Overleg Ulster ruziënd hervat

LONDEN, 10 SEPT. De vredesbesprekingen in Noord-Ierland zijn gisteren begonnen zoals ze voor het zomerreces een maand geleden zijn geëindigd: in chaos en met ruzie. Een paar uur nadat het overleg was hervat, stonden de regeringsvertegenwoordigers en Noordierse politieke partijen alweer buiten.

Dominee Ian Paisley, militant leider van de Democratic Unionist Party (DUP), had geëist dat twee partijen die banden onderhouden met de protestantse paramilitairen van de onderhandelingen zouden worden uitgesloten. Zolang de Progressive Unionist Party (PUP) en de Ulster Democratic Party (UDP) aan de vergadertafel bleven zitten, zou Paisley niet meer meedoen aan het overleg.

Volgens Paisley hebben de twee protestantse splinterpartijen het recht op deelname verspeeld omdat ze weigeren het doodsvonnis te veroordelen dat de terreurorganisaties Ulster Volunteer Force en Ulster Defence Association hebben uitgevaardigd tegen twee voormalige leden. Daarmee, zegt Paisley, handelen ze in strijd met de zogeheten Mitchell-principes, genoemd naar de voorzitter van het vredesoverleg, de Amerikaanse oud-senator George Mitchell. Die principes verplichten deelnemende partijen om zich te beperken tot democratische, vreedzame middelen. Toelating van PUP en UDP betekent volgens Paisley de deur wagenwijd openzetten voor deelname van Sinn Fein, de politieke vleugel van het verboden Ierse republikeinse leger. Die partij heeft bij verkiezingen eind mei weliswaar vijftien procent van de stemmen gekregen maar mag aan het vredesoverleg niet meedoen zolang de IRA niet tot een staakt-het-vuren overgaat.

De vredesonderhandelingen zijn van meet af aan speelbal van stammentwisten en sabotage. Nadat de IRA ruim twee jaar geleden de wapens had neergelegd om tot een politieke oplossing voor het Noordierse conflict te komen, duurde het negentien maanden voordat het vredesoverleg op gang kwam. Tegen die tijd had de republikeinse terreurorganisatie alle vertrouwen al verloren en weer de wapens opgepakt. In de eerste vijf weken van de besprekingen die 10 juni begonnen, kwamen de partijen niet verder dan gestechel over procedures. Van uitzicht op inhoudelijke discussies is nog steeds geen sprake. Eerst moet nog overeenstemming over een agenda worden bereikt, en vast staat nu al dat het thema van ontwapening alle verdere voortgang blokkeert.

Het wederzijds vertrouwen tussen voorstanders van een verenigd Ierland en aanhangers van de Britse Unie dat na het staakt-het-vuren van de IRA geleidelijk ontstaan was, is na beëindiging van het bestand in februari weer even geleidelijk verbrokkeld. De laatste resten hoop vervlogen in de afgelopen maanden na een reeks van gewelddadige confrontaties, directe gevolgen van het protestantse marsseizoen dat traditioneel tot verhitte gemoederen leidt.

Sindsdien staan unionisten en republikeinen wantrouwender en verbittterder tegenover elkaar dan voor het staakt-het-vuren. Katholieken boycotten protestantse winkels en bedrijven. In bedrijven proberen werknemers elkaar te provoceren met Ierse en Britse vlaggen. De relaties tussen de gemeenschappen hebben volgens kerkleiders een dieptepunt bereikt.

De Britse minister voor Noord-Ierland, Patrick Mayhew, vergeleek Noord-Ierland dit weekend voor het eerst met “een vulkaan” en erkende dat het vredesproces “waanzinnig traag” verloopt. Volgens een opiniepeiling in de Irish Times gelooft maar 32 procent van de Noordieren dat het overleg in een politieke regeling zal resulteren. Drieënzestig procent van de bevolking heeft daar geen enkel vertrouwen in.