PvdA: Beatrix moet vriendin uitnodigen

DEN HAAG, 11 SEPT. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer wil het uitnodigingenbeleid voor officiële ontvangsten door het koninklijk huis verruimen. Niet alleen wettige echtgenotes zoals nu protocollair gebruik is, maar ook niet-gehuwde partners zouden een uitnodiging moeten krijgen. Dit verklaarde vanmorgen het Tweede-Kamerlid P. Rehwinkel (PvdA).

Bij officiële gebeurtenissen zoals staatsdiners tijdens staatsbezoeken van een buitenlands staatshoofd aan dit land, laat het protocol alleen wettige echtgenotes toe en geen vaste vriendinnen bijvoorbeeld. Koningin Beatrix houdt strikt vast aan deze regel. “Bij uitgaande staatsbezoeken is het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden een academische”, aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. “Het is namelijk geen gebruik dat wettige echtgenotes van bijvoorbeeld de meereizende minister van Buitenlandse Zaken meegaan.”

Rehwinkel vindt dat de protocollaire beperking tot wettige echtgenotes zich niet verdraagt met recente moderniseringen in het familierecht, die de rechten van samenwonenden en andere niet-gehuwden, ook van hetzelfde geslacht, hebben versterkt. “We zoeken nog naar een geschikte gelegenheid om de kwestie van het 'vriendinnen-beleid' aan de orde te stellen”, aldus Rehwinkel. Hij herinnert aan schriftelijke vragen over dezelfde kwestie van de toenmalige PvdA-Kamerleden S. Patijn en J. van Nieuwenhoven aan premier A. van Agt in 1982. Zij vreesden dat sprake was van discriminatie van niet-gehuwden. Van Agt die dit ontkende, antwoordde dat een verruiming van het invitatie-beleid “de verzender van die invitatie in een hoogst kritieke positie” zou brengen, namelijk bepalen “wie in redelijkheid als partner te kwalificeren is”. Rehwinkel erkent dit bezwaar, maar ziet toch aanleiding om de discussie over het koninklijke invitatiebeleid te heropenen.

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ziet in de berichten van de laatste dagen over vermeende koninklijke invloed op ambssadeursbenoemingen en andere bestuurlijke zaken geen reden tot een beperking van de koninklijke taken tot louter ceremoniële aangelegenheden. “Niemand heeft behoefte aan een koningin in een gouden kooitje die op commando moet piepen”, aldus Tweede Kamerlid Th. de Graaf (D66).