Telecomreus Global One mengt zich in strijd; Drie kandidaten voor telefonie

ROTTERDAM, 10 SEPT. Drie ondernemingen hebben bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat een vergunning aangevraagd voor exploitatie van een landelijk (niet-mobiel) telecommunicatienetwerk. Het betreft NS Telecom, dat samenwerkt met British Telecom, Enertel (energiebedrijven) en Global One, de internationale onderneming van telecom-reuzen Deutsche Telekom, France Télécom en het Amerikaanse Sprint.

Voor de beoogde concurrenten van PTT Telecom, tot nog toe monopolist in nationale spraaktelefonie, liggen twee vergunningen klaar. Minister Jorritsma liet medio juli, toen ze de inschrijving ervoor openstelde, weten voor het einde van dit jaar een beslissing over toewijzing te nemen.

De kandidatuur van Global One voor een vergunning is een streep door de rekening van NS Telecom, Enertel en Verkeer en Waterstaat. Lange tijd liet het zich aanzien dat alleen NS Telecom en Enertel, die beide al beschikken over een uitgebreid telecom-netwerk, animo voor de nieuwe vergunningen zouden hebben. Aanvankelijk was het zelfs de bedoeling maar één concurrent voor het 'vaste net' van PTT Telecom toe te laten, maar de door Den Haag geëntameerde samenwerking tussen spoorwegen en energiebedrijven (plus kabeltv-dochters) liep spaak. Toen beide partijen zelfstandig opteerden voor een landelijke vergunning, besloot de minister er twee beschikbaar te stellen. Daarnaast zal het ministerie van Verkeer en Waterstaat ook regionale licenties beschikbaar stellen.

Doordat nu drie gegadigden dingen naar twee landelijke licenties is een vergelijkende toets nodig geworden. Anders had kunnen worden volstaan met een beoordeling op het voldoen aan minimumeisen op het gebied van kwaliteit, financiële degelijkheid en dergelijke. Nu worden criteria als kwaliteit en bestaande beschikbaarheid van de infrastructuur, de snelheid waarmee landelijke dekking kan worden bereikt, kennis en ervaring tegen elkaar afgewogen. De minister houdt overigens vast aan haar plan uiterlijk 31 december te beslissen over toewijzing.

Door het inwerkingtreden van de nieuwe infrastructuurvergunningen ontstaat concurrentie in het aanbod van vaste verbindingen, de zogeheten huurlijnen. Vanaf 1 juli 1997 komt daar spraaktelefonie bij. De huurlijnen zijn met name voor het bedrijfsleven, dat steevast klaagt over gebrekkige kwaliteit en hoge kosten van het PTT-aanbod, van groot belang. Voor particulieren is de betekenis van concurrentie in spraaktelefonie dat zij straks hun telefoonabonnement ook kunnen afsluiten bij een andere onderneming, wellicht de lokale exploitant van het kabeltv-netwerk. Enertel (waarvan de aandelen in handen zijn van negen grote energiebedrijven en Casema - nota bene een zusterbedrijf van PTT Telecom) meldde eerder telefonie tientallen procenten goedkoper te kunnen aanbieden dan PTT Telecom.

Bij een beoordeling van de drie biedingen kan het gunstig voor NS Telecom/British Telecom en Global One zijn dat beide beschikken over grote ervaring als telecom-maatschappij. In het voordeel van NS en Enertel / kabelmaatschappijen is dat beide de beschikking hebben over een eigen kabelinfrastructuur. Directeur Paul van Doorn van Global One acht dat laatste geen beletsel voor zijn bedrijf. Volgens hem liggen in Nederland voldoende telecom-kabels in de grond, waarop zijn bedrijf de capaciteit kan huren die nodig is om landelijk diensten aan te bieden.

Het Amsterdamse telecom-bedrijf Esprit Telecom, dat ook van plan was een gooi te doen naar een landelijke licentie, heeft hiervan op het laatste moment afgezien. De onderneming acht het ongewenst dat de concurrentie beperkt blijft door slechts twee landelijke exploitanten toe te laten naast PTT Telecom.

In een brief aan minister Jorritsma heeft het bedrijf protest aangetekend tegen de gang van zaken. Esprit-president Michael Potter vindt dat de vrije markt zijn werk moet doen, in plaats van “exclusieve licenties te verstrekken aan een paar grote, politiek gelieerde ondernemingen”.