Ruim 275 metaalbedrijven kunnen elk ogenblik plat

AMSTERDAM, 10 SEPT. Voor de zesde keer wordt vandaag op het Zoetermeerse kantoor van de werkgeversvereniging FME-CWM onderhandeld over een nieuwe CAO voor de 180.000 werknemers in de grootmetaal. Voor onderhandelaar Ties Hagen van de Industriebond FNV is het erop of eronder: als de werkgevers vandaag niet akkoord gaan met de eisen van de bonden, is een staking in de metaalsector niet meer te voorkomen. “De meest massale staking van na de Tweede Wereldoorlog zit er aan te komen.”

Hagen, die sinds twee jaar als belangrijkste tegenspeler fungeert voor FME-CWM-voorzitter Hans van den Akker, staat niet te juichen bij de gedachte dat hij de komende weken als stakingsleider het land door zou moeten trekken. Gehuld in een keurig ruitjescolbert, een pijp in de mond, maakt hij de indruk beter thuis te zijn in een vergaderzaal dan in een actiecentrum. “Ik hoop dat we nu een CAO krijgen. Maar lukt dat niet, dan zal er gestaakt worden. Niet als doel op zich, maar als middel om een goede CAO te krijgen.” De afgelopen weken hebben de 60.000 FNV-leden in de grootmetaal in vergaderingen hun stakingsbereidheid kunnen tonen. Volgens de laatste stand van zaken kan bij ruim 275 bedrijven de zaak zo platgelegd worden, zegt Hagen trots. “Er is zo'n enorm verzet, daar ben ik heel erg tevreden over.”

De CAO-onderhandelingen in de grootmetaal verlopen dit jaar als vanouds met veel tromgeroffel en trompetgeschal. Nog voordat de onderhandelingen in mei van start gingen, rollebolden beide partijen al in de rechtszaal over elkaar heen. Aanleiding was het advies van FME-CWM aan de aangesloten werkgevers om hun zieke werknemers per onmiddellijk niet langer 100 procent loon door te betalen. Hoewel de rechter dit advies snel van tafel veegde, was de toon voor het daaropvolgende CAO-overleg gezet.

De 36-urige werkweek bleek - zoals verwacht - voor FME-CWM-voorzitter Hans van den Akker volstrekt onbespreekbaar, terwijl de vier vakbonden op hun beurt weigerden te praten over verlaging van het ziektegeld en een snelle afschaffing van de VUT (in de metaalsector SUM geheten). Na vier moeizame bijeenkomsten brak het overleg nog voor de zomer af. De vakbonden kondigden aan vanaf 16 september grootscheepse stakingen te zullen organiseren. Een actiebijeenkomst in juni trok zo'n 13.000 metaalarbeiders.

Op aandringen van de werkgevers zijn de onderhandelingen vorige maand toch hervat. De vakbonden, die voor de zomer hun voorstellen voor korter werken al hadden ingeruild voor het idee van een algemeen werkgelegenheidsfonds voor de bedrijfstak, vonden daarvoor inmiddels een gewillig oor. Ook bleek Van den Akker bereid het ziektegeld volledig door te blijven betalen en mag de SUM-regeling van hem nog een jaar in stand blijven - de vakbonden hebben al geaccepteerd dat de SUM (waarbij werkenden via premie betalen voor de uitkering van uitgetredenen) vervangen moet worden door een pré-pensioen waarbij iedereen voor zijn eigen uitkering spaart.

Onenigheid over de lonen en de bijdrage aan het werkgelegenheidsfonds voorkwam dat er bij het laatste overleg op 28 augustus een akkoord bereikt werd. De bonden eisen drie procent loonsverhoging per jaar en een jaarlijkse bijdrage van 0,8 procent voor de werkgelegenheid. FME-CWM wilde in de nieuwe CAO (die moet lopen vanaf 1 juni 1996 tot 31 maart 1998) de lonen in totaal met 3,95 procent verhogen. Daarnaast zouden de werknemers per 1 oktober 1996 eenmalig 0,6 procent van un loon als extraatje tegemoet kunnen zien. Voor het werkgelegenheidsfonds bood Van den Akker jaarlijks 0,3 procent van de loonsom per bedrijf. De vakbonden vonden dit niet genoeg en stapten op.

Voor Hagen bleek het afgebroken overleg nog een vervelend staartje te hebben. Tot zijn “stomme verbazing” zag de FNV-onderhandelaar daags daarna op kantoor een fax binnenrollen van collega-vakbond De Unie met eigen voorstellen voor een nieuwe CAO. Hagen was woedend op De Unie, maar wil er op dit moment niet al te veel woorden aan vuil maken: “Het is al lastig genoeg om weer naast elkaar aan tafel te zitten.”

Wat vandaag op de agenda staat, is de loonsverhoging die de werknemers de komende twee jaar tegemoet kunnen zien en de bijdrage die de werkgevers jaarlijks in het nieuw op te richten werkgelegenheidsfonds moeten storten. “Over de grote lijnen van het fonds zijn we het zo'n beetje eens. Wat we nu nog moeten bepalen, is het prijskaartje,” zegt Hagen. De achterliggende idee van het fonds is dat werkgevers die met de bonden afspraken maken over werkgelegenheid geen financiële bijdrage aan het bedrijfstakfonds hoeven te betalen. Die afspraken kunnen variëren van een kortere werkweek voor alle personeelsleden tot werkervaringsplaatsen voor langdurig werklozen. “Sommige grote metaalbedrijven zien misschien best iets in een 36-urige werkweek. Vanuit FME-CWM heeft er echter altijd een veto gelegen op korter werken. Dat veto moet van tafel.”