Sarajevo een dag in het moderne leven

SARAJEVO, 10 SEPT. Na vier jaar oorlog beleefden de bewoners van Sarajevo gisteren het grootste internationale sportevenement uit de geschiedenis van hun stad sinds de zestiende Olympische Winterspelen in Sarajevo in 1984.

In een door de internationale atletiekunie (IAAF) en het Internationale Olympische Comité (IOC) georganiseerde competitie, lieten tachtig atleten uit dertig landen op een voor de gelegenheid speciaal herstelde atletiekbaan in het oude Kosevo-stadion zien welke vorderingen de wereld de afgelopen jaren heeft gemaakt op het gebied van kogelstoten, polsstokspringen, hardlopen en hoogspringen.

Tijdens de openingsceremonie lijkt Bosnië even een land dat niet net vier jaar oorlog achter de rug heeft en niet nog altijd wordt verscheurd door de nationalistische ambities van de leiders van de drie gemeenschappen van moslims, Kroaten en Serviërs. Als het Bosnische volkslied klinkt, veren 50.000 mensen op uit hun stoelen. Als de aanwezigheid van de Bosnische president Izetbegovic wordt aangekondigd, klinkt een oorverdovend applaus.

Op een groot videoscherm verschijnen beelden van lachende gezichten uit het publiek. Alleen de grafstenen op het oorlogskerkhof naast het stadion, die vanaf de hogere tribunes zichtbaar zijn, en de IFOR-helikopter die boven het stadion vliegt, herinneren dan nog aan de verdeeldheid. Maar als de camera het gezicht van de eveneens aanwezige vredescoördinator Carl Bildt over het grote scherm zendt, klinkt massaal boeh-geroep.

Een processie van in het wit geklede jongens en meisjes komt het veld op met vlaggen uit alle landen. Kleine meisjes in roze en lichtgroene jurkjes dansen perfect georkestreerd met linten en hoelahoeps op het Bosnische lied 'Vrede en Vrijheid'. De voorzitter van de IAAF, Primo Nebilo, zegt door de microfoon dat dit evenement “een nieuw begin is voor deze prachtige stad”. Nadat president Izetbegovic de 'atletische bijeenkomst van solidariteit' officieel heeft geopend, worden in het stadion duiven losgelaten.

Onder de deelnemers, die voor hun bijdrage aan het evenement geen geld ontvangen, zijn negen olympische kampioenen, een wereldkampioen en vier houders van een wereldrecord. De Amerikaanse hoogspringer Austin, de Hongaarse kogelstoter Kiss, de Zweedse hordenloopster Engquist en de Nigeriaanse verspringster Ajunwa wonnen in Atlanta gouden medailles en zijn nu in Sarajevo.

Volgens het hoofd van de Bosnische atletiekfederatie, Ante Tomek, wordt gelopen op 'een van de beste atletiekbanen in de wereld'. De IAAF heeft de door de oorlog beschadigde baan in het Kosevo-stadion voor de gelegenheid laten herbouwen door hetzelfde Italiaanse bedrijf dat de atletiekbaan in Atlanta heeft aangelegd. “Een baan waar records op zijn gebroken”, weet Tomek.

Maar de grote namen, vooral Amerikaanse atleten, lieten het afweten. In totaal hebben 54 sporters afgezegd. Hoogspringer Austin is de enige Amerikaanse deelnemer, hardlopers Lewis en Johnson vonden de overtocht 'te onveilig'. Opvallend is daarentegen de grote opkomst van Afrikaanse atleten, zestien in totaal.

Volgens Helmut Diegel, de voorzitter van de Duitse atletiekfederatie en tevens lid van het comité van de IAAF dat de bijeenkomst heeft georganiseerd, is atletiek een 'middel om begrip te weken en culturele bruggen te bouwen'. De bijeenkomst moet volgens hem laten zien “hoe sport kan bijdragen aan de ontwikkeling van vrede”. Ongeveer vier miljoen gulden, opgebracht door de IAAF en het IOC, is besteed om die bijdrage te leveren en deze dag op rolletjes te laten verlopen.

Maar de perfecte organisatie van het evenement kan de bewoners van Sarajevo niet doen vergeten dat de toekomst van hun land volstrekt onzeker is en dat ze afhankelijk zijn van de wil van de internationale gemeenschap om de grenzen van hun land, die in het Verdrag van Dayton zijn afgesproken, te verdedigen. Aan de vooravond van de verkiezingen op 14 september die vast en zeker zullen uitlopen op een overwinning voor de drie grote nationalistische partijen, verklaren Bosnisch-Servische leiders openlijk dat zij niet bij Bosnië willen horen en dat zij zich willen aansluiten bij Joegoslavië.

De bewoners van Sarajevo, van wie het grootste deel zonder werk zit, zijn naar Kosevo-stadion gekomen uit nieuwsgierigheid, uit verveling of omdat het gratis is. Maar niet omdat het hun nationale sportdag is. De bijeenkomst van atleten is een cadeautje uit het buitenland, geen eigen verworvenheid, zoals de Olympische Winterspelen in 1984 dat waren.

“Het was beter geweest als we dit zelf hadden kunnen organiseren”, zegt Keman Zekic, ex-soldaat en ontwerper van beroep uit Sarajevo, die naar het stadion is gekomen omdat hij Michael Johnson wilde zien. “En als de oorlog er niet was geweest, hadden we dat ook gekund”. Zijn vriend, Enef Seferovic, muzikant, zegt: “Het lijkt wel alsof men gedacht heeft: we kunnen ze geen brood geven, dus geven we ze maar een koekje. Laten we ze het gevoel geven dat ze tenminste één dag meedoen met de moderne wereld.”

Maar Mirco Ratkovic (48), een Bosnische Serviër uit Sarajevo, wiens vrouw een moslim is, vindt het evenement “heel belangrijk”. “Deze bijeenkomst stuurt het echte beeld van Bosnië over de wereld, een land van alle rassen en religies. Atleten bekommeren zich niet om grenzen, kleuren en naties. Waren politici maar zulke mensen, dan had die vredelijke oorlog niet plaats gehad.”

Ex-soldaat Senan Ciric (34) uit Sarajevo, zegt naar het stadion te zijn gekomen omdat hij zich 'de hele dag doodverveelt'. Hij gelooft niets van de mooie woorden van de IAAF-bonzen dat sport verbroedert. “Dit evenement zal de toestand in ons land niet verbeteren. Het komt vanavond op tv en daarna gebeurt er niks meer.”

Op de nieuwe atletiekbaan van het Kosevo-stadion werden gisteren geen records gebroken.