Turkije maakt N-Irak nog onoverzichtelijker

Met haar besluit tot instelling van een veiligheidszone op Iraaks grondgebied heeft de Turkse regering de situatie in het de facto onafhankelijke Koerdische gebied nog wat onoverzichtelijker gemaakt.

De Turkse aankondiging voegde zich bij de escalatie van de oude machtsstrijd tussen de Koerdische Democratische Partij (KDP) en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), actieve militaire bemoeienis van Irak en Iran met de respectieve partijen, en de poging van de Verenigde Staten de Iraakse president Saddam Hussein af te straffen voor zijn ingrijpen in Noord-Irak aan de zijde van de KDP. Dit alles binnen een tijdsbestek van enkele weken.

Ankara maakte in feite gebruik van de chaos in Iraaks Koerdistan om een oude wens ten uitvoer te leggen. Officieel doel is de guerrillastrijders van de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) buiten het land te houden. “De terroristische PKK intensiveert de infiltratie in noordelijke delen van Noord-Irak die liggen aan de grens met Turkije”, zo motiveerde Ankara gisteren zijn besluit nog eens. Maar zijn tegenstanders vergeten niet dat Turkije oude aanspraken op het olierijke Noord-Irak heeft. Verder lijkt het niet toevallig dat deze Turkse interventie in Irak volgt op de groei van de Iraanse activiteit in het gebied. Uitbreiding van de Iraanse invloed hier is voor Ankara volkomen onaanvaardbaar. Dat daadwerkelijk de PKK aan banden zal worden gelegd, is onwaarschijnlijk: dat is bij eerdere “definitieve” afrekeningen ook nooit gelukt.

Turkije haalde ongeveer evenveel kritiek over zich heen als de Verenigde Staten met hun aanvallen op Zuid-Irak. Instemming wordt slechts gehoord van de VS en Groot-Brittannië; verder zijn reacties op hun best afwachtend maar vaak ronduit vijandig. Wegens het lot van de Koerdische bevolking, maar ook omdat eens te meer de Iraakse soevereiniteit in het geding is, die de buitenwereld na aan het hart blijkt te staan. Weer kan Saddam Hussein zich moreel gesterkt voelen; Washington oogst ditmaal kritiek als afgeleide van Turkije.

“Ik slaag er niet in te begrijpen waarom de Koerden zouden moeten worden beschermd tegen Saddam Hussein terwijl Turkije wordt aangemoedigd hen af te slachten, verklaarde de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Theodoros Pangalos, in het weekeinde. “Turkije beschermt de Koerden niet, het slacht hen af en ik geloof dat er een ongerechtvaardigde tolerantie is aan de zijde van de VS ten aanzien van de invasie door Turkije van Noord-Irak.” “Wij moeten de Koerden beschermen tegen iedereen, niet tegen sommigen.”

Washington had echter verscheidene redenen om met dit Turkse fait accompli in te stemmen. Er is bij voorbeeld het precedent van de Israelische veiligheidszone op Libanees grondgebied die al elf jaar bestaat en waartegen de buitenwereld even lang fulmineert. Washington heeft deze Israelische maatregel altijd gedoogd, een feit waarnaar veel Arabische opposanten van de Turkse stap ook hebben verwezen.

Daarnaast is Turkije een oude (NAVO-)bondgenoot, die zich al jaren internationaal-rechtelijk dubieuze activiteit kan veroorloven. Zo was er anderhalf jaar geleden de weken durende, grootscheepse invasie van Noord-Irak, eveneens tegen de PKK, die nauwelijks op verzet uit Washington stuitte.

Dat gebeurde onder het premierschap van de in het Westen zeer gewaardeerde Tansu Çiller. Maar de huidige moslim-fundamentalistische leider, Necmettin Erbakan, ofschoon door de bondgenoten, en met name de VS, met argwaan gevolgd, krijgt voorlopig het voordeel van de twijfel. De VS willen het strategisch belangrijke Turkije niet van zich vervreemden als ze dat kunnen vermijden.

Ook speelt mee dat de PKK zich nog steeds niet heeft opgeworpen als een potentiële onderhandelingspartner. En ten slotte gaat het maar om Saddams Irak en om een maatregel die formeel inbreuk maakt op Bagdads gezag - iets wat in Washington altijd welkom is.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, onderstreepte het afgelopen weekeinde wel dat de Turkse bufferzone een tijdelijke zaak dient te zijn. Volgens officiële woordvoerders heeft Turkije inderdaad “geen enkele bedoeling om dit gebied te bezetten of daar een permanente militaire aanwezigheid te vestigen. In het geval Turkije zich gedwongen voelt om over zijn grens beperkte militaire operaties te lanceren tegen de PKK, zal het alle noodzakelijke maatregelen nemen om de onschuldige burgers die in het gebied leven niet te schaden. De eenheden zullen onmiddellijk naar Turkije terugkeren wanneer ze hun missie hebben voltooid.”

Maar minister van Buitenlandse Zaken Tansu Çiller heeft daar inmiddels aan toegevoegd dat bepaalde dorpen in de 5 tot 15 kilometer brede zone mogelijk zullen worden ontruimd, wat een minder tijdelijke indruk maakt. Een regeringsfunctionaris legde uit dat zo kan worden gegarandeerd dat “burgers niet bij de strijd worden betrokken en voorkomen dat de terroristen steun zoeken bij de bevolking daar”. De PKK bracht daarop het lot van talloze dorpen in Turks Koerdistan in de herinnering, die de afgelopen jaren met hetzelfde motief zijn ontruimd en platgebrand. Tientallen Koerden uit de zone wachtten niet af, en vertrokken onmiddellijk naar het zuiden. Ze lieten hun oogsten op de velden achter.

De Turkse mededelingen hebben de regering in Bagdad bijzonder onaangenaam getroffen: waarschijnlijk temeer daar zij samenvallen met de huidige uitbreiding van het Iraakse regeringsgezag, via haar bondgenoot de KDP, in het noorden. Als er al een veiligheidszone nodig was, dan moet die maar op Turks grondgebied worden afgepaald, aldus Iraakse leiders.

In eerdere jaren steunde Saddam Hussein de PKK, wat tot aanzienlijke wrijving met Ankara leidde. Maar al geruime tijd is er sprake van toenadering, gevoed door Turkijes economische behoeften op de langere termijn. Onder Erbakan is die toenadering tot het “islamitische broederland” zelfs versneld. Diens minister van Justitie, Sevket Kazan, onderstreepte 22 augustus nog de groeiende liefde van het Iraakse volk voor Saddam Hussein. “Sinds 1992 heb ik verscheidene bezoeken aan Irak gebracht. Tijdens deze bezoeken zag ik het Iraakse volk meer dan vroeger achter zijn leider staan, wat hun liefde voor Zijne Excellentie bevestigt”, zei hij tegen het Iraakse persbureau INA tijdens een bezoek aan Bagdad. De veiligheidszone is waarschijnlijk echter meer het idee van het Turkse leger, dat in de strijd tegen de PKK het laatste woord heeft, en Çillers ministerie.

Een Iraakse delegatie gaat nu in Ankara praten over de situatie. Bagdad heeft daarbij onderstreept dat het de nieuwe zone nooit zal accepteren. Maar Saddam zal in de Turkse plannen vooralsnog geen verandering kunnen brengen; zo sterk is hij (nog) niet.

Het is inmiddels de vraag wat er moet gebeuren met Provide Comfort, de Frans-Brits-Amerikaanse operatie om de Koerden in Noord-Irak vanuit de lucht te beschermen. De legers van Turkije, Irak en Iran zijn nu in Noord-Irak onder en tegen de Koerden actief. Provide Comfort is daarmee een tamelijk betekenisloze onderneming geworden.