Peilbakens konden drugsgeld niet traceren

ROTTERDAM, 10 SEPT. De hamvraag is nooit opgehelderd. Waar kwamen de “grote sommen geld” vandaan die de twee Haarlemse rechercheurs Langendoen en Van Vondel gebruikten om tienduizenden kilo's softdrugs te importeren en een dekmantelbedrijf te openen in Ecuador.

Het is één van in totaal 26 vragen die de rijksrecherche opnam in het dit voorjaar gepubliceerde rapport over de betrokkenheid van de Haarlemse politie bij drugshandel. De vragen staan in de epiloog, het meest intrigerende deel van het rapport, omdat de onderzoekers na een jaar studie vaststellen een “onbehaaglijk” gevoel te hebben. Het blijft immers gissen naar de “werkelijke intenties” van de twee drugsrechercheurs.

Tijdens de parlementaire enquête opsporingsmethoden en het onderzoek van de rijksrecherche bleek dat de Haarlemse politie de afgelopen jaren geen middel onbenut liet om te infiltreren in het drugsmilieu. Grote partijen hasj werden op de vrije markt gebracht om infiltranten te laten 'groeien' in misdaadbendes. Met hulp van een vruchtensapproducent (sapman) uit België werd in Ecuador zelfs een bijna vier miljoen gulden kostende fabriek opgezet. Dat was geld van Nederlandse criminele informanten, bleek uit de schaarse mededelingen die Langendoen en Van Vondel hierover aflegden. Verder deden ze er het zwijgen toe.

De rijksrecherche deed het afgelopen jaar alles om de geldschieters te identificeren. Zo wist zij de sapman begin vorig jaar te bewegen om in het geniep mee te werken aan haar onderzoek. De sapman kreeg instructies ontmoetingen te arrangeren met Van Vondel om de rijksrecherche in staat te stellen het in ontvangst nemen van dit 'criminele geld' te observeren. Het kwam zelfs voor dat rijksrechercheurs zich vermomden als wegenwachters om na middernacht een financiële transactie in de bosjes bij een benzinestation te filmen.

In het staatsgeheime, uitgebreidere verslag van hun onderzoekswerkschrijft de rijksrecherche dat de auto's van Van Vondel en van de sapman zijn voorzien van een peilbaken. En “Van Vondel en ook Langendoen zijn enige malen voor korte tijd onder zowel statische als mobiele observatie geweest. Bedoeling hiervan was om vast te stellen waar Van Vondel of Langendoen het geld ophaalde dat Sapman bij de ontmoetingen overhandigd kreeg. Dit is niet gelukt”.

De plastic tassen vol geld, die de sapman van Van Vondel kreeg, werden biljet-voor-biljet bekeken. Het enige opvallende dat bleek, was dat het geld nooit eerder daadwerkelijk als betaalmiddel is gebruikt. En een partij, 399 biljetten van 1.000 gulden, “stonk aanzienlijk”.

De raadsels mogen dan groot zijn, toch staan er in het staatsgeheime deel onderzoeksgegevens die het begin van een verklaring schetsen over de partners waarmee de Haarlemse rechercheurs werkten: niet nader gespecificeerde Amerikanen zouden geld hebben geschoven voor de infiltratie-acties. Die verklaringen, zoals van de kroongetuige sapman hebben het openbare, gepubliceerde onderzoeksverslag echter niet gehaald.

Speculaties over een mogelijke rol van buitenlandse drugsbestrijders bij de drugsoperaties van de Haarlemse rechercheurs zijn niet geheel nieuw. Met name het feit dat Van Vondel in 1993 zijn politiebaan opzegde maar toch met een enorme toewijding 'zijn' informanten bleef runnen als privé-detective, vormde een aanwijzing dat hij voor anderen werkte. Ook Langendoen stond in 1994 op het punt zijn politiebaan in te ruilen voor een detectivebaan, aldus een collega uit Haarlem in het rijksrechercherapport. Van de Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie DEA en ook de Duitse evenknie BKA is bekend dat zij bij voorkeur werken met dergelijke 'geprivatiseerde' rechercheurs omdat ze aan minder strikte voorschriften hoeven te voldoen.

In de kleine kring die Van Vondel en Langendoen omringt, valt te beluisteren dat de twee agenten niet in staat zijn op eigen houtje een ingewikkelde, internationale infrastructuur op te zetten voor undercover-operaties. In Nederland is nooit een officier van justitie of politiebons opgestaan die toegeeft de Haarlemse agenten te hebben geadviseerd. Terwijl ze knap ingewikkelde constructies bedachten voor hun werk. In het geheime deel wordt bijvoorbeeld melding gemaakt van het plan om bijvoorbeeld “fiscale BV's in Curaçao en Panama op te zetten”.

De DEA, en ook andere buitenlandse drugsbestrijdingsorganisaties, hebben geweigerd Van Traa of de rijksrecherche te woord te staan over de acties die ze uitvoeren. Ze beroepen zich op hun diplomatieke onschendbaarheid. Vanochtend verwees een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade voor commentaar naar de CRI.

Van Traa suggereerde eerder dat buitenlandse diensten Nederland als “proeftuin” hebben gebruikt. Minister Sorgdrager verklaarde op 9 mei in de Kamer deze kwestie een “probleem” te vinden. Ze kondigde nader onderzoek aan. Een woordvoerder van de minister zei vanochtend dat op prinsjesdag bekend zal worden gemaakt hoe het kabinet dit denkt aan te pakken.

De belangrijkste gesprekspartner in Nederland van buitenlandse inlichtingendiensten is de Centrale Recherche-Informatiedienst (CRI) van het ministerie van justitie. Ook over de CRI is in het openbare rijksrechercherapport een conclusie niet opgenomen, namelijk de vaststelling dat het “enige verbazing wekt dat een registrerend orgaan als de CRI geen navraag bij de Haarlemse korpsleiding heeft gedaan” toen men in 1993 voor het eerst vernam over de samenwerking tussen de sapman en de Haarlemse recherche.

Over het schrappen hiervan schreef Sorgdrager gisteren aan het Kamerlid Hillen (CDA), die hierover vragen stelde, dat dit door de rijksrecherche gebeurde om “meningen en subjectieve oordelen in het rapport zoveel mogelijk te vermijden”. Volgens de minister zijn alleen de bevindingen openbaar gemaakt die de toets van “validiteit en overeenstemming met de taakopdracht”, konden doorstaan.

Uit de eerste reacties van Kamerleden blijkt dat Sorgdrager op korte termijn zal moeten uitleggen waarom de conclusie over de CRI niet valide zou zijn. “Inhoudelijk staat dit oordeel recht overeind”, zegt het Kamerlid Koekkoek, oud-lid van de enquêtecommissie.

Ook is voor Kamerleden de vraag waarom een mogelijke rol van de Amerikanen niet valide zou zijn als ze zelf categorisch weigeren hierover opheldering te verschaffen. “Mij is niets bekend over de verklaring van de sapman dat het geld waarmee Langendoen en Van Vondel de fabriek betaalden een Amerikaanse herkomst heeft”, aldus Koekkoek. “En het lijkt me beslist relevant.”