Mannen bakken geen kaastaart

Multiplicity. Regie: Harold Ramis. Met: Michael Keaton, Andie MacDowell, Harris Yulin, Richard Masur, Ann Cusack. In 25 theaters.

“Eerst komt mijn werk en dan mijn gezin, en daar huppel ikzelf achteraan,” klaagt de hoofdpersoon van Multiplicity, een Amerikaanse komedie over de druk-druk-drukgeneratie. Doug Kinney heeft een verantwoordelijke baan bij een bouwbedrijf, een werkende vrouw, twee jonge kinderen, en nooit eens vrije tijd. Geen wonder dat hij snel toehapt wanneer een vaderlijke geneticus aanbiedt hem te klonen. Als hij zijn werk kan laten doen door een kopie van zichzelf, heeft hij tijd om te koken, zijn honkballend zoontje te coachen en pony te rijden met zijn dochtertje.

Zelfs twee Doug Kinneys blijken niet genoeg om het bestaan in modern Amerika aan te kunnen. En dus laat Doug zich nog een keer klonen, dit keer om de boel de boel te kunnen laten en te gaan golfen en zeilen. Wanneer vervolgens Dougs klonen een extra kopie aanmaken om hùn werk te verlichten, blijkt het leven er alleen maar moeilijker op te worden.

Multiplicity, dat is gebaseerd op een kort verhaal van de National Lampoon-schrijver Chris Miller, begint als een redelijk getimede zedenschets. Regisseur Harold Ramis (National Lampoon's Vacation, Groundhog Day) toont een goed oog voor het verborgen leed van de buitenwijk en maakt optimaal gebruik van het komisch talent van zijn hoofdrolspeler Michael Keaton. Geholpen door de afdeling visual effects laat Keaton de vier nogal verschillende afsplitsingen van Doug Kinney overtuigend met elkaar botsen en bekvechten - over de verdeling van de taken en vooral over de vraag wie het recht heeft om met Dougs vrouw (een weinig sprekende Andie MacDowell) te slapen.

Een superieure comedy of errors wordt Multiplicity nooit, en na een uurtje is de lol er zelfs grotendeels af. Dat komt in de eerste plaats door een denkfout in het scenario die verhindert dat de kijker wordt meegesleept door de logica van de onzin. Doug Two, Three en Four zijn namelijk geen echte klonen. In het geval van de achterlijke Four is dat logisch: hij is gemaakt van het bloed van Two, en dus 'een kopie van een kopie'. Maar bij de ruige Two en de nichterige Three leidt het tot verwarring: hoe kunnen ze vanaf het eerste moment zo verschillen, terwijl ze kopieën zijn van één origineel?

Een ander ongelukkig detail is de persoonlijkheid van Three, de kloon die in het leven wordt geroepen om het huishouden te doen. Keaton speelt hem als een karikaturale softie, alsof hij (en de maker van de film) wil zeggen dat je een verwijfde tut moet zijn om je bezig te houden met was en afwas. Echte mannen bakken geen kaastaart, luidt de verborgen moraal. In een hilarische komedie valt je zoiets niet op, in Multiplicity is het hoogst ergerlijk.