Opgedrongen unilateralisme

Toen de ministers Kok en Van Mierlo in het voorjaar van 1995 zich kwamen voorstellen in Washington, waarschuwde vooral de minister-president ieder die het maar horen wilde voor een nieuw Amerikaans isolationisme. Het was niet lang na de grote overwinning die de Republikeinen bij de verkiezingen voor het Congres hadden behaald.

Als hij er intussen niet achter gekomen zou zijn dat hij toen, niet of slecht gebrieft, een gevaar signaleerde dat er helemaal niet was, dan heeft de Amerikaanse actie tegen Saddam Hoessein hem dit misschien duidelijk gemaakt. Want die actie tegen een ver van Amerika gelegen land was wel het tegenovergestelde van een uiting van isolationisme, dat immers een Amerikaans terugtrekken op eigen continent, zoals dat na de Eerste Wereldoorlog geschiedde, betekent.

Maar waar die actie tegen Irak wèl een uiting van was, dat is een Amerikaans unilateralisme, een eenzijdig optreden van de Verenigde Staten. Het is dáártegen dat Kok destijds met meer recht had kunnen waarschuwen. Maar dan zou de Nederlandse regering die actie moeilijk hebben kunnen billijken, zoals zij gedaan heeft.

Er waren overigens wel redenen om bedenkingen te hebben tegen die actie - tenminste vanuit strikt juridisch standpunt bekeken. Immers, Saddam deed, met zijn invasie in Koerdenland, niet anders dan in eigen land opereren, en nog wel op verzoek van een Koerdische factie. Weliswaar beveelt resolutie 688 van de Veiligheidsraad der Verenigde Naties Irak zijn onderdrukking van de Koerden te beëindigen, maar zij machtigt geen enkel land Irak tot uitvoering van dit bevel te dwingen.

Hoewel er andere redenen zijn om de Amerikaanse actie wèl te rechtvaardigen, staan de Verenigde Staten niet op erg stevige internationaal-rechtelijke grond. En hun actie blijft, hoe dan ook, unilateraal.

Maar is er, aan Europese kant, erg veel reden om zich over dat unilateralisme te beklagen? Had president Clinton eerst de toestemming van elk afzonderlijk -lid moeten vragen alvorens zijn kruisraketten tegen Irak af te vuren? Hij zou er niet veel verder mee zijn gekomen, want de Europese bondgenoten zijn verdeeld, zoals dit weekeinde op droevige wijze in het Ierse Tralee is gebleken, waar de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie bijeen waren. Het unilateralisme wordt de Verenigde Staten in de praktijk vrijwel opgedrongen.

Voor wie daar niet al lang van overtuigd was, heeft Tralee duidelijk gemaakt dat er geen gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid zal komen; dat dus, wat dat betreft, Maastricht II, dat volgend jaar - onder Nederlands voorzitterschap! - gehouden moet worden, bij voorbaat als een mislukking kan worden betiteld - wat voor ingenieuze constructies ook zullen worden bedacht om dit te verdoezelen.

Het is zoals de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Malcolm Rifkind, zei: “Of we eensgezind zijn hangt niet van instellingen of procedures af. We voeren lange debatten of we bij meerderheid moeten stemmen en of er een secretaris-generaal (voor dat buitenlands beleid) moet komen. Dat mag goed of slecht zijn, maar daarmee produceer je geen gemeenschappelijk buitenlands beleid. Zo'n beleid is alleen mogelijk als we gemeenschappelijke belangen hebben.”

De verslaggever van Trouw in Tralee, die deze uitspraak noteerde, tekent daarbij aan dat zij “ongetwijfeld wordt ingegeven door welbegrepen eigenbelang”. Dat is zeker waar, want welke uitspraak van welke minister dan ook wordt niet ingegeven door “welbegrepen eigenbelang”? En als dat zo is, maakt dit Rifkinds uitspraak minder waar?

Voor wie werkelijk een Europees gemeenschappelijk buitenlands beleid wil, zit er veel waars in wat Europees commissaris Van den Broek zei:“Natuurlijk is Saddam Hoessein uitsluitend bereid in te binden als geweld tegen hem wordt gebruikt. Maar ik had omwille van de Europese eenheid liever gezien dat de Europese Unie de Franse visie (die kritisch was over de Amerikaanse actie) had gesteund dan de Britse. De verdeeldheid die Europa manifesteert, is veel schadelijker.”

Het is opmerkelijk dat Van den Broek, die de naam heeft Atlanticus pur sang te zijn, dit zegt. Maar wie een Europees gemeenschappelijk buitenlands beleid wil - en dat moet Van den Broek krachtens zijn huidige functie wel - die wil ook dat dat beleid een eigen identiteit heeft, dus desnoods afwijkend van dat van de Verenigde Staten. Daarvoor is Van den Broek, zeer consequent, bereid eigen inzicht - dat zeker dichter bij de Amerikanen dan bij de Fransen ligt - op te offeren.

Vergelijk daarmee Van Mierlo, die veel Europeser is dan Van den Broek en die toenadering tot Frankrijk tot een van de prioriteiten van zijn beleid had verheven (wat is daar van terechtgekomen? - mogen we misschien en passant vragen): Van Mierlo heeft de Amerikaanse actie tegen Irak gebillijkt en dus een ander standpunt dan Frankrijk ingenomen. Terecht, maar daar gaat het hier niet om. Het gaat er hier om dat het standpunt van de Europeaan Van Mierlo minder Europees, dus minder consequent is dan dat van de Atlanticus Van den Broek.

Van Mierlo heeft in Tralee ook gesproken over de “verlammende uitwerking” die de Amerikaanse verkiezingen hebben op de Europese besluitvorming. Dat is waar. De Europese ministers besloten een eventuele handelsboycot als antwoord op Amerikaanse sancties tegen bedrijven die zaken doen met Cuba, Iran en Libië, uit te stellen tot die verkiezingen.

Maar het zijn niet alleen die verkiezingen die verlammend werken. Het is het bestaan zelf van de Amerikaanse supermacht dat verlammend op de Europese eenheid werkt. Niet omdat zij die eenheid tegenwerkt, maar omdat de meeste Europese landen de voorkeur geven aan goede betrekkingen met de enige macht die effectief kan optreden, boven de Europese eenheid die zij zeggen te willen. Zelfs Van Mierlo doet dit, als puntje bij paaltje komt.