'Het hart bloedt van het volk van Sulaymanya'

PENJWIN, 11 SEPT. “Ik sterf nog liever hier aan de grens met Iran dan dat ik naar Sulaymanya terugkeer”, zegt Sirwa Rostam (50) fel. Ze is onderwijzeres en aanhanger van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani, die sinds gisteren zo goed als geheel uit Noord-Irak is verdreven door de rivaliserende Koerdische Democratische Partij (KDP) van Masoud Barzani.

Rostam vergelijkt Barzani met de Iraakse leider Saddam Hussein. “Beiden zijn niet te vertrouwen. De ene dag beloven ze je alle vrijheden, de andere dag arresteren en martelen ze je.”

Duizenden Koerdische vluchtelingen hebben zich in de afgelopen dagen bij de grensovergang bij Penjwin, zo'n 100 kilometer ten oosten van Sulaymanya verzameld. Onder hen bevinden zich opvallend veel intellectuelen: hoogleraren van de universiteit van Sulaymanya, artsen van de ziekenhuizen. Aumeed Noori Amin (48), is een van hen. “Barzani is de nieuwe koning van Noord-Irak”, zegt hij. “Maar hoe kunnen we een man vertrouwen die samenwerkt met het regime in Bagdad?” Amin verdenkt Barzani ervan in het geheim een verbond met Saddam Hussein te hebben gesloten. “Zonder zijn militaire steun was de KDP er nooit in geslaagd om in zo'n snel tempo het zuidelijke, voorheen door de PUK beheerste deel van Noord-Irak onder zijn controle te krijgen.”

Amin wil nooit meer onder de heerschappij van Saddam leven. “Van 1982 tot 1990 was ik gedwongen in Basra, in Zuid-Irak, te leven. Samen met een groot aantal studenten en academici van de Universiteit van Sulaymanya werden we daarheen gedeporteerd op beschuldiging van ondermijnende activiteit”, vertelt hij. “We hadden ons ingezet voor de Koerdische zaak.” Na zijn terugkeer naar Sulaymanya ontwikkelde Amin zich in het voorjaar van 1991 tot een van de voormannen van de mislukte Koerdische opstand tegen Saddam Hussein. “Ik heb genoeg van de situatie in Noord-Irak”, verklaarde hij zijn vlucht naar Iran gisteren. “Mijn hele leven lang heb ik gestreden voor vrede, vrijheid en democratie. En wat zien we vandaag? Dat we onder de heerschappij moeten leven van een andere dictator: Barzani.”

De vluchtelingen bivakkeren in de felle zon op een zandvlakte voor het ijzeren hek dat toegang geeft tot Iran. Onder hen bevinden zich ook PUK-strijders, die zeggen hun familie de grens over te willen helpen, om daarna zelf terug te keren. “De oorlog is nog niet verloren”, zegt een van hen, Mohammed Muhmed (50). “De PUK was niet opgewassen tegen een KDP die de steun heeft van het Iraakse leger”, zegt hij. “Dat was de reden dat we gedwongen waren om de aftocht te blazen. Maar we komen terug”, waarschuwt hij. “De PUK zal haar rechtmatige plaats in Iraaks Koerdistan weer opeisen.”

Teheran was aanvankelijk slechts bereid om kampen voor de Koerdische vluchtelingen op te richten aan de Iraakse kant van de grens. Maar toen gisteren aan het eind van de dag duizenden gewapende KDP-strijders in Penjwin aankwamen, moesten de Iraanse autoriteiten het blauwe ijzeren hek alsnog openen. De Peshmerga's (strijders) van de KDP verkeren in een triomfantelijke stemming. Aan hun geweren hebben ze gele banden, de kleur van de KDP, geknoopt. En de jongere garde onder de strijders dragen gele banden om hun hoofd. Sommige zijn voorzien van strijdbare teksten.

VN-waarnemers en vertegenwoordigers van Westerse hulporganisaties schatten dat de vluchtelingenstroom uit Sulaymanya gisteren van rond de 50.000 tot wellicht zelfs minder dan 20.000 mensen is teruggebracht. “Wat kunnen we doen?” vraagt Fuat Mahmut Hussein (31), die met zijn vrouw en drie kinderen een lift terug naar Sulaymanya heeft gekregen op een vrachtwagen. “De grens met Iran is gesloten en we hebben nauwelijks geld om eten te kopen.” Bovendien hebben diverse mensen hem verzekerd dat in het kielzog van de KDP geen Iraakse troepen de stad Sulaymanya zijn binnengetrokken. “Dat was mijn grootste angst”, verklaart hij.

De KDP heeft gisteren formeel het gezag in Sulaymanya overgenomen. Er is een nieuwe gouverneur benoemd, het hoofd van de politie is vervangen en er is een comité opgericht dat met de veiligheid is belast. Een VN-waarnemer zegt dat in tegenstelling tot de inname van Arbil, ruim een week geleden, waarbij de KDP de hulp inriep van het Iraakse leger, de overname van Sulaymanya uiterst rustig is verlopen. “Er is niet geplunderd en er zijn geen arrestaties verricht.”

De algemene indruk is dat de bevolking van Sulaymanya, die grotendeels de PUK aanhangt, zich met een glimlach op het gezicht aan de nieuwe situatie probeert aan te passen. “Maar ons hart bloedt”, zegt een inwoner die anoniem wenst te blijven. “De PUK is voor ons de ziel van Iraaks Koerdistan, niet de KDP.”

In Kalachalan, waar het voormalige hoofdkwartier van de PUK en de woning van haar leider Jalal Talabani staan, wordt duidelijk hoe volledig de ondergang is van de PUK in Noord-Irak. De PUK-leiding heeft de gebouwen, voorheen van het Iraakse leger, in alle haast verlaten. Spullen die ze moesten achterlaten, zijn in brand gestoken. Een zwartgeblakerde vesting rest, waaruit KDP-strijders nu de laatste sporen van de PUK verwijderen. Met stokken wordt het symbool van de PUK van de gevel geslagen; het embleem van de partij verdwijnt in een vrachtwagen. Evenals wat curiosa, zoals een reusachtige opgezette leeuw met een vrijwel verorberd hertje in de bek. De voorstelling schetst treffend de huidige situatie in Noord-Irak: Talabani is vrijwel opgegeten door Barzani.