Uitkeringsfraude

Met stijgende verbazing las ik in NRC HANDELSBLAD van 26 augustus 'Met harde sancties moet je voorzichtig zijn' van mr. A.F. de Savornin Lohman. Ik hoop dat hij nog geen beroep heeft gedaan op de door hem beschreven 'Wet boeten en maatregelen...' omdat deze wet, in tegenstelling tot hetgeen hij schrijft, nog niet in werking is getreden. Hij zal moeten wachten tot 1 januari a.s.

Nadere bestudering van bedoeld wetsvoorstel doet De Savornin Lohman concluderen dat onze sociale-zekerheidswetgeving “extreem onvriendelijk [..] voor uitkeringstrekkenden [is] om [weer] in te treden in het arbeidsproces.” Met name de per definitie in financiële moeilijkheden verkerende bijklussende bijstandsmoeder en de zwart werkende 'er die zich geen non-valeur wil voelen, dienen begrepen te worden. Dit moet toch kunnen?

Mijn begrip heeft hij. Maar ik heb dan wel zo mijn vraagtekens bij zijn afkeuring. Hij komt toch alleen aan de slag omdat zijn witwerkende collega's zo duur zijn, omdat ze samen niet alleen hun eigen brood moeten verdienen, maar bovendien zijn uitkering moeten betalen.

Niemand zal willen zeggen dat een uitkering een vetpot is. Het is dan ook niet meer dan een sociaal vangnet. Omdat sommigen het moeilijker hebben dan anderen zijn er binnen de bijstandswet mogelijkheden om deze groepen (waaronder de bijstandsmoeders) iets extra's te geven als zij (gedeeltelijk) uitstromen naar betaald werk. Misschien dat de weledelgestrenge heer bij zijn volgende stukje ook dit deel van de bijstandswet, het zogenaamde incentives-beleid, wil bestuderen alvorens hij het plegen van bijstandsfraude maatschappelijk acceptabel verklaart.

    • Mr. Eric H.M.J. Oelers