Agressieve aanpak Lovers zet Jorritsma en NS onder druk

ROTTERDAM, 11 SEPT. Een hele morgen beraad. Dat was gisteren de eerste reactie van de Nederlandse Spoorwegen op het jongste concurrentie-initiatief in openbaar-vervoerland. Rederij Lovers, bekend van de Kennemerstrand Expres, heeft vergunning aangevraagd om enkele nieuwe treindiensten in de Randstad te gaan onderhouden.

Het moest er natuurlijk een keer van komen. De politiek heeft zich herhaaldelijk uitgesproken voor concurrentie in het openbaar vervoer, ook op het spoor. Alleen bestond én bestaat over de vorm waarin die concurrentie er moest komen veel onduidelijkheid. Tot dusverre spitste de kwestie voor wat het spoor betreft zich toe op dertig treindiensten die de spoorwegen dit voorjaar aan het rijk ter subsidiëring hebben aangeboden, omdat ze onrendabel zouden zijn.

Om deze diensten te blijven rijden, willen de spoorwegen aanzienlijk meer geld hebben dan minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) ervoor wil uitgeven. Zij is echter niet gebonden aan de NS. Ze kan besluiten de diensten, of een deel daarvan, aan te besteden. Dan kunnen ook andere belangstellende vervoersmaatschappijen inschrijven - en die kunnen het allicht goedkoper dan de NS, die ondanks alle efficiency-operaties van de laatste jaren nu eenmaal de ballast van een verleden als logge staatsspooronderneming met zich meesleept. Als er geen belangstelling is om de diensten voor een acceptabele prijs te exploiteren, kan de minister ook nog besluiten er geen subsidie voor uit te trekken. Als de spoorwegen de diensten dan sluiten is dat hun zaak.

Belangstelling is er echter genoeg. Eerder hadden het Amerikaanse Vancom en enkele streekvervoerders uit de holding VSN Groep al laten weten belangstelling te hebben voor het exploiteren van treindiensten. Tot dusverre wachtte iedereen - ook de NS - met spanning op de beslissing van de minister, die rond november wordt verwacht.

Lovers houdt niet zo van afwachten. Ook als rondvaartrederij staat de firma als agressief te boek: voortdurend op zoek naar nieuwe markten en mogelijkheden. Toen Lovers dit voorjaar een vergunning aanvroeg om de trein naar IJmuiden te laten rijden, hadden weinigen verwacht dat de rederij erin zou slagen in enkele maanden de tweede nationale spoorwegmaatschappij te worden.

Ook nu heeft Lovers haast. Het bedrijf wil niet wachten op een beslissing over onrendabele diensten. Waarom zou men verbindingen in een vorm gaan exploiteren die de spoorwegen niet rendabel kregen? Liever trekt Lovers zijn eigen plan. De vier diensten waarvoor nu vergunning is aangevraagd - Amsterdam-Spaarnwoude, Amsterdam-Lisse, Hilversum-Amsterdam non-stop en Utrecht-Rotterdam via Hilversum, Amsterdam en Den Haag - zijn alle nieuw. De NS rijdt ze niet in die vorm.

De NS is verschrikkelijk geschrokken. Lovers wil op het 'rompnet', het lucratievere deel van het spoorwegnet dat de spoorwegen voor zichzelf willen houden. Sowieso loopt de NS niet zo warm voor concurrentie in het reizigersvervoer, maar als het er dan van moet komen, moet dat wel beperkt blijven tot de onrendabele lijnen. Op het zelf uitgeroepen 'rompnet' moet de NS immers zijn geld verdienen. Concurrentie daar betekent mogelijk minder inkomsten.

Gisteren, aan het begin van de middag, kwam er na het lange beraad een verklaring. De NS, staat daarin, “heeft behoefte aan een helder standpunt van de minister over concurrentie op het spoor”. En: “Een fundamentele discussie over concurrentie, in samenhang met de mobiliteitsproblematiek, is dringend gewenst.” Het was het nachtmerrie-scenario dat gisteren in werking trad voor de spoorwegen. Een concurrent die een paar lucratieve lijnen uitzoekt, dat is waar NS-topman R. den Besten met steeds kortere tussenpozen voor waarschuwt. Een spoorwegbedrijfje dat zich niet bekommert om de breekbare samenhang op het 'rompnet' tussen rendabele intercity's en van dat geld in stand gehouden stop- en sneltreinverbindingen. “Mocht de minister toestemming geven voor deze exploitatie”, dan dwingt zij de spoorwegen “te saneren” in dat net.

De verklaring is tekenend voor het dilemma waarvoor de spoorwegen zich door de snelle loop der gebeurtenissen gesteld zien. Voor een zelfstandig bedrijf dat willens en wetens de vrije markt heeft betreden, is het een zwaktebod. Waarom zou de NS, een van de meest efficiënte spoorwegbedrijven in Europa, de concurrentie niet aandurven - en kunnen winnen? Ook al komt die concurrentie wat eerder en gaat die wat verder dan verwacht?

Tegelijk weet niemand beter dan Den Besten, vorig jaar nog verantwoordelijk voor een 'masterplan' om de arbeidsonrust in het bedrijf te beteugelen, hoe precair de situatie in het reorganiserende bedrijf is. De arbeidsonrust is eenmalig afgekocht, maar onder de oppervlakte nog voortdurend aanwezig; dat was de reden voor een voorstel, eind vorig jaar, om het gehele spoorwegnet, dus ook de dertig onrendabele lijnen, nog vijf jaar te beheren. Zo bezien is het maar de vraag of de dreiging met het opheffen van treindiensten waargemaakt kan worden. Sluiting van treindiensten op enige schaal betekent duizenden ontslagen. Waarschijnlijk ligt het hele spoor plat nog voordat die kunnen worden aangekondigd. En dat is het laatste waaraan de NS-top behoefte heeft in zijn worsteling om het spoor een beter en betrouwbaarder imago te bezorgen bij de reizigers.

Omdat de NS-top bang is voor de confrontatie met het eigen personeel, zoekt die steun in de politiek. Gisteren reisde de directeur van NS Reizigers, Hans Huisinga, spoorslags af naar Den Haag om zijn lobbywerk te verrichten.

Maar ook het ministerie, die andere voortdurend door onverwachte concurrentie-initiatieven opgeschrikte speler, staat voor een dilemma. Geeft het Lovers een vergunning, dan is de geest uit de fles. Men weet nu eenmaal niet vantevoren wat de NS gaat doen. Maakt die het dreigement waar om treindiensten op te heffen? Hoe gaat het om met de personele consequenties daarvan? En wat doen de andere belangstellenden voor spoorvervoer? Anderzijds, wanneer het ministerie geen vergunning afgeeft boet de geuite wens om te komen tot concurrentie in het openbaar vervoer aanzienlijk aan geloofwaardigheid in.