De oerbeelden van Robert Zandvliet

Robert Zandvliet is een van de grote talenten van de Nederlandse schilderkunst. In het Dordrechts Museum is werk van hem te zien, waaronder een bijna wit doek. “Ik kan nog geen mensen schilderen.”

Tentoonstelling Robert Zandvliet. T/m 17 nov. Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u.

“Ik ben op zoek naar duurzame beelden”, zegt schilder Robert Zandvliet. “Neem bijvoorbeeld Jean-Paul Belmondo, die in A Bout de Souffle een Gauloise opsteekt. Dat beeld heeft de wereld een klein beetje veranderd. Niemand die die film heeft gezien kan nog een sigaret opsteken zonder aan Belmondo te denken, of Belmondo te willen zijn. Belmondo met een Gauloise in zijn mond, dat is een oerbeeld geworden. Dat zoek ik in mijn schilderijen.”

Robert Zandvliet (1970), die op dit moment exposeert in het Dordrechts Museum, is een van de grote talenten van de Nederlandse schilderkunst. Hij doorliep de Ateliers in Amsterdam en was in 1994 een van de winnaars van de Prix de Rome. Jean-Paul Belmondo is nog niet op zijn schilderijen opgedoken, maar dat komt naar eigen zeggen doordat hij 'nog geen mensen kan schilderen'. Zandvliet heeft in zijn werk een voorkeur voor eenvoudige, overzichtelijke voorwerpen (een eierdoosje, een bus, de achteruitkijkspiegel van een auto, het net op een tennisveld) en die schildert hij op groot formaat in heldere, strip-achtige lijnen.

Dat zijn werk geen directe associaties met strips oproept komt doordat Zandvliet zijn onderwerpen zo stileert dat ze niet meer direct herkenbaar zijn - dat gaat zover dat zijn werk soms nauwelijks nog aan figuratie herinnert. Zandvliet probeert ieder voorwerp tot de essentie terug te brengen en het zich zo toe te eigenen. “Ik ben altijd op zoek naar objecten die ik kan gebruiken”, zegt hij. “Als ik op straat loop test ik voorwerpen in mijn hoofd telkens op hun bruikbaarheid. Ik schilder ze nooit direct na, want dan wordt het schilderij een afbeelding van iets anders. Een schilderij is voor mij pas geslaagd als je niet hoeft terug te kijken naar de werkelijkheid om te zien of het beeld klopt. Mijn schilderijen moeten op zichzelf staan.”

Een van de kleinste doeken op de tentoonstelling in het Dordrechts Museum is leeg - bijna tenminste. Het centrale onderwerp van het doek, dat zoals alle schilderijen van Zandvliet geen titel heeft, is een wit filmdoek in een bruine bioscoop. Vanuit het midden loopt het scherm enigszins naar benden, waardoor het iets van een uitgerekt vlinderdasje krijgt; aan de onderkant is nog net een rij bioscoopstoeltjes te zien. Behalve dat het werk mooi is geschilderd in dunne, suggestieve ei-tempera, roept het ook een stroom van associaties op. Allereerst met het werk van René Daniëls, die van tot vlinderdasjes gereduceerde ruimtes bijna een embleem maakte; aan de andere kant aan de discussies over het schilderij als venster op de wereld, of de onmogelijkheid van de schilderkunst de werkelijkheid op het doek te vangen. Het schilderen van een leeg projectiescherm lijkt daar een directe verwijzing naar, maar niet voor Zandvliet.

“Ik denk dat ik van de eerste generatie ben die is opgegroeid met die discussie over het einde van de schilderkunst”, zegt hij. “Ik weet niet anders of er wordt over gepraat, dus ik ben aan die discussie gewend als een soort eeuwige ruis op de achtergrond. Het gevolg daarvan is misschien wel dat ik me niet meer aan één specifieke traditie schatplichtig voel. Ik kan alles gebruiken in mijn werk, van middeleeuwse schilderkunst tot het werk van Matisse en Byzantijnse mozaïeken.”

De kunstgeschiedenis is voor Zandvliet dan ook niet zozeer een inspiratiebron, maar een beeldenarchief waaruit hij naar gelieven kan putten. Zo schilderde hij twee doeken van een vliegtuigraam, waar respectievelijk blauwe, en aardbeienroze lucht doorheen is te zien - doeken die duidelijk zijn afgeleid van het werk van de Nederlandse schilder J.C.J. van der Heyden, maar daarvan geen kopie zijn. “Van der Heyden maakt gebruik van een aantal beelden dat hij steeds weer kopieert”, zegt Zandvliet “Die bepaalde combinatie van blauw en wit heeft hij zich min of meer toegeëigend - dat is bijna synoniem met Van der Heyden geworden. Ik wilde kijken of ik die combinatie kon losweken uit de Van der Heyden-context.”

Voorlopig beperkt Zandvliet zich bij het schilderen tot voorwerpen. Aan bewegende of levende wezens waagt hij zich niet. “Ik wil de dingen afbeelden zoals ze werkelijk zijn en daarvoor moet ik niet te veel affiniteit met ze hebben. Mensen of beesten veranderen als je naar ze kijkt. Als je een vogeltje in het park wilt schilderen en je bekijkt het uitgebreid, verandert zijn gedrag door jouw aanwezigheid. Je kunt beter rustig voor je uitstaren en het beest vanuit je ooghoeken observeren, maar daar ben ik nog niet aan toe. Voorlopig geef ik dus de voorkeur aan filmdoeken en eierdoosjes.”