Management-hypes en andere leugens volgens Dilbert

The Dilbert Principle. Door Scott Adams. Uitg. HarperBusiness, New York, 1996. Prijs: ƒ 42,60. ISBN 0-88730-787-6.

Van Ronald Reagan wordt beweerd dat hij altijd de kranten van achter naar voren las: van de strips naar de politieke actualiteit. In de Verenigde Staten ben je met het eerste al een tijdje zoet, want zelfs een krant als de Washington Post bevat niet minder dan drie pagina's comics. Dat heeft onvergetelijke strips opgeleverd als Charlie Brown, Garfield, Hagar de Verschrikkelijke en Calvin en Hobbes (in Trouw: Casper en Hobbes!).

In Nederland moet de lezer van de kwaliteitskranten zich meestal tevreden stellen met één strookje. Het is dan ook niet te verwonderen dat, op fanatieke lezers van advertentiebladen als Intermediair en Vacature (in Vlaanderen) na, weinigen in het Nederlandse taalgebied bekend zullen zijn met Dilbert. Zoals John Cleese van Monty Python met zijn lesvideo's, zo heeft striptekenaar Scott Adams begrepen dat er geld valt te verdienen met de absurditeiten van het zakenleven. De Dilbert-strip is daar het gevolg van.

De identiteiten van de verschillende personages in de Dilbert-strip liggen niet helemaal vast, maar duidelijk is dat Dilbert een werknemer is en wel één van deze tijd. Hij vergadert of zit achter een computer en is tot niet veel meer in staat dan verbaal protest tegen of cynisch commentaar op wat managers (verpersoonlijkt in een baas met haar dat er uitziet als een paar duivelshoorntjes) en consultants (de hond Dogbert) zoal weten te bedenken. Dit is de setting voor een strip waarvan de humor meestal niet overdonderend en waarvan de tekeningen erg bijzonder zijn, maar wel met een herkenbare kracht. Dit is een strip over de moderne onderneming waar de 'normale' bureaucratische absurditeiten al snel geaccentueerd worden door de in snel tempo op elkaar volgende management-fads: down-sizing, re-engineering, mission statements, teambuilding, ISO 9000. Adams moet er niet veel van hebben en niet weinig van zijn lezers waarschijnlijk evenmin.

Adams kent het bedrijfsleven en de managementliteratuur heel goed. De kreten in Dilbert en The Dilbert Principle zijn dan ook zo uit de bedrijfspraktijk en -literatuur geplukt. Zelf behaalde Adams zijn MBA in Berkeley en werkte hij zeventien jaar voor Pacific Bell vooraleer hij met zijn strip kleine ondernemer werd. Adams heeft ook veel geleerd van de moderne managementtechnieken. Elk jaar stelt hij zich een nieuwe, ambitieuze verkoopdoelstelling, die hij meestal ook haalt, en in het kader daarvan doet hij ook aan produktvernieuwing. Heel belangrijk was daarbij dat hij de kranten die Dilbert plaatsen, ertoe kon overhalen bij de strip ook zijn E-mail-adres af te drukken. Dat levert dagelijks de nodige reacties - en inspiratie! - op. Zo komt hij er ook achter welke thema's het best in de markt liggen.

Na een viertal meer gewone stripboeken (waarvan ik Build a Better Life by Stealing Office Supplies de beste titel vind) en een aparte Dogbert-strip met moderne etiquette-regels, Clues for the Clueless, (alle uitgegeven door Andrews and McMeel, Kansas City) probeert Adams nu de wereld te veroveren met wat bijna een echt managementboek lijkt. In de boekhandel zult u het boek dan ook waarschijnlijk in de managementafdeling vinden.

The Dilbert Principle bevat 26 hoofdstukken 'gewone' tekst die geïllustreerd wordt met stroken uit de Dilbert-strip en uittreksels uit aan Adams verstuurde E-mail. In het kort komt het erop neer dat alle belangrijke managementfuncties en -hypes tot nonsens worden verklaard - maar dat had u waarschijnlijk al geraden. Elk hoofdstuk begint met een stuk 'theorie' die telkens wel een aantal rake typeringen oplevert en gaat dan over in goede raad voor wie het wil maken - of wil overleven - in het bedrijfsleven.

Een enkel hoofdstuk is echt leuk (dat over 'Sales' is mijn favoriet), maar gemiddeld komt het niveau niet veel uit boven dat van de cadeauboeken die het rond de kersttijd zo goed doen. Zo verwijst de titel van het boek naar het 'Peter Principle' - 'uit de goeie, ouwe tijd dat managers nog promotie konden maken tot het niveau boven hun kwaliteiten - hetgeen aangaf dat ze ooit ergens goed in waren'. Volgens het 'Dilbert Principle' komen nu de minst bekwame werknemers terecht op de plek waar ze het minste kwaad kunnen: het management. Als u snel wil weten of dit uw soort humor is, lees dan in de boekwinkel het hoofdstuk over ISO 9000. Het is maar vier bladzijden lang en is vrij representatief voor wat u te wachten staat. Maar of je Adams nu leuk vindt of niet, Dilbert is intussen wel een fenomeen. Al maanden staat hij bovenaan de bestsellerlijsten. Intussen moeten zowat 750.000 exemplaren van The Dilbert Principle over de toonbank zijn gegaan. Newsweek wijdde er in augustus een voorpagina-artikel aan en ook meer serieuze kranten als de Financial Times kunnen niet om hem heen. En een nieuw boek, Dogbert's Top Secret Management Handbook, schijnt er al weer aan te komen.

De lectuur van de verschillende Dilbert-boeken is ongetwijfeld een goede antidosis tegen naïef geloof in veel managementhypes. Zo noemt Adams het adagium 'Werknemers zijn ons belangrijkste kapitaal' terecht de allergrootste managementleugen. Adams' lezers ondervinden dat dagelijks aan den lijve. Maar intussen zijn Adams en Dilbert zelf de zoveelste hype geworden. Naar verluidt zijn er al ondernemingen die 'Dilbertization Committees' in het leven hebben geroepen om de ergste uitwassen uit te bannen die inspiratie voor de strip zouden kunnen leveren - de naam suggereert overigens het omgekeerde. En beroepscynicus Adams put hieruit hoop dat hij een nuttige bijdrage levert! Echt iets voor Dilbert.