President Wit-Rusland wil alle macht

De machtsstrijd tussen de Witrussische president Aleksandr Loekasjenko en zijn parlement stevent op een climax af. Loekasjenko vraagt in november per referendum het volk toestemming nog tien jaar aan te blijven, met bevoegdheden die hem tot alleenheerser maken. Het parlement wil de bevolking óók een referendum voorleggen - om het ambt van president af te schaffen.

De aanleiding tot de climax van de al sinds Loekasjenko's aantreden woedende oorlog tussen de president en het parlement wordt gevormd door de tussentijdse verkiezingen die op het programma staan. In het parlement, dat 260 zetels telt, zijn nog 61 zetels onbezet: in die districten was de opkomst bij de verkiezingen van vorig jaar te laag. Loekasjenko vindt dat die 61 zetels rustig leeg kunnen blijven. “Tweehonderd parlementariërs is genoeg voor een land met de omvang van Wit-Rusland”.

De president heeft redenen om de tussentijdse verkiezingen op 24 november te vrezen. De meeste herverkiezingen vinden in grote steden plaats (alleen al in de hoofdstad Minsk moeten 23 parlementariërs worden gekozen). En in de steden is de ontevredenheid over zijn hardhandige methoden en zijn eigenzinnigheid het grootst. Als die zetels naar de oppositie gaan, hetgeen voor de hand ligt, kan Loekasjenko op hooguit zestig parlementariërs rekenen - niet eens genoeg om grondwetswijzigingen tegen te houden.

Om dat te voorkomen wil Loekasjenko de bevolking op 7 oktober - de dag van de Oktoberrevolutie, die in Wit-Rusland nog steeds als een nationale feestdag wordt gevierd - naar de stembus roepen voor een referendum, waarin hij voor de komende tien jaar zijn macht veilig wil stellen. In het referendum moet de bevolking zich uitspreken over grondwetswijzigingen, die niet alleen Loekasjenko's ambtstermijn verlengen maar die hem ook dictatoriale bevoegdheden geven: als hij zijn zin krijgt, mag Loekasjenko voortaan verkiezingsdata vaststellen, het parlement al dan niet bijeenroepen, het parlement naar huis sturen, 's lands rechters, leden van kiescommissies, procureurs-generaal, de president van de Nationale Bank en de helft van de twaalf leden van het Constitutioneel Hof benoemen. Hij zou ook de bevoegdheid krijgen beslissingen van gemeenteraden te annuleren en 's lands burgemeesters mogen benoemen. In Loekasjenko's voorstellen wordt de omvang van het parlement verkleind tot 173 leden. Hij wil bovendien het recht eenderde van de 63 leden van de Senaat te benoemen. En hij wil het recht zonder instemming van het parlement de premier, de vice-premiers en de ministers van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Defensie, Financiën en Staatsveiligheid te benoemen.

Die voorstellen komen erop neer dat Loekasjenko zelfs bij hoogverraad niet kan worden afgezet, want daarvoor is instemming van driekwart van de Senaat nodig en Loekasjenko controleert éénderde van die kamer.

Niet alleen de meeste partijen, maar ook 's lands hoogste juristen verzetten zich fel tegen Loekasjenko's plan om via een referendum zijn macht verder uit te breiden. Volgens de vice-voorzitter van het Constitutionele Hof, Valeri Fadzejev, krijgt Loekasjenko als hoofd van de uitvoerende macht veel teveel zeggenschap over de wetgevende en de rechtsprekende macht, door het recht eenderde van alle Senaatsleden en de helft van de rechters van het Constitutionele Hof te benoemen.

Loekasjenko heeft in wat de oppositie uitlegt als zijn manier om zich op het referendum voor te bereiden, alvast de bankrekeningen van vijf onafhankelijke bladen bevroren en het laatste onafhankelijke radiostation (en het enige dat in het Witrussisch uitzond) gesloten.

De oppositie probeert Loekasjenko's plannen te dwarsbomen. Eind augustus dreigden de dertien grootste partijen in Wit-Rusland de president af te zetten als hij niet uiterlijk op 15 september zestien decreten intrekt (over onder meer de schorsing van vakbonden en Loekasjenko's controle over de radio en televisie) omdat ze door het Constitutionele Hof in strijd zijn verklaard met de grondwet. Die tijdslimiet werd gisteren nog eens bevestigd. Bij de dertien partijen bevinden zich de Agrarische Partij, de communisten, en de sociaal-democraten. Ze beheersen zeventig procent van het parlement, dat wil zeggen: meer dan de tweederde meerderheid die nodig is om Loekasjenko af te zetten.

Maar niet van alle partijen is de steun voor een afzettingsprocedure unaniem. Vooral de (zeer orthodoxe) communisten zijn verdeeld. Een groep leiders binnen de communistische partij - onder wie twee partijsecretarissen, twee secretarissen van het Centraal Comité en drie leden van het parlement - hebben afstand genomen van de “niet constructieve” kritiek op Loekasjenko. Hun belangrijkste motief lijkt overigens te zijn gelegen in hun onwil samen te werken met wat ze zien als 'rechtse' partijen.

Eind vorige week besloot het parlement de handschoen op te nemen en de bevolking niet op 7, maar op 24 november naar de stembus te roepen, als ze toch moeten gaan stemmen voor de tussentijdse verkiezingen (die Loekasjenko nog altijd niet wenst. Het doel: een stemming over een voorstel de grondwet zodanig te wijzigen dat het ambt van president wordt afgeschaft. Loekasjenko's reactie: als het parlement dat plan doorzet, stuurt hij het naar huis.