OVSE beboet partij Bosnische Serviërs wegens separatisme

SARAJEVO, 11 SEPT. De Europese Veiligheidsorganisatie OVSE heeft de belangrijkste partij van de Bosnische Serviërs een boete van 50.000 dollar opgelegd omdat ze in haar verkiezingscampagne ijvert voor afscheiding van de 'Servische Republiek' in Bosnië en voor aansluiting bij Servië.

De OVSE, die toezicht houdt op het verloop van de verkiezingen die zaterdag in Bosnië worden gehouden, uitte gisteren scherpe kritiek op de verkiezingsretoriek van de Servische Democratische Partij (SDS), de partij die tot voor kort formeel en de facto nog steeds wordt geleid door de van oorlogsmisdaden betichte Radovan Karadzic. De OVSE verweet de SDS-leiders dat ze in hun verkiezingstoespraken voortdurend ageren tegen de territoriale integriteit van Bosnië. Mensen als Biljana Plavsic en Momcilo Krajisnik - respectievelijk president van de Servische Republiek en voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviërs - “bedreigen, ontkennen of ondermijnen de Bosnische soevereiniteit”. “Ze hebben opgeroepen tot onafhankelijkheid van de Servische Republiek en voor aansluiting bij Servië. We hebben de SDS opgedragen een boete van 50.000 dollar te betalen en we hebben gewaarschuwd dat elke kandidaat die dergelijke verklaringen blijft afleggen wordt geschrapt [van de kieslijst]”, aldus een in Sarajevo uitgegeven verklaring van de OVSE.

Tot dusverre heeft de OVSE geen SDS-kandidaten geschrapt, voornamelijk uit vrees dat de partij de verkiezingen zal boycotten. Het is op dit moment overigens nauwelijks nog mogelijk een kandidaat te schrappen, omdat de kiesbiljetten met de namen van alle kandidaten al op weg zijn naar de stembureau's.

De SDS betaalt de boete uit de subsidie die de OVSE haar (en alle andere deelnemende partijen) betaalt om haar aan een kantoor en verkiezingsmateriaal te helpen. Voor de SDS is daarvoor 100.000 dollar uitgetrokken.

De OVSE gaf de SDS gisteren ook opdracht alle affiches met het portret van de tot aftreden gedwongen partijvoorzitter en president Radovan Karadzic weg te halen voor zover ze binnen vijftig meter van stembureau's hangen. Eerder had de OVSE de partij opgedragen helemaal geen affiches met Karadzic' portret op te hangen, maar die opdracht is in de Servische Republiek massaal genegeerd. Gisteren zond de televisie van de Bosnische Serviërs op last van de OVSE een verklaring uit waarin werd gewezen op het verbod, Karadzic-affiches op te hangen.

Van diverse kanten is gisteren aangedrongen op een verlenging van het mandaat van de NAVO-vredesmacht IFOR. Formeel loopt dat mandaat eind december af. De Duitse minister van Defensie, Volker Rühe, zei gisteren dat IFOR tot oktober volgend jaar in Bosnië zou moeten blijven. De Kroatische minister van Buitenlandse Zaken, Mate Granic, drong in Kiev aan op een verlengig van het mandaat met twee jaar. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken John Kornblum erkende gisteren in Washington de noodzaak dat de internationale gemeenschap na de verkiezingen “haar vredesmissie in ex-Joegoslavië voortzet” en “andere veiligheidsmissies onderneemt”, zonder echter met zoveel woorden te zeggen dat dat neerkomt op een verlenging van het verblijf van IFOR. De New York Times schreef vandaag dat het IFOR-mandaat wellicht met twee jaar wordt verlengd; dat is de termijn, aldus het blad, waarover de NAVO nu praat.

De vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Lawrence Eagleburger gaf gisteren een zeer sombere prognose over de vredeskansen in Bosnië. In een vraaggesprek met de televisiezender CNN noemde hij de verkiezingen van zaterdag “een zoethoudertje”. Op de vraag of de etnische gemeenschappen in Bosnië in de toekomst zullen samenwerken zei Eagleburger: “Nee, nee. Maar ik hoop dat ik te pessimistisch ben. Ik denk dat binnenkort, en zeker na het vertrek van de buitenlandse troepenmacht [IFOR], het doden wordt hervat.” (Reuter, AP, AFP)