel voldoende reden om tegen de MUB te stemmen.

De minister wil ook nader beraad in het kabinet over een amendement van D66, dat uitspreekt dat studenten deel kunnen uitmaken van het opleidingsbestuur.

Ritzen baseerde zijn “overwegende bezwaren” tegen een student in het faculteitsbestuur op de “zeer grote verantwoordelijkheid” van dat bestuur. Beslissingen over het benoemingsbeleid van hoogleraren, over faciliteiten voor het personeel, het algemeen personeelsbeleid, toezicht op het onderwijs en keuzes over het onderzoek betekenen voor een faculteitsbestuur “een enorme verantwoordelijkheid”, aldus Ritzen. “Dan heb ik de grootste moeite met de student als bestuurder.” Hij wees ook op de korte termijn, een jaar, dat een student lid van het faculteitsbestuur zou zijn. Ritzen wil in het kabinet de verschillende argumenten “nog eens heel nauwkeurig doorvlooien”. Bij de komende afweging in het kabinet gaat het volgens Ritzen om de positie van de student als bestuurder zonder eigen achterban. Maar hij vond dit wel “heel lastig om te verdedigen”.

Ritzens partijgenoot Van Gelder bestreed dat zijn voorstel betekent dat de student in het faculteitsbestuur een vorm van medebestuur zou betekenen. In het wetsvoorstel worden vormen van medebestuur van de geledingen van personeel en studenten in de universiteisraad en in de faculteitsraden vervangen door inspraak en medezeggenschap. Van Gelder hield vast aan zijn amendement. “Het gaat er om dat er een bestuur komt met goede mensen erin.” Wijzend op “de werkgemeenschap die de universiteit vormt”, kon Van Gelder geen bezwaar zien in de door hem gewenste positie van de student als bestuurder van een faculteit.

Het debat in de Kamer werd ook in deze termijn verstoord door studenten die vanaf de publieke tribune luidkeels betoogden dat de MUB “monddood maakt”. Zij moesten de tribune verlaten.