Platform moet dans injectie geven

Staatssecretaris A. Nuis van OCW presenteert komende dinsdag in het parlement zijn definitieve plannen voor cultuur voor de jaren 1997 tot en met 2000. De Nederlandse dans verkeert in een impasse: men zwijgt en wacht af.

AMSTERDAM, 11 SEPT. Er zijn twee zielen met éen gedachte, maar of vereende krachten de dans in Nederland uit het dal zullen trekken, is nog maar zeer de vraag. Het is de 'danswereld' zelf die het antwoord kan geven, maar daar ligt nu juist het probleem. Men zwijgt en wacht af.

Zowel de Amsterdamse Kunstraad als de landelijke Raad voor Cultuur hebben zich voorstanders betoond van de oprichting van een produktiehuis voor de dans; de Amsterdamse Kunstraad in maart van dit jaar, de Raad voor Cultuur vier jaar geleden al met een pleidooi voor de oprichting van een 'Dansersplatform'. Het produktiehuis zou een facilitair bedrijf moeten zijn, dat choreografen maar ook dansers die een ad hoc-subsidie hebben gekregen, produktioneel, publicitair en zakelijk de helpende hand biedt bij het realiseren van hun produkties. Het instituut zou in artistiek opzicht 'neutraal' moeten zijn; dat wil zeggen dat het beheer slechts door een zakelijke directie gevoerd wordt en dat iedereen, van welke stroming of stijl ook, er terecht kan. Het artistieke oordeel over de plannen wordt door anderen geveld - in de meeste gevallen door het Fonds voor de Podiumkunsten dat eenmalige subsidies verstrekt.

Het advies van de toenmalige Raad voor de Kunst werd vier jaar geleden op protesten onthaald. De danswereld, plotseling verenigd in afkeer, voelde zich gepasseerd en betutteld. Het plan werd niet uitgevoerd. De bij het ministerie van WVC gereserveerde subsidie werd beschikbaar gesteld aan de Dansers Studio, waarvan de artistieke leiding in handen is van choreografe Beppie Blankert. Hoewel ze één van de aanvoerders was van de protestbeweging, zei ze een met het 'Dansersplatform' vergelijkbaar huis voor ogen te hebben. De Dansers Studio voldoet echter niet aan de door de Raad beoogde doelstelling. De opvolger van de Raad voor de Kunst, de Raad voor Cultuur, adviseert dan ook de Dansers Studio de komende jaren geen subsidie meer te verstrekken.

In zijn advies aan de Gemeente Amsterdam pleit de Amsterdamse Kunstraad voor een produktiehuis “om de dans een broodnodige injectie te geven”. Het studiocomplex zou volgens de Kunstraad “meer dan een gebouw” zijn. “Het fungeert als katalysator die het dansveld nodig heeft.” De Raad spreekt van “het juiste moment en een goede gelegenheid” omdat de situatie in de hoofdstad, waar de Nederlandse dans goeddeels geworteld is, verre van rooskleurig is. Een produktiehuis zoals Theater Korzo in Den Haag ontbreekt en er is een nijpend gebrek aan repetitieruimten. Twee dansstudio's zijn al verdwenen, andere (van Danswerkplaats Amsterdam en de studio's in de Overamstelstraat) staan op de nominatie te verdwijnen.

Het ligt voor de hand dat het Amsterdamse plan en de gefnuikte rijksplannen van vier jaar geleden nu worden samengevoegd, te meer omdat de onlangs verschenen Advies Cultuurnota 1997-2000 van de Raad voor Cultuur opnieuw de wenselijkheid van een Amsterdams produktiehuis voor de dans benadrukt. Ook volgens Hans Hoogerbrug, hoofd van de sector Theater van het ministerie van OCW, is “een samenwerkingsverband van choreografen nog steeds nodig”. Toch is er van een “huwelijk” tussen de plannen van de Gemeente Amsterdam en het Rijk voorlopig nog geen sprake.

Volgens de Raad voor Cultuur is het wachten op een goed onderbouwd en vertrouwenwekkend subsidieverzoek. Dat is tot op heden niet ingediend en voor het nieuwe Kunstenplan, dat op 1 januari 1997 zijn beslag krijgt, is het hoe dan ook te laat. “Het probleem ligt bij de danswereld”, zegt Bert Janmaat, voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad. “Het onderzoek van de Kunstraad naar dansfaciliteiten heeft plaatsgevonden in nauw overleg met het dansveld, tijdens verschillende bijeenkomsten in het Theater Instituut. Ons voorstel behelst zuiver het creëren van voldoende ruimte. Het is vervolgens aan de danswereld, om daarop te reageren met een initiatief ter invulling van die ruimte. Dat is helaas niet gebeurd.”

“Verdeeldheid speelt de danswereld parten”, zegt ook Kees Korsman, voorheen zakelijk leider van de Amsterdamse Dansers Studio en thans verbonden aan het LOKV (Landelijk Overleg Kunstzinnige Vorming). Korsman heeftgeprobeerd de Dansers Studio op een andere leest te schoeien en een breed opgezet dansersplatform te realiseren, maar dat is niet gelukt. Uit gesprekken met verschillende betrokkenen is hem gebleken dat er nog altijd “onvoldoende saamhorigheid” bestaat binnen de dans. “Men gunt elkaar het licht in de ogen niet. Het zou interessant zijn als iemand de opdracht zou krijgen om te proberen de gelederen te sluiten.”

Hans Hoogerbrug is minder pessimistisch en hoopt dat samenwerking al doende ontstaat. “Als de gemeente Amsterdam bereid is een studioruimte te creëren, denk ik dat er een basis kan ontstaan voor samenwerking, al is het alleen maar omdat men dan ruimtelijk in elkaars nabijheid is. Als je als choreografen elkaars buren bent is de stap niet meer zo groot.”

Ook de Raad voor Cultuur ziet nog mogelijkheden om uit de impasse te geraken. De vorig jaar opgerichte Henny Jurriëns Stichting, die zich richt op het geven van danstrainingen aan professionele dansers, biedt volgens de Raad “een ideale mogelijkheid voor een toekomstig produktiehuis in de hoofdstad, met een of meerdere theaterzaaltjes en een facilitair bedrijf.” De Raad adviseert dan ook “op korte termijn in overleg met de Henny Jurriëns Stichting tot een adequate invulling voor een produktiehuis in Amsterdam te komen”.

De Amsterdamse Kunstraad heeft inmiddels in opdracht van de Gemeente Amsterdam een onderzoek uitgevoerd naar mogelijke locaties voor een nieuw dansstudiocomplex. Eerste keus is het Zuiveringsgebouw op het terrein van de voormalige Westergasfabriek, in het stadsdeel Westerpark. Het overleg met het stadsdeel is nog gaande. Uiterlijk 1 oktober moet een definitieve locatie gevonden zijn. Op dezelfde datum opent overigens het dansgezelschap Opus One een eigen, openbaar toegankelijk trainingscentrum in de hoofdstedelijke Parkkerk, in samenwerking met een impresariaat en het Amsterdamse Monumentenfonds.

    • Ilse van der Velden