Regering van Spanje kampt met corruptie

MADRID, 10 SEPT. De centrum-conservatieve regering van premier José María Aznar is verwikkeld in een gevoelig corruptie-schandaal. Minister van Defensie Eduardo Serra werd gisteren beschuldigd rechtstreeks verantwoordelijk te zijn voor het betalen van 147 miljoen peseta's, tegen de toenmalige koers 2,8 miljoen gulden, aan steekpenningen voor het verkrijgen van bouwopdrachten van de overheid.

Ontvanger van het geld was de corrupte politie-directeur Luis Roldán, wiens omkopingsaffaire op dit moment door de rechter worden behandeld.

De affaire werd gisteren aangezwengeld door het Madrileense dagblad El Mundo, dezelfde krant die het voormalige kabinet van de socialistische premier Felipe González onafgebroken bestookte met onthullingen over corruptieschandalen en daarbij een bijdrage leverde aan de uiteindelijke val van de regering. Het schandaal rondom Luis Roldán speelde daarin een centrale rol. Volgens El Mundo vormt minister Serra - die als onafhankelijk politicus in de eerste drie kabinetten-González staatssecretaris van defensie was - “de rotte schakel” met het oude politieke regiem.

Minister Serra, die geldt als een pragmatisch en tot dusver smetteloos politicus, reageerde gisteren furieus op de aantijgingen. De minister noemde de aanval voor de radio “absolute onjuist” en ontkende iedere betrokkenheid. Volgens Serra had als vice-voorzitter bij de bedrijven slechts een ondergeschikte functie ten tijde van het betalen van de smeergelden. Vervolgens zou hij tot voorzitter zijn benoemd, juist om een einde te maken aan de corrumperende praktijken. Volgens El Mundo bewijzen gerechtelijke stukken dat het betalen van de smeergelden onder het voorzitterschap van Serra gewoon doorgingen.